Circus

Het was vandaag circus in Moskou. Afhankelijk van hoe je het bekijkt is Moskou eigenlijk altijd een groot circus. Maar vandaag hebben we een cirkeltje geprobeerd te maken: met de metro ringlijn 5 zijn we van halte getrokken, in de wetenschap dat juist op die lijn prachige metrostations zijn gebouwd. We werden gelukkig niet teleurgesteld. Er waren echt een paar prachtige stations bij, met enorme kroonluchters die het station met TL-buizen opfleuren en grote mozaïeken die de macht van de voormalige Sovjetunie verheerlijken.

Maar wat misschien nog wel het meest opzienbarende van onze metro-ervaring was, is de enorme souplesse van het ssyteem. De Metro is als een lichaam waarin je op elke plek de hartslag kunt voelen, er zit een strak ritme in en alles volgt dat ritme. De mensen lopen in het ritme van de Metro, de treinstellen arriveren en vertrekken precies op de maat en zelfs in de soms immens lange roltrappen is met wat goede wil het kloppen van het ondergrondse hart te voelen. De Moskovische Metro leeft en is kerngezond.

Een grappig verhaal, ons verteld door twee Nederlandse reizigers die vandaag in ons hostel arriveerden, gaat ook over de metro. Net als in Nederland gebruikt de Metro in Moskou tolpoortjes met chipkaarten. Het systeem werkt alleen volgens een iets andere filosofie. Waar je in Nederland voor dichte poortjes staat, staan in Moskou alle poorten wijd open. In Nederland openen de poorten (met wat geluk) als je er je pasje voor zwaait. In Moskou gaan de poortjes alleen dicht als je niet betaalt. En hoe! De ontwerper van het systeem, beslist een sadist, heeft bedacht dat wanbetalers flink voor gek gezet moeten worden. Ga je een poortje door zonder betalen, zo ervoeren onze Nederlandse medereizigers aan den lijve, dan schiet er op kniehoogte meteen een struikelstang tussen je benen en begint er een opgewekt circusmuziekje te spelen. “Dus jij denkt dat je bijzonder bent en niet hoeft te betalen? Vermaak ons dan maar met wat acrobatiek!”

Een lesje Russisch

Even kort tussendoor: wie wil er Russisch leren? Iedereen schreeuwt hoe moeilijk Russisch is, maar de toverformules om een glimlach te toveren zijn best eenvoudig. Een paar woordjes Russisch doen wonderen! Dus, wie doet er mee? Wat je in Rusland moet weten:

Wij gaan er straks nog maar eens even goed op studeren. Vanavond hebben we van wat aardige mensen op een Russisch feestje (geen Wodka, gek genoeg) al wat hulp gekregen. Zoals je kunt zien is Russisch bepaald een tongenbreker en is het goed uitspreken van zelfs de meest eenvoudige woorden al een hele tour…

Een dagje ‘kou

De eerste dag op reis. Dat wil zeggen, gisteren hebben we al een hele dag gereisd, maar omdat we die dag nog in Enschede begonnen zijn, is vandaag toch eigenlijk pas de eerste echte reisdag. Volledig naar wens zijn we de dag vandaag pas laat begonnen. Rond een uurtje of 10, om precies te zijn. Nog steeds 8 uur Nederlandse tijd, maar het voelde hier heel luxe.

Gisteren kocht ik op het vliegveld nog snel twee paar herriestoppers en daar heb ik zeker geen spijt van gekregen. De tig-baans weg waaraan ons hostel (vol met aardige mensen, overigens) ligt, maakt de hele dag door een hoop kabaal. Indrukwekkend, zeker als er een politieauto langs scheurt, onderwijl vreemde geluiden producerend; een soort kikker die ‘rabbit’ zegt.

Wat doe je het eerst als je in Moskou bent? Een logische vraag met een logisch antwoord: je geeft toe aan alle clichées en gaat naar het Rode plein. Twee haltes met de oranje metrolijn 6 (‘Kaluzhko-Rizhskaya’) en we waren al een aardig eind in de goede richting. Een fijne wandeling (niet eens zo koud) over de Varvarka straat en daar was het opeens: een inmens indrukwekkende verzameling gebouwen! Eenmaal op het plein werden we overdonderd door de grootsheid; en niet te vergeten ook door het gevoel ‘in een foto beland te zijn’. Heel bijzonder.

