0

Stom toevallig goed

Na al mijn gemijmer en gefilosofeer, ingegeven door het leed dat kerstmis heet, teken ik nu ook maar eens iets leuks op. Zelf vind ik blije mensen meestal maar half zo interessant als sombere door het leven wat cynisch geworden mensen. Ik loop dus het gevaar dat ik mezelf na teruglezing straks niet meer zo leuk vindt. Het is een risico en ik moet het maar nemen. Valt het erg tegen, dan zijn de meeste spiegels in mijn huis makkelijk te verwijderen en kan ik de confrontatie met mezelf dus betrekkelijk eenvoudig uit de weg gaan.
 
Enfin, het was eigenlijk een hele leuke dag vandaag. En dat mag ook weleens gezegd! Lekker uitgeslapen, om te beginnen. Door het merkwaardige tijdstip waarop ik mijn bed in steeg, was ik genoodzaakt me er met een hazenslaapje vanaf te maken. Al om half 2 vanmiddag (!) stapte ik mijn nest uit. Half brak en al een tikkeltje opgejaagd door de gedachte aan wat me te doen stond. Namelijk oliebollen kopen (in gedachten zag ik mezelf al in de oneindige lange rij staan bij de beste-hollandse-gebakkraam-van-dordrecht) en iets verzinnen voor het oudejaarsdiner. Beide taken bleken enorm mee te vallen (geen rij, maar een net nummertjessysteem; ik was binnen 5 minuten aan de beurt!) en het oudejaarsdiner wordt lekker, smakelijk en makkelijk ouderwetse zuurkoolstamppot met worst.
 
Een vriend belde me in de supermarkt en kondigde een onaangekondigd bezoekje aan. Dat zijn de leukste bezoekjes. We hebben lekker samen wat zitten bikken, een beetje bijgekletst en van de kaarsjes genoten. Toen nog bal. Ja, heus! Dat was ook al een genoegen. (Zoveel meevallers op een dag: het is zo scheef verdeeld op deze wereld. Misschien komt het wel doordat we vannacht een kwade kracht armer geworden zijn? Primitief gedoe trouwens met die strop…).
 
Nu dus het stukje over toeval. Ik heb me laten overhalen om na het dansen nog even de hort op te gaan. Normaal doe ik dat niet. Van zo’n avond dansen (met letterlijk niet meer dan 15 minuten rust op 3 1/2 uur dansen) ben ik kapot. Maar de dames in kwestie keken zo wanhopig dat ik wist dat koppigheid me niet zou helpen. Maar wat wilde nu het geval! In de obscure tent in Papendrecht waar ik verzeild raakte, had ik stomtoevallig een aangenaam rendez-vous! Een bijgelovige zou zeggen dat hier hogere krachten aan het werk zijn. Evenzogoed heel leuk! Lees verder

0

Wat nou dan?

O hemel, wat heb ik nu toch weer gedaan! Gisteravond na het eten dacht ik nog even wat op mijn computer te gaan zitten rommelen. Nu is het verdorie 7 uur ’s ochtends geweest (de volgende dag!) en zit ik nog achter mijn computer. In de tussentijd heb ik gezellig zitten bellen (fijn gesprek met Michelle gehad), maar vooral aan mijn nieuwe website zitten sleutelen. Hij is klaar, maar ik nu ook. Straks bal. En oliebollen kopen. Eerst slapen… Lees verder

0

Eruit!

Ik ben eruit! Ik kóóp een bruid! Niks geen gedoe meer met elkaar leren kennen, ladingen geld verspillen aan etentjes, drinkpartijtjes, romantisch uitje dit, gezellig dingetje zo. Gewoon één keer goed de beurs trekken en daarna voor de rest van je leven een schoon huis, lekker eten en mooie kinderen! Ja, dat doe ik. Maar eens even zien… Welke zal ik dan nemen? Natalia heeft stijl haar. Tatiana kijkt dan wel weer ondeugend. Nee, ik weet het! Ik neem Martha met de mooie ketting! En niet duur…! Weet je wat, ik stuur haar meteen een bosje bloemen! Kat in het bakkie! Lees verder

0

Realiteit… laisser-faire

Hoe kwam ze bij die vraag? Op het moment dat ze me met die vraag confronteerde, voelde ik me opgelaten. Betrapt. Ze had mijn gedachten geraden. Had ze het in mijn ogen gelezen? In de tijd met haar heb ik haar er nooit op kunnen betrappen dat ze mijn gedachten wist. En dan toch opeens zo’n vraag?
 
