Laatste etappe

Vandaag is onze laatste etappe van de transmongolië express begonnen. Om half zeven vanochtend stapten we op en om kwart over zeven zette de trein zich in beweging. Van de afgelopen dagen hadden we nog wat slaap in te halen, dus zodra we ons hadden geïnstalleerd in onze wederom comfortabele eersteklas coupé, hebben we allebei ons bed een paar uurtjes beslapen.

Rond een uur of 11 werden we wakker. We veegden de slaap uit onze ogen en gluurden voorzichtig door het raam. Niets! Helemaal niets te zien, behalve een dikke witte waas. De temperatuur is duidelijk wat omhoog gegaan en het mist. Na het middaguur trekt de mist voorzichtig op en zien we dat we weinig hebben gemist. Het landschap is nog precies zoals we het ons herinnerden: wit, vlak, zo nu en dan een boom en glooiende bergen op de achtergrond.

Later op de middag begint het uitzicht te veranderen. Eerst langzaam, maar later steeds opvallender. De trein rijdt een zuidoostelijke koers en de temperatuur lijkt daardoor toe te nemen. Rond drie uur ‘s middags zijn de sneeuwvlaktes grotendeels veranderd in zandvlaktes met dor gras. Woestijn. Het aantal bomen neemt gestaag af, ten faveure van het aantal kuddes en loslopende paarden. Steeds vaker duikt er ook een ger of herder op in het landschap, als een korreltje hagelslag op een wit tafelkleed.

Het leven op de trein is rustig. We doen nog een middagdutje, kletsen met wat mensen op de trein, drinken wodka met een stel uit België. Ze vertellen ons dat ze voor een jaar op reis zijn. Hoofdbestemming: Nieuw Zeeland. Ze denken erover om zich daar voor enige tijd, misschien wel twee jaar te vestigen. We hebben deze reis al vaker mensen gehoord die al reizende besloten hebben zich elders te gaan vestigen. Voorlopig ligt ons thuis nog aan de Noordzee, al begint het zich wel steeds meer richting rugzak te verplaatsen. We raken gewend aan het reizen en krijgen het ritme langzaam maar zeker te pakken.

Tot 1 uur vannacht zijn we nu bezig aan de grens. Eerst aan de Mongoolse kant. We wachten nu op de paspoortcontrole. Dan vanaf 9 uur aan de Chinese kant. Daar wachten ons nieuwe wielen (want China hanteert een andere spoorbreedte) en vast heel wat stempels en formuliertjes. Dat wordt dus een latertje vannacht. Nadeel is dat we in onze coupé moeten blijven en de toiletten tijdens de stops op de beide grensposten ferm op slot blijven. Oponthoud dus…

Melamongolisch

Half vier ‘s ochtends. Op de gang van het Golden Gobi hostel, hartje Ulaan-Bataar, wordt luidruchtig van mening gewisseld. Judica en ik liggen allebei nog op een oor, te wachten tot de wekker ons nog voor het ochtendgloren uit een maar al te welverdiende slaap haalt. Opgeschrikt door de luide stemmen komen we, onze ogen uitwrijvend overeind. We spitsen onze oren en herkennen een van de sprekers als de Amerikaan die ons de avond te voren had verrast met zijn excentrieke persoon. Hij had zes jaar in China gewoond en les gegeven aan Chineesjes die graag Engels wilden leren. Rond een uur of 10 was hij naar een kroeg, niet ver weg, gegaan om een mini-concert van een keelzanger met jazzensemble te gaan.

“That’s a lot of money. Your friend stole my money. 40.000, that’s a lot of money.” Duidelijk de stem van de Amerikaan. “I though you where my friend, you are not my friend. You are a thief. You stole my money. And you stole my cellphone.” We waren allebei inmiddels klaarwakker. Zo wakker dat we, de wisselkoersen indachtig, snel hadden bepaald dat de schreeuwlelijk amok maakte over 20 euro en een goedkope Chinese telefoon. Wie het kleine niet eert, enzovoorts, maar midden in de nacht?