De grote rode muur van het Kremlin valt meteen op. Je kunt hem gewoon niet missen. Daarna valt je oog weer meteen op St. Basil basiliek. Zo kleurig en… ongewoon. Na een wandeling over het plein en een bezoek aan Gum hebben we de basiliek bezichtigd. Met een list (een oude studentenpas van ondergetekende) konden we de kerken met korting bekijken. Wat we zagen was totaal anders dan verwacht: onder een dak bevinden zich 10 kapellen, op de bordjes optimistisch als ‘kerken’ aangeduid. Elke kapel bood onderdak aan uitgebreide verzamelingen iconen. Bovendien had elk kapelletje ook zijn eigen ‘geheime’ ruimte waarin alle mystieke rituelen plaatsgevonden zullen hebben. Och, en koud dat het er was!

Op het Rode plein stond overigens een ijsbaan, gesponsord door Gum. Een enorme baan waarop de happy-few van Moskou uitgebreid plezier en aandacht hadden. Na een bezoekje aan Gum — een warenhuis / shopping mall waar de Bijenkorf een armzalig marktkraampje bij is — begrepen we de schaal van de ijsbaan beter. Gum is enorm! Het gebouw bestaat uit drie klassieke passages, elk drie verdiepingen hoog, verbonden door gangen en luchtbruggen en overkapt met een indrukwekkend glazen dak. In Gum zijn alle grote, dure merken vertegenwoordigd. Wat een pracht en praal!

Een gids, staand op een trapje bij de ijsbaan, kon niet voorkomen dat we meeluisterden toen hij vertelde over Gum nu en vroeger: ooit was Gum een warenhuis dat voor iedereen toegankelijk had. De spullen waren voor eenieder betaalbaar, maar de keus was minimaal. Nu kun je het zo gek niet bedenken of Gum verkoopt het, maar er is amper een Moskoviet die het kan betalen…

En het Kremlin? Daar zijn we niet meer naar binnen gegaan. We waren het wandelen al aardig moe en overdonderd door alle indrukken. Wat een eerste reisdag! Onderweg terug naar het hostel hebben we nog wat inkopen gedaan bij een supermarkt en kwamen we, door een navigatiefoutje, per ongeluk op het drukke metrostation tegenover het Kremlin terecht. We leerden daar dat in Moskou mensen direct zijn en schaamteloos duwen om in de metro te komen. Alsof je door een vloedgolf wordt overspoeld!

Vanavond gaan we naar Marina, de dame bij wie we oorspronkelijk zouden overnachten. Ze geeft een feestje en wij komen het opwarmen ;) Ik denk niet dat we het laat maken, maar het avontuur lonkt…

Gevlogen

De eerste vlucht van onze grote reis zit er alweer op. In alle vroegte, om 7:25u vanochtend vlogen we: van Schiphol, ‘ahead of schedule’, naar Heathrow, London. Judica was de eerste om op te merken dat alle servicetrucks en shuttlebussen hier links rijden. Het kwartje viel pas vrij laat.

Wel een enorme toestand hier. Om te beginnen waren we bijna een half uur bezig (bijna net zo lang als onze vlucht!) om door de ‘fast track security’ te komen. Dat ging allemaal weliswaar vlotjes, maar de vele sihks voor ons (met tulband en haarpennen), moesten natuurlijk allemaal gefoeieerd worden ;)

Met hulp van een vriendelijke Brit (tot nu toe zijn we nog geen andere soort tegengekomen) die Acer laptops verkocht (we lieten hem trots onze MiniMe zien) hebben we een plekje met gratis Internet gevonden. We zitten dus nu op een bankje tegenover WHSmith en zijn boeken clandestien dit ooggetuigenverslag op te stellen. Lezen maakt je medeplichtig!

We gaan nu op zoek naar echte Engelse thee. Judica beseft nog niet volledig dat ‘Engels’ zwart met melk betekent en niet groen met citroen (en zoetjes). Verder merkte ze snedig op dat de mensen hier allemaal op Vief en Roger lijken. Dat is natuurlijk een groot compliment, maar wel opvallend. Britten zijn bijna net zo opvallend anders als sihks en piloten.