Mijn antwoord toen zal wel ontwijkend geweest zijn. Genoeg voor een vrouw om te weten dat haar vinger een pijnlijke plek gevonden heeft. Ik vraag me nog weleens af of ik misschien heel eerlijk had moeten zijn? Had ik moeten zeggen dat de gedachte weleens door mijn hoofd was gegaan? Dan had ik misschien ook moeten opbiechten dat ik in gedachten weleens zomaar iemand heb gewurgd. Nee, ontkennen was beter. Eerlijkheid is niet slechts het geven van het eerlijkste antwoord, het is het geven van een antwoord dat in het hoofd van de toehoorder zo’n getrouw mogelijk beeld van de werkelijkheid oproept. Denk ik.
  
Deze kerst heb ik me veelvuldig afgevraagd waarom de hele kwestie me nog zo bezighoudt. Waar komt de traan in mijn ooghoek vandaan als ik een foto zie? Wie steekt mij als ik terugdenk aan de zomer? De realiteit is overzichtelijk: mensen komen, mensen gaan. Het is wat je erbij verzint dat zorgt voor de chaos. Het zijn niet de antwoorden die me bezighouden, het zijn de onbeantwoorde vragen. Het zijn de scherven van een illusie waaraan ik me telkens weer snijdt. Waarom doe je moeite om een gebroken vaas te lijmen, als het kopen van een nieuwe zoveel makkelijker is?
 
Laissez-faire, Michiel, laissez-faire! Lees verder

0

Imaginair

Het leven is complex. Het heeft een reële en een imaginaire component. Die twee lopen door elkaar heen. Geen wonder dat je soms de draad een beetje kwijtraakt. Wat echt lijkt, blijkt soms verbeeld en waan wordt soms werkelijkheid.
 
Afgelopen zomer was mij een goed voorbeeld van hoe je met een been in de werkelijkheid en met het andere in een schijnwereld kunt staan. Tegelijk gelukkig en ontstemd: dat is mogelijk in een complex leven. Ik herinner me wakker geworden te zijn en in de ogen van een zoete waan gekeken te hebben om een uur later in de doffe blik van de werkelijkheid te staren.
 
Het is zot je te realiseren dat het gemis van iets dat nooit bestaan heeft, het imaginaire, meer steekt dan het te moeten stellen zonder dat wat écht was. Een schim kun je niet begraven; hoe rouw je om een droom? Lees verder

0

Luctor… zwaar op de hand

Een fan van kerstmis zal ik misschien wel nooit meer worden. Maar dat hoeft ook niet. Wel heb ik een fijne dag gehad. Gezellig met familie en hond, kaarsjes en eten. Vanmiddag heb ik mijn huis lopen opruimen. Toen ik net weer thuis kwam, werd ik warm welkom geheten door een heerlijk overzichtelijk, strak huishouden. De aanblik van een leeg bureau (dat wil zeggen, een bureau zonder troep maar met spulletjes) is bijna net zo lekker als het ijs dat ik vanavond at. En een salontafel zonder chaos laat zich goed vergelijken met het genot van een glaasje Baileys.
 
