Laatste etappe

Vandaag is onze laatste etappe van de transmongolië express begonnen. Om half zeven vanochtend stapten we op en om kwart over zeven zette de trein zich in beweging. Van de afgelopen dagen hadden we nog wat slaap in te halen, dus zodra we ons hadden geïnstalleerd in onze wederom comfortabele eersteklas coupé, hebben we allebei ons bed een paar uurtjes beslapen.

Rond een uur of 11 werden we wakker. We veegden de slaap uit onze ogen en gluurden voorzichtig door het raam. Niets! Helemaal niets te zien, behalve een dikke witte waas. De temperatuur is duidelijk wat omhoog gegaan en het mist. Na het middaguur trekt de mist voorzichtig op en zien we dat we weinig hebben gemist. Het landschap is nog precies zoals we het ons herinnerden: wit, vlak, zo nu en dan een boom en glooiende bergen op de achtergrond.

Later op de middag begint het uitzicht te veranderen. Eerst langzaam, maar later steeds opvallender. De trein rijdt een zuidoostelijke koers en de temperatuur lijkt daardoor toe te nemen. Rond drie uur ‘s middags zijn de sneeuwvlaktes grotendeels veranderd in zandvlaktes met dor gras. Woestijn. Het aantal bomen neemt gestaag af, ten faveure van het aantal kuddes en loslopende paarden. Steeds vaker duikt er ook een ger of herder op in het landschap, als een korreltje hagelslag op een wit tafelkleed.

Het leven op de trein is rustig. We doen nog een middagdutje, kletsen met wat mensen op de trein, drinken wodka met een stel uit België. Ze vertellen ons dat ze voor een jaar op reis zijn. Hoofdbestemming: Nieuw Zeeland. Ze denken erover om zich daar voor enige tijd, misschien wel twee jaar te vestigen. We hebben deze reis al vaker mensen gehoord die al reizende besloten hebben zich elders te gaan vestigen. Voorlopig ligt ons thuis nog aan de Noordzee, al begint het zich wel steeds meer richting rugzak te verplaatsen. We raken gewend aan het reizen en krijgen het ritme langzaam maar zeker te pakken.

Tot 1 uur vannacht zijn we nu bezig aan de grens. Eerst aan de Mongoolse kant. We wachten nu op de paspoortcontrole. Dan vanaf 9 uur aan de Chinese kant. Daar wachten ons nieuwe wielen (want China hanteert een andere spoorbreedte) en vast heel wat stempels en formuliertjes. Dat wordt dus een latertje vannacht. Nadeel is dat we in onze coupé moeten blijven en de toiletten tijdens de stops op de beide grensposten ferm op slot blijven. Oponthoud dus…

Melamongolisch

Half vier ‘s ochtends. Op de gang van het Golden Gobi hostel, hartje Ulaan-Bataar, wordt luidruchtig van mening gewisseld. Judica en ik liggen allebei nog op een oor, te wachten tot de wekker ons nog voor het ochtendgloren uit een maar al te welverdiende slaap haalt. Opgeschrikt door de luide stemmen komen we, onze ogen uitwrijvend overeind. We spitsen onze oren en herkennen een van de sprekers als de Amerikaan die ons de avond te voren had verrast met zijn excentrieke persoon. Hij had zes jaar in China gewoond en les gegeven aan Chineesjes die graag Engels wilden leren. Rond een uur of 10 was hij naar een kroeg, niet ver weg, gegaan om een mini-concert van een keelzanger met jazzensemble te gaan.

“That’s a lot of money. Your friend stole my money. 40.000, that’s a lot of money.” Duidelijk de stem van de Amerikaan. “I though you where my friend, you are not my friend. You are a thief. You stole my money. And you stole my cellphone.” We waren allebei inmiddels klaarwakker. Zo wakker dat we, de wisselkoersen indachtig, snel hadden bepaald dat de schreeuwlelijk amok maakte over 20 euro en een goedkope Chinese telefoon. Wie het kleine niet eert, enzovoorts, maar midden in de nacht?

“Let’s call the police”, probeerde hij nu. Van zijn gesprekspartner hoorden we weinig. De Amerikaan was met twee Japanners naar de kroeg geweest, dus we vermoedden dat hij met hen sprak. “I tell you, you will die shortly. And your father will die shorty, too.” Het gesprek werd duidelijk grimmiger. Nu ontwaarden we een paar woorden van kamp Oost: “You watch your tongue.” Inmiddels zaten we klaar om het geluid van klappen, trappen en andere blijken van Oosterse vechtkunsten te incasseren. Het bleef stil.

Twee uur later ging onze wekker. Bob, de broer die het hostel runt, nam ons mee naar het station. Desgevraagd vertelde hij, nog niet de blije persoon die hij normaal altijd is, dat de Amerikaan niet meer in het hostel verbleef. Duistere zaak. Onze trein arriveerde op tijd, 6:30u in de ochtend, en eenmaal ingestapt was het verhaal van de Amerikaan snel vergeten.

We komen nu bijna bij de grens aan. Mongolen zijn ons als volk opgevallen. Zoveel vriendelijkheid en hartelijkheid. Je kunt je haast geen kwaad van ze voorstellen. We raken er wat melancholisch onder. Benieuwd wat ons China zal brengen. Van onze laatste Tugriks hebben we 5 snickers gekocht. Wat ons van Mongolië nog rest zijn herinneringen en een paar schapenbotten…