0

Mi nombre es Miguel

Na een dagje luieren en kletsen met de andere ‘studenten’ op La Mariposa begon vandaag de eerste studiedag. Om onszelf warm te lopen voor de lessen hebben we gisteren met een paar van de studenten Spaans kwartet gespeeld. Jammer genoeg brak een woeste regenbui het spel op, net op het moment dat ik zou gaan winnen…

Ontbijt om 7.15u, kregen we te verstaan. We zijn dus bijtijds opgestaan. Omdat hier tussendoor niet echt gesnackt kan worden, hadden we best wel trek. Ik had daarnaast een flinke koffiebehoefte. Het bruine wonder wordt hier alleen in de ochtend en de middag gemaakt: gisteravond moest ik het zonder stellen. Een kom met vers fruit, verse muesli en een wentelteefje: zeker geen slecht ontbijt.

Om acht uur ging de bel. Althans, zoiets. De hoofddocent las op wie bij welke leraar was ingedeeld. Het programma bestaat hier uit twee lessen. De eerste les duurt 2 uur, de tweede anderhalf uur. Voor ons was de eerste les ‘conservación’: feitelijk een beetje kletsen met de leraar. Voor wie echter geen Spaans spreekt is dat best een uitdaging, weet ik nu uit eigen ervaring. Na twee uur improviseren (en gelukkig sprak de docent ook wat Engels) was ik echt moe.

Een pauze van een half uurtje (met wat koffie!) bracht ons bij de tweede les. De eerste les hadden Judica en ik apart genoten, maar nu kregen we samen les van de hoofddocent, Bergman geheten (kennelijk vernoemd naar de honkballer David Bergman) is zowel dierenarts als leraar Engels. Hij bracht ons op een drafje wat handige uitdrukkingen in het Spaans bij. Zo stamel ik nu op verzoek ‘Mi nombre es Miguel’ en kan ik nu wie het weten wil vertellen dat ‘Juanita mi esposa’ is.

Er wordt hier drie keer per dag voor ons een maaltijd gemaakt; de middagmaaltijd is de grootste. Vanmiddag kregen we een heerlijk maal van gebakken rijst met sla, bruine bonen, zoete aardappelpuree en avocado. Ik heb het er flink van genomen, zeker omdat voor de middag een flinke wandeling gepland stond.

De wandeling voerde ons het dorp in. San Juan de Concepción is slechts een paar ‘calles’ groot, waarvan het merendeel een zandpad is. We bezochten een aantal plaatselijke handwerklieden: een huis waar ze houten speelgoedauto’s maakten (behoorlijk grote, overigens) en een mevrouw die uitermate kunstig van kalebassen sambaballen wist te maken.

We kregen een demonstratie van het proces: eerst wordt de top van de kalebas (een vrucht die hier aan bomen groeit) gezaagd. Met een lepel wordt daarna het vruchtvlees uit de kalebas gepeuterd, om hem daarna uit te koken. De buitenkant wordt daarna met een machetta schoon geschraapt en kleurig beschilderd. Als de verf eenmaal droog is en het handvat is bevestigd, wordt razendsnel met een kort stukje mes een patroon uit de maracas gegutst. Het eindresultaat is verbluffend, door zijn eenvoud en zijn inheemse charme.

De dag is echter nog niet voorbij. Vanavond wonen we nog een ´lezing´ bij over ´overconsumptie´. Ben benieuwd hoe dat zal zijn. Het is hier een beetje een hippieoord, met neohippies, maar ook de wat rijpere originele exemplaren.  Flower power!

1. Een autofabriek 2. Judica met verf op haar handen 3. Een van de vele handen 4. Een wandeling over de dorpstraat 5. Michiel met Papegaai 6. En Judica ook 7. Spits 8. Honeymooners
0

Onder de palmen

Gisteravond rond 8 uur zijn we geland op het vliegveld van Managua. Tijdens de vlucht hebben we geprobeerd onszelf nog wat in te lezen over de lokale gebruiken.  Zo vroegen we ons bijvoorbeeld af hoe we van het vliegveld naar ons hotel zouden komen. Per taxi, dachten we, maar hoe? En wat moest dat dan kosten?

Het ‘hoe’-deel van die vraag loste zich vanzelf op. Eenmaal door de douane werden we overspoeld door chauffeurs in gele shirts die ons op niet al te opdringerige toon hun taxi probeerden aan te prijzen. We hebben er een paar afgewezen, om na het opnemen van een paar broodnodige Cordoba’s toch maar te zwichten. De prijs verraste ons alleen wel een beetje: 20 dollar voor een ritje naar het hotel! We probeerden nog wat te onderhandelen, maar door vermoeidheid overmand gaven we het uiteindelijk maar op. De beste man bleek een gloednieuwe auto te rijden en reed ons keurig netjes naar het hotel. Later lazen we in de Lonely Planet dat zijn prijs feitelijk heel redelijk was, zeker gegeven de hoge benzineprijzen van het moment (ongeveer 30 Cordoba, ofwel 1 euro per liter).

Nu zit ik op het terras van ons hotelrestaurant. Het is hier behoorlijk warm, zo’n 30 graden, en een ware idylle. Er staan grote palmbomen rondom het zwembad en het dak dat me hier tegen de zon beschermt is van palmbladen gemaakt.

Vandaag is plannensmeeddag. Met dank aan Judica’s vindingrijkheid hebben we een lodge in het naburige Masaya gevonden waar we Spaanse les kunnen krijgen, paard kunnen rijden en allerlei mooie dingen kunnen zien. Dat klinkt lang niet slecht; zaak is nu om vandaag er achter te komen hoe we daar kunnen komen. Masaya lijkt niet ver weg te liggen, maar de Lonely Planet waarschuwde al dat busstations hier anders zijn dan thuis. En waar is het busstation eigenlijk?  En hoe komen we daar dan? Enfin, we houden onszelf vandaag nog wel even bezig, als het niet met plannen smeden is, dan wel met poedelen en zonnebaden…

1. Ons zwembad 2. Restaurantje 3. Niet slecht