“Let’s call the police”, probeerde hij nu. Van zijn gesprekspartner hoorden we weinig. De Amerikaan was met twee Japanners naar de kroeg geweest, dus we vermoedden dat hij met hen sprak. “I tell you, you will die shortly. And your father will die shorty, too.” Het gesprek werd duidelijk grimmiger. Nu ontwaarden we een paar woorden van kamp Oost: “You watch your tongue.” Inmiddels zaten we klaar om het geluid van klappen, trappen en andere blijken van Oosterse vechtkunsten te incasseren. Het bleef stil.

Twee uur later ging onze wekker. Bob, de broer die het hostel runt, nam ons mee naar het station. Desgevraagd vertelde hij, nog niet de blije persoon die hij normaal altijd is, dat de Amerikaan niet meer in het hostel verbleef. Duistere zaak. Onze trein arriveerde op tijd, 6:30u in de ochtend, en eenmaal ingestapt was het verhaal van de Amerikaan snel vergeten.

We komen nu bijna bij de grens aan. Mongolen zijn ons als volk opgevallen. Zoveel vriendelijkheid en hartelijkheid. Je kunt je haast geen kwaad van ze voorstellen. We raken er wat melancholisch onder. Benieuwd wat ons China zal brengen. Van onze laatste Tugriks hebben we 5 snickers gekocht. Wat ons van Mongolië nog rest zijn herinneringen en een paar schapenbotten…

Mongood Food frenzy

Voor het eerst sinds lange tijd heb ik mezelf weer overeten. Ik weet niet of dat ABN is, maar wat ik ermee probeer te zeggen is: ik heb veel teveel gegeten. Vanmiddag kwamen we op de Peace Avenue, vlakbij ons hostel, een eettentje tegen. Het werd geadverteerd als ‘Traditional Mongolian Fast Food Restaurant’, maar fast-food was het voedsel daar (naar onze maatstaven) zeker niet.

Onbekend met de plaatselijke gebruiken en portiegroottes, besloten we allebei een schotel te bestellen met daarnaast een aantal kleine bijgerechten. Judica koos voor gebraden kippenpoten en ik ging voor de specialiteit van het huis. We dachten dat we alleen wat vlees zouden krijgen en het bijbestellen van wat gebakken aardappels en een gekookt ei (dat doet iedereen hier) verstandig zou zijn. Dat bleek een smakelijke vergissing.

Een minuutje of 10 nadat we onze wensen hadden doorgegeven werd onze tafel volgezet met schalen, schotels en kommen. De meeste gerechten kwamen ons na een paar maaltijden in de ger bekend voor: 5, gekookte dumplings met schapenvlees, gefrituurde dumplings met schapenvlees, gekookte schapenvleesribben en gefrituurd platbrood. Het zag er allemaal erg smakelijk uit, maar het was veel teveel! En toen kwam Judica d’r maaltijd nog: drie gebraden kippenpoten met rijst!

Naar ons beste kunnen hebben we van de rijkdommen gegeten en met enige trots bleek dat de ‘food frenzie’ de schalen behoorlijk had aangetast. Evenzogoed hebben we nog bijna de helft van al het lekker moeten laten staan.

Deze maaltijd, en alle gerechten in de tent, hebben ons wel geleerd dat Mongolen traditioneel veel en vet eten. En ze zijn dol op schapenvlees! Ik vraag me af of deze cuisine het in Nederland goed zou doen, maar voor ons was het in elk geval een hele ervaring. Het schapenvlees was in het begin even wennen, niet in de laatste plaats ook door zijn kleur en structuur, maar er vallen beslist hele smakelijke soepen van te trekken en dumplings mee te koken.