Ik heb net een goed voornemen aan mijn lijstje voor komend jaar toegevoegd: ‘k moest maar eens wat minder zwaar op de hand worden. En het kan sowieso geen kwaad om wat luchtiger in het leven te gaan staan. Het is een talent, dat weet ik, maar niet altijd zo prettig: van het kleinste ongenoegen kan ik een tragedie maken. Als kind al kon ik hartstochtelijk grienen om een zielig verhaaltje dat ik zelf verzonnen had. Een verhaaltje over mijn knuffelaap, zijn paps en de erfenis van zijn paps. Misschien probeerde ik me gewoon een beetje voor te bereiden. Enfin, dat soort overwegingen moesten maar eens sneuvelen, komend jaar. Salut! Lees verder

0

Natte kerst

Ik kijk naar buiten, druppels glijden naar beneden. Geen witte kerst dit jaar. Het vriest niet eens. Hier binnen plenst het. Kerstgemis is niet favoriet. Een fraai opgetuigde boom, een mooi gedekte tafel, zoete kransjes en zacht kaarslicht: een pleister op de wonden. Op geen dag in het jaar is het contrast tussen het gepolijste en het wrange scherper.
 
Als het straks middernacht is geworden op de laatste dag van het jaar, dan zal ik tevreden terugkijken. Het was een mooi jaar. Maar wat de weerman ook bewere, ik zag nog nooit zoveel druppels als dit jaar. Van groot geluk naar lagedrukgebied is niet zo’n reuzensprong. Een fijn laagje rijp op een ochtendblad; teer, frêle: geluk laat zich helaas niet vasthouden. Lees verder

0

Sleutel

Er ligt een sleutel op mijn bureau. Die sleutel ligt er al weken, onderhand zelfs al maanden. Het is de sleutel van mijn voordeur. Een kopie daarvan althans. Ooit verkeerde die sleutel in betere kringen, werd hij regelmatig gezien in de aanwezigheid van een knappe jonge vrouw. Als je goed naar de sleutel kijkt, zie je nog iets van die oude glans. Nu ligt hij te verkommeren. Ik moet nog steeds een keer besluiten de sleutel ergens te verstoppen. Als reservesleutel. Zie je, ik vergeet nog weleens mijn sleutels mee te nemen. Dan is het prettig te weten dat er ergens onder een stoeptegel nog een sleutel tot je huis steekt.
 
Misschien moet ik ook een extra exemplaar laten maken van de sleutel tot mijn hart. Dat klinkt wat sentimenteel en ik geloof ook niet dat de metafoor veel andere waarde heeft. Ik vraag me af of het zin heeft om zo’n sleutel dan ergens te verstoppen. Er zijn wel van die dagen dat ik het idee heb dat het kleine voordeurtje van mijn hart in het slot is gevallen, zonder dat ik eerst de sleutel ertoe in mijn zak gestoken heb. Dan is het handig om onder een straatsteen te kunnen tasten en je redding te vinden.
 
Het is fijn om onzeker te zijn over wat er met je sleutel gebeurt. Toen mijn voordeursleutel nog door zachte handen werd gedragen, was elke rentree die ik in mijn huisje maakte een klein feest. Met de deurknop in mijn hand fantaseerde ik dan over de mogelijkheid dat een dierbare schim door mijn huis had gewaard en iets had veranderd. In gedachten genoot ik dan. Ook als ik daarna niets veranderd vond, was alleen het idee dat er dan misschien een andere keer iets verschoven zou kunnen zijn al genoeg om me gelukkig te voelen.
 
Nu de sleutel zo op mijn bureau ligt, volgt op elke terugkeer naar mijn huis een desillusie: nog voor ik de deurknop vastpak heb ik onbewust al afgerekend met het zoete waanbeeld van de dierbare schim. Vaak denk ik niet eens meer na over de mogelijkheid, maar voel ik alleen nog een onbestemde leegte. Zo driftig als een mens op zoek is naar zekerheden, zozeer haat hij die zekerheden die hem tegen de zin in ten deel gevallen zijn. Lees verder

0

Lucht

Het gaat niet goed met me. Mijn buik maakt rare geluiden. Toen ik bij het raam stond, voelde ik dat iets verkeerds deed. Veel ruimte om me nog te bedenken had ik niet. Het was de zondeval of de achteruit. Ik heb nog nooit iemand van de praatpaal van de McDo achteruit zien wegrijden, dus ik voelde mij genoodzaakt te comformeren aan wat de maatschappij van me verwachtte. Ik bestelde dus een happymeal. Mijn maag kan kennelijk niet zo goed tegen vet eten. Nu borrelt het daar beneden. Dat kan ook komen doordat ik uitermate ontevreden ben met het cadeautje dat ik in de doos van Donald aantrof. Een raceautootje met lichteffect! Dat wilde ik helemaal niet. Ik kwam daar speciaal voor Roddy de muis. Sid heb ik al, twee keer zelfs, ik wil de muis in het pak!
 
