0

Water en paarden

Wat doe je op een tropisch paradeiland? De hele dag in een hangmat liggen? Cocktails drinken en wat pootje baden op het strand? We hadden behoefte aan iets wat actievers, ofschoon niet té actief, want daar is een tropisch eiland natuurlijk veel te warm voor. We kozen voor een wandeling naar de waterval alhier. Deels te voet, deels te paard. En dat bleek geen slecht idee!

Het eerste deel van de tocht was de voetreis naar de ingang van het natuurpark waartoe de waterval behoort. Op de kaart een kippeneindje, maar in werkelijkheid nog best een stevige wandeling langs de kust. Al wandelend kwamen we groepjes koeien, stieren en paarden tegen. Na een uurtje, toen we de moed al bijna hadden opgegeven, vonden we de ingang van het park. Onze reservering voor twee paarden was niet goed doorgekomen, maar gelukkig waren er evengoed twee paarden. Halen en opzadelen van de paarden duurde een uurtje.

Mijn paard was een buitenlander, een statige kwartbloed, terwijl het paard van Judica duidelijk een local was: compacter en wit gevlekt. De weg naar boven was behoorlijk pittig voor de paarden. Na 3 kilometer waren ze letterlijk kletsnat van het zweet. Niet verwonderlijk ook, want de wandeling was goeddeels in de open zon bij een graad of 35.

Het laatste stukje van de wandeling was er niet langer een weg, maar slechts een rotsachtig pad. De paarden konden ons daar nog een heel eind op dragen, tot het pad echt te smal werd en we te voet verder liepen. We klommen over rotsblokken en kruisten regelmatig de rivier (die overigens in afwachting van de regentijd kurkdroog stond). Na 20 minuten stevig doorstappen bereikten we de waterval. Omdat we aan het einde van de droge tijd zitten, was de waterval fors afgeslankt, maar nog steeds heel indrukwekkend. Het water, afkomstig uit de lagune in de vulkaankrater, valt van bijna 200 meter hoogte recht naar beneden. We koelden ons gretig met het koude water onder de vulkaan.

De weg terug was makkelijker en we waren erg blij de hulp van onze viervoeters te hebben. Onderweg naar boven waren we wat dappere tweevoeters tegengekomen die het hele eind naar boven waren komen lopen. Vrolijk waren ze bepaald niet meer, terwijl wij afgezien van een houten kont ons kiplekker voelden.

Gelukkig hadden we geregeld door de paarden terug naar de Haciënda gereden te worden, zodat we gezellig en vooral ook gerieflijk samen terug konden gaan. Inmiddels was het tegen vieren geworden. Om ons af te koelen sprongen we van de pier in het koele meerwater om de rest van de middag in ledigheid in een hangmat door te brengen. Het goede leven!

‘s Avonds schoven we aan bij het buffet. De keukendames hier hadden een buffet met zeker 10 heerlijke gerechten gekookt en we genoten er met volle teugen van. Na afloop ben ik nog met wat mensen naar een klein barretje buiten de compound gelopen, terwijl Judica op de Haciënda achterbleef. We bleken de eerste gasten van de bar te zijn en trakteerden onszelf op een mooie fles bruine rum en 2 liter cola om het mee te verdunnen. Een mooi en smakelijk einde van een fantastische dag op dit paradeiland!

1. Een paar dorstige runderen 2. Wachten tot de paarden gehaald zijn 3. Het eerste stuk is vlak 4. Het 1 maand oude veulentje mag mee met mama 5. Cowbow 6. Mooi uitzicht richting meer 7. Het pad wordt smaller 8. Het laatste stuk moet te voet 9. Poeh! 10. Beloning 11. 180 meter hoog 12. En lekker koel 13. Prachtig ook 14. Na de rit zijn we alle dorstig 15. Terug naar huis

 

0

Twee dagen het schip in

De afgelopen twee dagen stonden in het teken van water; van varen op het water, om precies te zijn. Afgelopen dinsdag was onze eerste en enige volledige dag in Granada. De stad zelf is prachtig, maar best snel door te wandelen. Net buiten de stad ligt echter een groep van (naar verluid 365) mini-eilandjes die alleen vanuit een bootje te zien zijn.