Oh, en het toppunt: na afloop van deze schapenvleesorgie kwam de rekening. Ons werd vriendelijk verzocht de somma van 13.000 Tugrik neer te tellen. Omgerekend in onze thuisvaluta zou dat neerkomen op € 6,50. En dat was dan inclusief twee halve liters thee (à 10 cent) en een fors bord gebakken aardappelen. Ongelofelijk. Wat nu nog rest is een avondje uitbuiken. Mijn darmen zijn duidelijk niet aan al dat vette schapenvlees gewend. Poehee…


Gers!

Vanochtend werden we wakker in een ger, een traditionele Mongoolse nomadentent dus. Om kort een beeld te geven van het huis: de tent is rond en heeft een vloeroppervlak van ongeveer 25 vierkante meter en een diameter van 6 meter. Best ruim dus. Binnen is alles praktisch: in het midden staat een fornuis dat overdag de tent verwarmt en ‘s avonds gebruikt wordt om het eten op te koken. Verder een aantal fraaie, houten kastjes, lage tafels met krukjes, een wasmachine en een losse inbouwoven. Zeer indrukwekkend en prachtig, vooral ook het wiel-met-spaken-vormige glazen dak en de houten stelen waarop het dakzeil rust en waaronder allerlei boekjes, foto’s en andere zaken bij wijze van tijdschriftrekje worden gestoken.

Begz, zijn vrouw en kinderen ontvingen ons allervriendelijkst in hun huis, gisteravond. Om daar te komen moesten we een half uur lang zien te overleven in een overvolle (zeg maar, claustrofobische) stadsbus. De kinderen gingen met ons mee op de bus – ze kwamen net uit school – en waren onze giechelende gidsen. De ger van de familie staat in een gerwijk in het noorden van de stad. Veel nomadische Mongolen hebben zich de afgelopen jaren in deze wijken gevestigd. Het heeft wel iets paradoxaals: een wijk vol met omheinde kavels met daarop een ger of klein huisje en wat koeien; het platte land midden in de stad.

We werden meteen verwelkomd met een heerlijke, tradiotioneel Mongoolse maaltijdsoep: gazellevlees getrokken in water met groente en flensjesreepjes. Het geheel werd gekookt in de kom, afgedekt met een deegvel. Erg lekker. Begz leidde ons rond en vroeg me te helpen de koeien op stal te zetten. Uitvoerig demonstreerde hij mijn trage geest de traditionele knoop die gebruikt wordt om de koeien vast te zetten aan een paal. Praktisch, allemaal erg praktisch.

Na een avond allerlei verhalen van Begz te hebben gehoord, gingen we iets na middernacht onder zeil. Mongolen zijn geen vroege vogels en blijven dus graag lang op. De kinderen hoeven pas om half 2 naar school (tot vijf uur) en konden dus ook lang opblijven. Heel lief hing Begz voor ons een wit laken op om een eigen hoekje voor ons te creëren in de tent. Ik sliep wat beter dan Judica, al was het toch wel wennen om op de harde grond te slapen in een tent die ‘s nachts afkoelt van 25 graden naar 7. Best fris.

Vandaag zijn we laat opgestaan. Begz was al naar zijn werk. We ontbeten met vers gebakken brood (heerlijk) en jam van de supermarkt. Want laten we eerlijk zijn, Mongolen zijn ook mensen en genieten ook van gemaksproducten. Sowieso woont het gezin pas sinds twee jaar in een ger. Voordien woonden ze gewoon in een huis. In hun ger hebben ze nu al 88 gezelschappen ontvangen om ze de oude traditionele Mongoolse gebruiken te laten zien. Enfin, we zijn de stad tegen 11 uur ingetrokken en hebben de dag tot nu toe vooral doorgebracht met het organiseren van een dagtocht naar een natuurpark ten oosten van de stad. We gaan daar met een gids heen, bezichtigen daar het natuurschoon en gaan een stukje paardrijden. Erg benieuwd wat dat gaat opleveren. Maar het wordt allemaal vast erg gers…

Tussen mal en dwaas

Het landschap is er beslist mooier op geworden. Sinds gisteravond zitten we weer op de trein, dit keer van Irkutsk (Rusland) naar Ulaan-Bataar (Mongolië). Een gekke reis. Net hebben we een nogal uitgebreid douaneformulier ingevuld. Mongolen zijn kennelijk nogal gesteld op uitvoerige documentatie. We moesten precies opgeven welke valuta we bij ons hadden, of we radioactieve spullen bij ons droegen en welke radioapparatuur er allemaal in onze tassen zaten. Een heel werk. Gelukkig waren de formulieren, in tegenstelling tot de Russische, wel allemaal in het Engels.