Overigens was ik net in de bios. Vandaar ook mijn bezoekje aan de McDo na afloop. Dat is zo’n slechte gewoonte waar je niet mee moet breken als je leven je lief is. Gewoontes geef je niet op, gewoontes koester je. Eer die regel en het leven lacht je toe, schend hem en vroeg of laat zal de gewoonte zich tegen je keren en je te gronde richten. Enfin, ik was naar de film met de andere man in pak: James. Tegen mijn verwachting in heb ik erg genoten van de film. Zoveel mannelijkheid in twee uur! Bijna niet te verdragen. Onderweg terug naar mijn auto oefende ik: "De Wit, Michiel de Wit". Ik voelde me klein toen ik het zei en nu ik het herhaal voel me nog nietiger. Wie mij ziet, ziet geen Bond, hij ziet een kleine ondeugd die nooit tegen meer dan zijn tranen heeft gevochten.
 
Enfin, er is weer een dag voorbij. Ik ga zinnen op iets wat ik kan doen om weer een beetje blij te worden. Misschien zing ik zo onder de douche een liedje voor mezelf of dans ik nog even door de kamer. Misschien lucht dat op… Lees verder

0

Twee keer

Er zijn van die dagen dat ‘morgen’ een schitterend geschenk lijkt en ‘nu’ een lelijk prul. Op zulke dagen ben je ondankbaar en ben je verontwaardigd omdat dat je rotzooi gekregen hebt en niet iets moois. Buiten mist het. Wie mist mij? Wat mis ik? Ik ben ontevreden, maar ik zou niet weten met wat. Mijn raamkozijnen zijn blauw. Afschuwelijk blauw. Toch zou ik blij moeten zijn dat ik ze heb. Zo lelijk en zo blauw als ze zijn, ze helpen samen met het glas de kou en het grauw buiten te houden. Maar ik ben er niet blij mee. Ik ben een verwend nest. Het is logisch dat men mij prullen geeft. Dat zal me leren.
 
Ik heb net naar een film zitten kijken die ik van Marcel mocht lenen. Marcel is mijn buurman. De film heette ‘Crash’. Over verontwaardiging, over vooroordelen, over rassenhaat ging hij. Geen vrolijke film. Ik zou niet naar dat soort films moeten kijken. Of dan toch in ieder geval niet alleen. Het maakt me doodsomber. Vermoeidheid en bier zullen ook wel een rol spelen in die tragedie.
 
Vanmiddag heb ik de hele middag zitten blokken. Gisteren heb ik trouwens mijn héle dag verziekt met hetzelfde karwei. Studie vereiste het maken van een prul. Een prul van een programma. Niemand zal het ooit gebruiken en op 3 verdwaalde zielen na zal ook niemand er naar kijken. Waardevolle uren van mijn leven verspil ik aan een prul. Wie appelen vaart, die appelen eet. Zo’n soort logica zal er wel achter zitten.
 
Vol goede moed begon ik met ‘Twee keer’. Ik weet niet wat er twee keer moet. Vandaag zou nog wel een tweede keer mogen. De tweede keer maakte ik dan leuker. Minder gejaagd. Dan ging ik niet naar mijn werk om een saaie en humorloze vergadering uit te zitten, maar dan ging ik naar… Ja, waar ging ik dan heen? Als het buiten mist, hangen er ook nevels in mijn hoofd. Droevige flarden. Tijd om maar eens iemand te bellen. Misschien neemt er iemand op. En anders probeer ik het nog wel een keer… Lees verder