Oh ja, over vanochtend: we stonden dus om 3 uur vannacht op, werden vriendelijk uit ons bed gebonjourd en arriveerden met hulp van vriendelijke Enschedeërs ruim op tijd op het vliegveld (P1, rij 13, bij ‘de dijk’, tegenover Martinair; dit als hint voor het geval de auto nog steeds gezocht wordt). Een kopje warme koffie/thee en een paar warme handdrukken/zoenen leiden ons uiteindelijk door de gate. Een zachte vlucht volgde met een nog zachter (zompig?) broodje en een espressokopje jus d’orange. Wordt vervolgd.

De grote reis is (bijna) begonnen

Vandaag was de eerste grote test om te zien of ik al dan niet reizigersbloed heb. Dit soort testen wordt traditioneel niet uitgevoerd door met een venijnige naald een vingertop tot bloei te brengen, maar op een wat omslachtigere manier: door het afleggen van grotere afstanden met beperkte bepakking. Strikt genomen was de test van vandaag niet helemaal adequaat: ik heb over een wat kleinere afstand een nogal uitgebreide bepakking vervoerd. Mijn huisraad, om precies te zijn. Onze spulletjes hadden een uitstapje naar Den Bommel. En bij gebrek aan meubels (en broodroosters) wonen we na dat tripje nu bij mijn moeder op zolder.

Maar goed, de uitslag dus: nu ja, dat valt dus te zeggen. Jammer genoeg is de test niet helemaal naar behoren verlopen. Gistermiddag, de oorzaak blijft onbekend, ben ik door mijn rug gegaan. Vrij vervelend. Het maakte de hele affaire wat stroef en pijnlijk en zeker is dat hij daardoor geen realistisch beeld van mijn reistalent geeft. Evengoed wel fijn dat alles weer in grofweg hetzelfde aantal delen is aangekomen als waarin het is vertrokken en we nu over sjouwwerk niet meer na hoeven te denken.

Het aftellen van de klok is sinds vandaag weer een paar decibel luider geworden, lijkt het. Nog maar 12 dagen en dan gaat het los. Vijf dagen werken nog. Wat een verademing, maar wat een gek idee ook. De komende twee weken zullen de dagen elke dag een beetje meer op een los en vrij reizigersbestaan gaan lijken en steeds minder op het leven dat we al in twee eeuwen gewend waren te leven. Het is best spannend, maar de geur van avontuur — zelfs mijn neus pikt hem nu up — wekt verlangen op.

Viz a viz

De pre-reisdag van vandaag in het kort: nieuwe fietsenstalling in ‘s-Gravendeel; paspoorten (met visa) eindelijk weer terug; presentatie zonder eindbazen een succes. Misschien moet ik nog een korte toelichting geven. Headlines werken op TV beter dan hier, bij mij op m’n witte scherm.

Vanochtend, in alle vroegte, waren er al ‘werklieden’ bezig op het busstation van ‘s-Gravendeel (Busstation is hier een eufemisme voor een lusvormige uitstulping in de weg waar weleens bussen gezien worden). Ze waren nieuwe fietsenrekken aan het plaatsen. Zo vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen wordt natuurlijk enige daadkracht verwacht, en die kan de burger dan ook krijgen, zelfs als daarvoor vijf zielen onredelijk vroeg hun warme lappen uit moeten. De hele matineuze operatie verklaart wel waarom ik gisteren mijn fiets kwijt was. Waarschijnlijk hebben dezelfde werklui (of verwanten) al met de fietsen lopen sleuren. Verder weinig belangstellend.

Dat de visa klaar zijn is groter nieuws. We waren er al een flinke tijd op aan het wachten. Via het Internet volgden we trouw de bewegingen van onze paspoorten langs ambassades in Den Haag en Brussel. Vanmiddag konden we de stickers en stempels die het tastbare bewijs van de reislust van onze legitimatiebewijzen vormen in ogenschouw nemen. Prachtig! Digitale beelden volgen spoedig, al waarschuw ik nu vast dat de hologrammen die zowel de Russen als de Mongolen op hun visumstickers gezet hebben het waarschijnlijk als bits en bytes minder goed zullen doen. Overigens waren de rode boekjes per abuis naar ons oude huis — nu dichtgespijkerd en slooprijp — gestuurd; per aangetekende post, dat wel.