Het afscheid van Jane en haar familie in Irkutsk gisteren was moeilijker dan gedacht. In een korte tijd (die overigens een eeuwigheid leek te duren) waren we best op elkaar gesteld geraakt. We voelden ons erg welkom. De hartelijkheid en gastvrijheid waren overweldigend. Jane heeft ons gisteravond naar het station begeleid. Omdat we ruim op tijd waren, hebben we haar nog het ‘Ghot express’ café kunnen laten zien waar we onze eerste, vroege uren in Irkutsk hebben doorgebracht. Ze bleek er nog nooit geweest te zijn en dat gaf ons dus eindelijk de kans om haar ook iets te laten zien.

Overigens bleek mijn overmoed gisteravond wel: ik dacht onderhand redelijk Russisch te kunnen spreken, zeker voldoende goed om een paar pannenkoekjes met jam te bestellen. Enthousiast probeerde ik ‘blini sa djzamom’. Na me kort wat vaag aangekeken te hebben, kreeg ik de indruk dat ze de bestelling had begrepen. Afgerekend en terug bij de tafel aangekomen, wachte ik blij mijn bestelling af. Na een paar minuten kwam mijn bestelling: een houten plank met gietijzeren schaal gevuld met gefrituurde deeghapjes en rauwe uien. Zo goed was mijn Russisch kennelijk toch niet.

Over een half uurtje paspoortcontrole. Ik ben benieuwd. Het proces duurt 3 uur en schijnt nogal grondig uitgevoerd te worden. Toeval bepaalde dat we in een coupé met een ander Nederlands stel terechtkwamen, dus er wordt hier uitvoerig gesproken over het leven op de trein en de spanning voor alle douanepraktijken wordt gedeeld. Een malle boel hier…

Gastvrijheid in Irkutsk

Als het tijd was om weer te gaan, immiteerde mijn vader vroeger vaak een boer: “Er is een tiet van kommen en er is een tiet van goan.” Na drie geweldige dagen in Irkutsk is het nu jammer genoeg weer ‘tiet’ van gaan geworden, of in het Russisch ‘sieska’. Gisteravond hebben we na een dag buiten gezellig wat gedronken en een mini-feestje gebouwd. Na een paar glaasjes vodka kwamen de tongen los en werden er internationale ‘vieze’ woorden uitgewisseld. Sieska is Russisch voor ‘tiet’ en wordt grappig genoeg door veel Russen ook gezegd als ze op de foto gaan. Een soort ‘say cheese’, maar dan anders…

Gisteren zijn we de dag rustig begonnen. We hebben op ons gemak ontbeten en zijn, toen de temperatuur buiten een beetje draaglijk was geworden, een eind gaan wandelen. Irkutsk is een mooie, levendige stad. Natuurlijk is het nu met temperaturen tussen –10 overdag en –30 ‘s nachts niet zo druk op straat, maar ‘s zomers is het beslist een hele gezellige boel hier. Overal in de stad lagen dikke lagen sneeuw. Doordat de temperatuur ‘s winters schommelt, zag je in dwarsdoorsnedes van de sneeuw afwisselend witte en grijze lagen: vorst en dooi.

