0

Een stel

Het dopje werkte niet bepaald mee, dat kon je zien. Zonder van haar getergdheid blijk te geven, morrelde ze nog maar een keer aan het tuitje van haar bidon. Ik zelf zat in de tussentijd van mijn lasagne te eten. Aanvankelijk had ik een plekje wat verderop uitgezocht, maar het licht beviel me daar niet. Te wit, een beetje klininisch. Het tafeltje waaraan ik nu zat stond haaks op alle anderen. Behalve op een gezette vrouw die met haar drankje worstelde, keek ik recht uit op de snelweg. Rond etenstijd is er van snelheid op de rijksweg langs Delft weinig sprake. Fietsers zijn op de grote weg niet toegestaan, maar zouden ze zich op de vluchtstrook hebben begeven, dan hadden ze met gemak de meeste auto’s in kunnen halen. Lees verder

0

Drie dingen

Je hebt drie dingen nodig voor een verhaal. Een vel papier, leeg. Daar begin je mee. Een pen vervolgens, liever geen potlood. Potlood laat zich te gemakkelijk met een gum van het papier vegen. Woorden, eenmaal geschreven, horen bij de werkelijkheid van het verhaal en blijven daar altijd deel van uitmaken. Net zoals je in het leven ongemakkelijke feiten niet weg kunt maken – je kunt ze alleen camoufleren – zo mogen ook de feiten van een verhaal niet zoekgemaakt worden. Het laatste dat er voor een verhaal nodig is, is een aanleiding. Niks gebeurt zomaar, ook een verhaal niet. Alles heeft een aanleiding, een afwikkeling en een einde.
 
Ik zou graag een verhaal willen schrijven. Pen en papier heb ik, het potlood ligt verstopt in een laatje. Maar er is geen aanleiding. Een gevoel van urgentie ontbreekt. Zo jammer… Ik ben zo benieuwd hoe het verhaal eruit zou zien. Hoe zou het groeien? Zou het lang zijn of juist heel bondig? Zou het over mensen gaan, over liefde misschien? Of zou het een zuur verhaal zijn over narigheid en miezers?
 
Je hoort weleens zeggen dat met geduld alles te bereiken valt. Dat geduld de grootste dingen voortbrengt. Dat is een beetje misleidend. Geduld zelf voegt niets toe, het omgekeerde is vooral waar: geduld verstoort niks. Geduld hebben heeft geen zin als er niets is om de ruimte te geven. Geduldig wachten is dan ook alleen een deugd wanneer je er zeker van bent dat er iets zal gaan gebeuren. Zonder die zekerheid is geduld gewoon een slap excuus voor luiheid en lethargie.
 
Morgen breng ik mijn stem uit. Ik ben er niet zeker van of ik met die stem iets wezenlijks verander aan de wereld en ik ben er al helemaal niet zeker van of het impliciete geduld dat ik met die stem bevestig wel gerechtvaardigd is. Wat verwacht ik van mijn stem? Koop ik niet gewoon mijn eigen luiheid af? Nou ja, ik zie wel… Lees verder

0

Helemaal los

Wat zie ik nu toch! Ik kijk naar buiten, zorgvuldig mijn weerspiegeling in het vensterglas vermijdend, en zie daar een man te fiets. Hij draagt een jas met bontkraag (is dat nog mode?) en trapt z’n pedalen wat slungelig rond. Op zijn borst gloeit iets. Toen hij nog ver weg was, dacht ik dat hij misschien een medaillon droeg dat het licht van de straatlantaarns reflecteerde. Maar eenmaal dichterbij, net aan de overkant van de sloot, gloeide het ding nog steeds. Er straalde een warm, goud-oranje schijnsel van hem af.
 
Waarschijnlijk ziet hij het licht zelf niet. Het is een marker, aangebracht door buitenaardsen. Het stigma is bedoeld om aan te duiden dat de fietsende slungel binnenkort ontvoerd zal moeten worden. Dan landt een vreemd ogend rond vliegtuigje, bestuurd door twee compacte 3-benigen, op een weilandje vlakbij het fietspad waarover hij zich voortsleurt en opent zich een rechthoekig deurtje. Vanuit wit schijnsel komt er dan een straal naar buiten die de lamzak naar binnen tovert. Hij moest eens weten.
 
Wel veilig, zo’n oranje licht om je nek. Hij valt beslist op. Ik denk niet dat buitenaardsen hem zullen ontvoeren. Waarschijnlijk krijgt hij straks gewoon een bekeuring voor rijden zonder fietsverlichting. Hij zal dan nog wel zoiets proberen als "Maar ik draag een lamp om m’n nek?!", maar daar zijn agenten ongevoelig voor. Geen ritje in een schotel, vandaag gewoon een prent… Lees verder