En dan het laatste nieuwsitem: presentatie van mijn ‘product’ aan mijn collega’s, vanmiddag. Dat klinkt grootser dan het was. Feitelijk was het een praatje pot met wat plaatjes uit de toverlantaarn om het geheel wat officiëler te maken. Lekkere (maar ook weer niet zo heel lekkere) stroopwafels leukten het evenement nog wat verder op. De beide eindbazen van het grote ren-je-rot spel dat bij ons op de zaak wordt gespeeld lieten zich beiden excuseren. Iets met bruine bonen en uitlaatgas. Enfin, het waren drie gezellige kwartieren die me bovendien nog maar weer eens de gelegenheid gaven op te scheppen over onze reisplannen en het almaar slinkende aantal dagen alvoor die werkelijkheid worden. Zomaar een dag…

Eigen plek

Vaker dan me lief is merk ik dat dingen voor mij liefst een eigen plek moeten hebben. Een slecht, maar daarom niet minder noemenswaardig voorbeeld is bijvoorbeeld mijn fiets. Ik vind het fijn als mijn fiets zijn eigen plek heeft en houdt. Vandaag bijvoorbeeld, kwam ik na mijn werk uit de bus, om vervolgens 5 goede minuten te moeten spenderen aan het zoeken naar mijn fiets.

Het busstation van ‘s-Gravendeel is, zo weten slechts weinigen, weinig meer dan een bypass in de toch al niet zo heel drukke hoofdstraat van het dorp. Behalve twee haltehokjes vind je er nog drie fietsenrekken. In het linker rek had ik vanochtend mijn fiets gezet. Niet zo solide, maar half in het rek (want haastige spoed), maar voldoende voor een dagje, dunkte mij. Vanmiddag was hij dus weg.

Na veel turen en kraken vond ik uiteindelijk mijn fiets, nonchalant leunend tegen het bushokje voor de lijnen richting Dordrecht. Wat deed hij daar? Het slot zat er nog altijd op en zelfs zonder dat slot zou mijn fiets — het is niet echt een avonturier — vast niet zo ver van zijn eigen plekje zijn afgedwaald. Iemand heeft mijn fiets verplaatst!

Nog 22 dagen van onze wereldreis verwijderd, is de zorg nu eerder dat ik die eigen plaats van dingen zo belangrijk vind, dan dat ik me wezenlijk opgelaten voel door de geamuseerde blik van het tienermeisje in het bushokje aan de overkant. Hoeveel eigen plek krijg je op een wereldreis? 80 liter, of zoveel als er werkelijk in mijn rugzak past. Te klein voor een fiets, in elk geval…

Malle ria

Gisterochtend werd ik onplezierig verrast door een speeltje van Google, mijn agenda om precies te zijn. Een tijd lang zwoer ik bij papieren agenda’s, teleurgesteld door de electronische alternatieven, maar sinds een jaar is Google mijn huisleverancier voor agendawaren.

Enfin, ik bleek een afspraak bij de GGD te hebben, zo vertelde Google mij, ongeveer een kwartier voor de afspraak. Met wat goede wil en een Arriva bus die op tijd kwam, was ik nog voor negenen op het GGD kantoor. Ik bleek een afspraak te hebben voor een Rabiësinenting en een malaria-advies. Een dure afspraak!

Malariapillen bleken me € 3,60 per stuk te kosten en niet minder dan 50 zouden er in mijn tas mee moeten om niet door malle Ria getroffen te worden. Afschuwelijk duur. Ik voelde me heel schuldig toen ik ze afrekende. Wij, rijke Westerlingen, kunnen dit soort pillen nog wel betalen, maar dat geldt zeker niet voor de mensen die in Malariagebieden leven.

Judica wees me vandaag op een nieuwsbericht: “Patenten Malaria opgeheven.” Nogal toevallig en het bericht onthief me in elk geval van mijn schuldgevoel. Evenzogoed baal ik nog steeds dat ik zo enorm veel geld heb moeten neertellen om, in essentie, niets te krijgen. Nu is het wachten nog tot ook Rabiësinentingen wat minder duur worden: want 180 euro voor 3 inentingen, dat is toch diefstal?