Door Irkutsk stroomt een brede rivier, de Irkutsk rivier genoemd, en hij is werkelijk prachtig. Erg breed met aan de randen grote ijsvlaktes. Omdat de rivier flink stroomt, bevriest hij zelf niet. Aan het water staan veel standbeelden. Wat dieper in de stad ligt een groot stadspark waar voorheen altijd een permanente kermis was. Momenteel (dat wil zeggen, ‘s zomers) wordt het park gerenoveerd, maar het was nog steeds prachtig.

Overal in Irkutsk zijn mooie gebouwen gestrooid. Soms traditionele houten gebouwen met kleurrijke luiken en beteitst houdsnijdwerk. Maar ook veel kerkjes en statige gebouwen. Voor het eerst in Rusland zag ik ook een ‘echte’ kerk: een kerk naar Nederlands model en niet volgens het Russisch Orthodoxe model.

Na een kop koffie met Russische heerlijkheden in de ‘Coffee studio’ zijn we samen met Katja (een vriendin van Jane) en haar vriend Pasja gaan schaatsen op een bevroren stuwmeer. Het was geweldig: schaatsen in een sprookjeswinterlandschap. Na afloop zijn we naar huis gegaan en hebben we onder het genoegen van voldoende Vodka nog een hele leuke avond gehad, samen met nog een vriendin van Jane. We hebben erg gelachen en veel interessante woorden uitgewisseld…

Russische internationale vrouwendag

Het is nu maandag 8 maart en dat is in Rusland een nationale feestdag. De afgelopen twee dagen is er al naartoe geleefd. In Rusland kennen ze geen moederdag maar hebben ze internationale vrouwendag. Internationaal omdat het ook in Nederland vrouwendag is, maar hier wordt er echt iets mee gedaan. Docenten, universiteiten, scholen en andere overheidsinstellingen zijn dicht, vanaf zaterdag wordt er overal al aan gerefereerd, want ook toen waren al veel scholen dicht en werd er al gefeest. Het is vergelijkbaar met moederdag, alleen wordt het hier dan beter gevierd. Vrouwen doen in principe de hele dag geen klusjes en de mannen kopen iets voor de vrouwen. Omdat wij de ‘Babuscka’ (oma) van Jane wilden bedanken voor het feit dat ze zo lekker kookt hebben we gisteren voor haar een roos gekocht. Ze was helemaal blij en geemotioneerd. Van blijdschap pakte ze me beet en overwelmde me met kussen. Het broertje van Jane (17 jaar) en haar vader (die samen met haar moeder elders woont) zijn al bij de andere oma langsgeweest. Toen ze terug kwamen hadden ze voor Jane, Babushka en mij bloemen, kaarten en een lief klein teddybeertje meegenomen. Michiel was het er ook wel mee eens dat we dit in Nederland voor ons in ieder geval in gaan voeren. Trouwens, ergens eind februari is er dan natuurlijk ook internationale mannendag.

De afgelopen dagen heb ik Egor (het broertje) nogal zitten plagen dus ik voelde me erg schuldig. Als uitwisselingsstudent heeft mijn zus me ooit Lakrisal opgestuurd, ontzettend lekker vind ik het, maar die Amerikanen vonden het zo heftig dat ze ervan moesten huilen. Ik vertelde dit verhaal aan Egor en zei dat hij natuurlijk een ‘echte’ man is en niet zo zwak als die Amerikanen en gaf hem een Lakrisal. Hij vond het verschrikkelijk! Sindsdien was de deal dat hij ook vor ons iets moest vinden, hij probeerde het met kwark/ zure room. Uiteraard kennen we dat en reageerden niet zoals gewenst. Vervolgens kwam nog een drankje gemaakt van paarden– en geitenmelk, het was het beste te omschrijven als karnemelk met koolzuur. Gisteravond heb ik hem nog herrinnerd dat we vandaag vertrekken en net kwam hij met iets aan. Een soort van spek met aan de buitenkant het sterke kruiden, toen ik een hap nam vertrok mijn gezicht volledig, de stand is nu dus 1–1.

