0

Natte kerst

Ik kijk naar buiten, druppels glijden naar beneden. Geen witte kerst dit jaar. Het vriest niet eens. Hier binnen plenst het. Kerstgemis is niet favoriet. Een fraai opgetuigde boom, een mooi gedekte tafel, zoete kransjes en zacht kaarslicht: een pleister op de wonden. Op geen dag in het jaar is het contrast tussen het gepolijste en het wrange scherper.
 
Als het straks middernacht is geworden op de laatste dag van het jaar, dan zal ik tevreden terugkijken. Het was een mooi jaar. Maar wat de weerman ook bewere, ik zag nog nooit zoveel druppels als dit jaar. Van groot geluk naar lagedrukgebied is niet zo’n reuzensprong. Een fijn laagje rijp op een ochtendblad; teer, frêle: geluk laat zich helaas niet vasthouden. Lees verder

0

Sleutel

Er ligt een sleutel op mijn bureau. Die sleutel ligt er al weken, onderhand zelfs al maanden. Het is de sleutel van mijn voordeur. Een kopie daarvan althans. Ooit verkeerde die sleutel in betere kringen, werd hij regelmatig gezien in de aanwezigheid van een knappe jonge vrouw. Als je goed naar de sleutel kijkt, zie je nog iets van die oude glans. Nu ligt hij te verkommeren. Ik moet nog steeds een keer besluiten de sleutel ergens te verstoppen. Als reservesleutel. Zie je, ik vergeet nog weleens mijn sleutels mee te nemen. Dan is het prettig te weten dat er ergens onder een stoeptegel nog een sleutel tot je huis steekt.
 
Misschien moet ik ook een extra exemplaar laten maken van de sleutel tot mijn hart. Dat klinkt wat sentimenteel en ik geloof ook niet dat de metafoor veel andere waarde heeft. Ik vraag me af of het zin heeft om zo’n sleutel dan ergens te verstoppen. Er zijn wel van die dagen dat ik het idee heb dat het kleine voordeurtje van mijn hart in het slot is gevallen, zonder dat ik eerst de sleutel ertoe in mijn zak gestoken heb. Dan is het handig om onder een straatsteen te kunnen tasten en je redding te vinden.
 
Het is fijn om onzeker te zijn over wat er met je sleutel gebeurt. Toen mijn voordeursleutel nog door zachte handen werd gedragen, was elke rentree die ik in mijn huisje maakte een klein feest. Met de deurknop in mijn hand fantaseerde ik dan over de mogelijkheid dat een dierbare schim door mijn huis had gewaard en iets had veranderd. In gedachten genoot ik dan. Ook als ik daarna niets veranderd vond, was alleen het idee dat er dan misschien een andere keer iets verschoven zou kunnen zijn al genoeg om me gelukkig te voelen.
 
Nu de sleutel zo op mijn bureau ligt, volgt op elke terugkeer naar mijn huis een desillusie: nog voor ik de deurknop vastpak heb ik onbewust al afgerekend met het zoete waanbeeld van de dierbare schim. Vaak denk ik niet eens meer na over de mogelijkheid, maar voel ik alleen nog een onbestemde leegte. Zo driftig als een mens op zoek is naar zekerheden, zozeer haat hij die zekerheden die hem tegen de zin in ten deel gevallen zijn. Lees verder