Met een taxi reden we daarom vanuit ons hostel naar het Centro Turistico, een soort groot stadspark even buiten het centrum. Het park ligt aan het water en het wemelt er dan ook van mannen met bootjes die een tochtje naar de ‘Isletas’ aanbieden. De eerste man die we spraken wilde wel erg veel geld zien, dus we liepen wat verder en vonden een meneer met redelijkere ideeën. Hij vertrok direct, zonder op meer mensen te wachten.

Het bootje werd met wat hulp van omstanders van het strand getrokken, terwijl wij als pascha’s in het bootje mochten blijven zitten. Behalve de gids was er ook een stuurman aan boord van het kleine bootje, dat verder aan zo’n 10 touristen plaats zou kunnen bieden. In de schaduw van het afdakje gezeten genoten we van de rondvaart.

De eilandjes bleken voor het merendeel bewoond: op sommige isletas stonden kapitale villa’s, maar er waren er ook met slechts een hutje. Na 3 kwartier kwamen we in een gebied terecht waar geen andere bootjes meer te bekennen waren: dat deel bleek ook een stuk ongerepter. We zagen er bijzondere vogels (waaronder een pelikaan en vogels die bizarre hangende nesten maakten) en zowaar ook een schildpad. Alles bij elkaar een prachtige rondvaart waar we beiden veel plezier van beleefden.

De rest van de dag hebben we wat in Granada rondgelopen, van het zwembad in ons hostel gebruik gemaakt en ‘s avonds wat gegeten op de lokale restaurantboulevard. Daarna bijtijds naar bed…

Woensdagochtend waren we al vroeg uit de veren: de grote reis naar Isla de Ometepe stond op het programma. Het dubbele vulkaaneiland ligt midden in het meer van Nicaragua, een enorme binnenzee in het zuiden van Nicaragua. Vanuit het Zuiderlijke busstation van Granada namen we een chickenbus (zonder kippen, overigens) naar Rivas, om daar vandaan samen met twee andere touristen een taxi naar het havenstadje San Jorge te nemen.

Met een tamelijk luxe veerboot konden we snel en gerieflijk de overtocht maken naar Isla de Ometepe. De kajuit beneden was airconditioned en had hele lekkere stoelen. Door de ramen zagen we langzaam het eiland en de beide vulkanen erop groter worden. De grootste van de twee vulkanen, de Concepcion, is nog altijd actief. Een wolkje rook boven de krater dient als bewijs.

Eenmaal aangekomen op Moyagalpa, het grootste dorp op het 42.000 inwonders tellende eiland, wachtte ons de laatste etappe naar ons hostel, Haciënda Mérida: een taxibusje. De wegen op het meer ontwikkelde westelijke deel van het eiland (onder de actieve vulkaan) waren uitstekend. We kwamen zelfs een landingsbaan in aanleg tegen. Eenmaal op de oostelijke helft aangekomen veranderden de strak beklinkerde wegen direct in hobbelige zandpaadjes. Het laatste stuk van de reis was maar kort, maar duurde door de slechts weg dubbel zo lang.

De haciënda bleek een ware idylle aan het meer. Onze kamer bevindt zich op de eerste verdieping en heeft een eigen veranda (met mega-hangmat!). Het uitzicht is fantastisch en de mensen zijn vriendelijk.

‘s Avonds hebben we met wat andere gasten nog gezellig zitten kletsen. Tegen een uur of 10 konden we niet langer weerstand bieden aan het aanlokkelijke idee van een verkoelende duik en zijn we nog een paar baantjes in het meer gaan trekken. Heerlijk en prachtig, zwemmen op een door de maan verlicht meer vol met reflecties van de sterrenhemel er boven.

1. In de boot, net op weg naar de Isletas 2. Een oud fort om Granada tegen piraten te beschermen 3. Prachtige ligging voor een fort 4. Mini-mini-eilandjes 5. Eén eiland heeft wel heel schattige bewoners 6. Op de achtergrond de Mombacho vulkaan 7. Een pelikaan 8. Groene vlaktes van drijvende bloemen 9. Hangende vogelnesten 10. Een witte reiger 11. Op de kade naar Ometepe 12. De veerboot komt net aan 13. Taxireis naar de Haciënda 14. De Concepcion, rokend en wel 15. Een warm welkom 16. Onze veranda 17. Uitzicht 18. Een frisse duik 19. Even opwarmen 20. Zonsondergang