We zijn in Irkutsk niet zo druk geweest met posten omdat we ontzettend veel hebben gedaan. Hieronder volgt nog een korte samenvatting van de eerste dag. Op zaterdag zijn we aangekomen om 04.55 in de ochtend. We hadden tussen 9:00– 10:00 met Jane afgesproken in een café. Op zich was alles oke in het Hot express cafe (alles behalve de wc’s, maar goed). De zaak was 24 uur per dag open… dat klopte helaas niet helemaal. Tussen 9:00 en 10:00 was het gesloten omdat ze alles schoon gingen maken. Daar stonden we dan… –23 graden met onze rugzakken voor het Hot express Cafe. Gelukkig kwam Jane eraan en waren we snel bij haar appartement. Voor Russische maatstaven is het ontzettend luxe. Op zaterdag hebben we verder nog lesgegeven bij Jane op school. het is een soort extra school waar kinderen extra les kunnen krijgen voor of buiten het normale onderwijs om. Ze geeft privéles en we hebben spelletjes gespeeld met de meisjes. De meisjes hadden voor vrouwendag allemaal iets lekkers bij zich voor Jane. Daarna hebben we met een collega thee gedronken. Op de een of andere manier vinden ze ons hier toch heel erg bijzonder, ik heb zelfs betaald gekregen voor de lessen. Omgerekend 12 euro, maar voor hier is het een flink bedrag. Het engels is op zich helemaal correct, maar het Russische acccent blijf je horen. Voor hen zijn wij natives, al klopt dat natuurlijk ook niet helemaal.

Na de thee zijn we nog wat gaan rondlopen in Irkutsk (brrr..) en voegde zich Katja bij ons, een vriendin van Jane die Duits studeert (en het zeer goed spreekt!). We zijn in een soort pittoresk cafe wat gaan drinken, het was van binnen helemaal beschilderd zodat het eerder een tuin leek. Omdat het vandaag vrouwendag is vierden ze zaterdag dit al in de kroeg. Alle mannen (incl. Michiel) moesten een compliment opnoemen voor de vrouwen. Verder waren er nog rozen en andere prijsjes te winnen maar de sfeer was geweldig.  ‘s Avonds heeft Jane nog Sushi voor ons gemaakt (ze heeft ook Chinees gestudeerd en een jaar in Beijing gewoont), het was heerlijk! Omdat we zo vroeg zijn opgestaan zijn Michiel en ik daarna omgevallen en heerlijk in slaap gevallen. Het was een geweldig begin van onze tijd hier in Irkutsk.

Nu is het tijd om te gaan douchen, want morgen zitten we weer de hele dag in de trein. Deze keer is de reis tweede klas, dus ik ben benieuwd!

Minus vierentwintig

Het eerste deel van onze treinreis van Moskou naar Peking zit erop. Na een onrustige ‘nacht’ van hazenslaapjes en veel op de klok staren werden we om vier uur vannacht opgeschrikt door de Chinese conducteur die zonder enige waarschuwing onze coupé binnen liep en iets mompelde dat waarschijnlijk ‘opschieten, de trein komt zo’ betekende. We waren wat verbaasd, want onze deur zat op slot en we hadden van onze beleefde Aziatische vrienden toch zeker wel een klopje op de deur verwacht.

Iets voor vijf uur Irkutsk tijd kwam de trein aan op het station. Alles was nog donker en verlaten. Met dank aan een tip van onze host hier wisten we ons snel door de kou een warm plaatsje in een 24-uurs restaurant tegenover het station te bemachtigen. Een thermometer annex klok annex nog iets op een gebouw aan het spoor gaf de temperatuur aan: –24 graden. Erg koud. We ware in de trein bij wijze van voorbereiding al in onze warme kleren gesprongen, maar op –24 waren we misschien toch nog niet helemaal voorbereid. Wat vooral opviel was dat onze neus van binnen al snel begon te bevriezen!

Het prijspeil hier in Irkutsk is duidelijk wat vriendelijker dan in Moskou. Voor 26 roebel (ongeveer 75 cent) kregen we twee warme koppen thee. Nog eens 200 roebel (5 euro) hielpen ons aan twee borden frites en twee ‘steaks’ van pittig (knoflook!) gehakt. Een aangename afwisseling met de geïmproviseerde maaltijden aan boord van de trein.

Inmiddels zitten we alweer bijna 4 uur in het café. Kaarten zijn we beu, puzzelen ging vervelen en door slaap overmand beginnen we het hier binnen, de 24 graden warmte ten spijt, toch een beetje koud te krijgen. Het publiek hier in het restaurant is heel divers. Veel types die we in Nederland waarschijnlijk argwanend zouden vermijden: brede mannen met een schemerbaard en zware bovenarmen. Maar ook wat Aziatischere types. Al bijna net zo lang als wij hier zitten, worden we door een blonde, niet zo heel erg Russisch uitziende jongen vergezeld. Aan een tafeltje naast het onze dood hij de tijd met verwoede pogingen zijn vrienden nog voor het ochtendgloren aan de lijn te krijgen. Niemand neemt op en hij lijkt zijn lot als een (zeer verveelde) man te dragen.

Hopelijk ontmoeten we binnen nu en 60 minuten Jane en brengt ze ons naar een comfortabel en warm huis, bij voorkeur met een warme douche en schone toilet. Sanitair is een stiefkindje, hier in het koude Siberië. Zodra de ochtendspits in het restaurant voorbij was, begonnen de serveersters ijverig het hele etablisement te schrobben en soppen, maar de WC is daarbij helaas niet aan bod gekomen. Ter illustratie: het ding is uitgevoerd zonder bril, op kinderhoogte en bevat diverse voetafdrukken op de rand. Staan mannen hier op de plee? Enfin, we wachten af…

Midden in de nacht

Het voelt alsof ik midden in de nacht ben opgestaan, omdat ik niet kon slapen. Raar, want op een bepaalde manier is het ook inderdaad zo laat. Inmiddels zijn we met de trein Novosibirsk gepasseerd en het is nu dus 4 uur later dan in Moskou. Het hele ritme van de trein is alleen afgestemd op Moskouse tijd en dus is het nu pas 5 voor tien en tegelijkertijd midden in de nacht.

Enfin, ik kan dus niet slapen. Buiten is het erg koud. Er staan ijsbloemen aan de binnenkant van onze dubbele beglazing. Een klein thermometertje dat we aan de binnenkant van het raam hebben gezet is nu half aan het glas vastgevroren. Hij geeft op het moment –14  graden aan. Geen idee hoe koud het buiten is, maar onze stop in Novosibirsk leerde wel dat het zeker geen picnickweer is…

Dit stuk van de treinreis is ook wat minder comfortabel. Sind een uurtje wiebelt en schokt de trein veel meer. Waarschijnlijk komt het door de kou. Toch is het zo nu en dan een beetje griezelig hoe de wagon zichzelf lijkt te willen losrukken van die dwingende locomotief.

Ik heb vandaag voor Judica een vis gevangen. Of tenminste, zo voelde het. Een man op het station van Balabinsk verkocht gerookte vissen en Judica wilde er heel graag een. Communicatie verliep via Roebels. 100r voor een vis. De man wilde me eigenlijk een andere vis verkopen, eentje die al was schoongemaakt en gerookt, maar ik – met mijn domme kop – vond de intakte exemplaren die min of meer voor de show aan zijn karretje hingen mooier. Dat kwam me op een tamelijk intieme sessie met de ingewanden van het sparteldier te staan. Omdat we door een medereiziger (voorheen nog nooit gezien, overigens) werden gewaarschuwd voor dit soort versnaperingen, hebben we de vis gekookt in heet water van de samovar. We hebben allebei nog geen buikkrampen, dus het was vast allemaal niet zo erg als de man zei.

Mijn thee is inmiddels al wat afgekoeld. De duct-tape die we om het oor van onze aluminium mokken hebben gewikkeld helpt om ze wat hanteerbaarder te maken. Zo maar in mijn eentje een toost uitbrengen op de laatste treindag, morgen. Morgenavond, heel laat (over ongeveer 26 uur) arriveren we in Irkutsk en stappen we uit voor twee nachten. Benieuwd hoe dat zal zijn.

Verder heb ik Canasta geleerd te spelen. De eerste potjes verliepen wat stroef en het koste me dan ook nogal wat zelfbeheersing om de kaarten niet in de rondte te smijten. Na wat oefening gaat het al beter. Heel ontspannend allemaal. De kadans, niets anders hoeven dan zitten en zo nu en dan een praatje maken. Toch denk ik dat een week op de trein misschien wat teveel van het goede zou zijn. Een paar van onze medereizigers doen dat. Misschien spreken we ze later nog eens om te zien hoe het was. Nu keer ik voorlopig nog even terug naar het midden van de nacht en laat ik me door mijn kop hete kamillethee in slaap sussen…

Treinbenen, vis en stomende afvoer

De titel is misschien wat cryptisch, maar het zijn allemaal dingen die je meemaakt in de trein. Ik vroeg me af of er ook zoiets bestaat als ‘treinbenen’. Als je een bepalde tijd op zee hebt doorgebracht kun je toch ook zeemansbenen krijgen? Als dat ook geldt voor de trein hebben wij onze treinbenen lang en breed gekregen. Op zich is het niet zo ingewikkeld of nodig, je kunt je goed vaqsthouden, het enige moment dat treinbenen ecth nodig zijn is bij een toiletbezoek… Je schudt anders zo heen en weer :)

Anderhalf uur geleden zijn we gestopt in Balabinsk en waren er weer verkopers. We zaten midden in een aflevering ‘Rome’ en ik had weinig zin om naar buiten te gaan in de kou. Michiel is snel in zijn schoenen gesprongen en heeft foto’s gemaakt. Bij een van de vorige stops hadden de ‘Australiers’ een gerookte vis gekocht. Mij leek het ook wel wat maar uiteindelijk moesten we de trein in zonder vis. Op dit station liepen er weer mensen rond met gerookte vis. Na wat zwaai aanwijzingen van achter het raam heeft Michiel een vis gekocht. Hij was er zo blij mee dat hij Victor de Vis wel kon zoenen (zie foto!). Toen we terug waren in de trein kwam er opeens vanuit het niets (nog niet eerder gezien) een enorme Rus aan die ons waarschuwde voor de vis, eten op eigen risico. Ik was in al mijn enthousiasme uiteraard niet te stuiten. We lieten de beste ‘oer’mensen in onze omgeving (de Australiers/ Zweden) eraan ruiken en zij zeiden dat het geen kwaad kon. Hij was koud gerookt en nog steeds bevroren, bij temperaturen van –15 kan het ook bijna niet anders. Michiel heeft daarna als een echte ‘survivor man’ de vis opengesneden en… er zat gewoon nog kaviaar in. Omdat we de waarschuwing niet volledig in de wind wilden slaan hebben we de stukken vis nog ‘gekookt’ met water uit de samovar. Al met al een smakelijke maaltijd. Om helemaal zeker te zijn dat er niets aan bacterien blijft leven hebben we er nog wat wodkaachteraan gegooid. Ach, morgennacht stappen we weer uit.

Vanmiddag schreef ik over de douche die niet afliep, ik denk dat de afvoer bevroren was. Net als in Nederland eindingen de afvoersystemen van deze trein ook gewoon op het spoor. Op dit moment is het buiten zo koud dat als je naar de wc gaat of gewoon de wasbak gebruikt en de kraan uitzet er een stoomwolk uit de afvoer komt. Zoiets heb ik nog nooit gezien en het verbaasd me dan ook. Geweldig, het lijkt wel alsof we gewoon in een andere tijd leven.