Viz a viz

De pre-reisdag van vandaag in het kort: nieuwe fietsenstalling in ‘s-Gravendeel; paspoorten (met visa) eindelijk weer terug; presentatie zonder eindbazen een succes. Misschien moet ik nog een korte toelichting geven. Headlines werken op TV beter dan hier, bij mij op m’n witte scherm.

Vanochtend, in alle vroegte, waren er al ‘werklieden’ bezig op het busstation van ‘s-Gravendeel (Busstation is hier een eufemisme voor een lusvormige uitstulping in de weg waar weleens bussen gezien worden). Ze waren nieuwe fietsenrekken aan het plaatsen. Zo vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen wordt natuurlijk enige daadkracht verwacht, en die kan de burger dan ook krijgen, zelfs als daarvoor vijf zielen onredelijk vroeg hun warme lappen uit moeten. De hele matineuze operatie verklaart wel waarom ik gisteren mijn fiets kwijt was. Waarschijnlijk hebben dezelfde werklui (of verwanten) al met de fietsen lopen sleuren. Verder weinig belangstellend.

Dat de visa klaar zijn is groter nieuws. We waren er al een flinke tijd op aan het wachten. Via het Internet volgden we trouw de bewegingen van onze paspoorten langs ambassades in Den Haag en Brussel. Vanmiddag konden we de stickers en stempels die het tastbare bewijs van de reislust van onze legitimatiebewijzen vormen in ogenschouw nemen. Prachtig! Digitale beelden volgen spoedig, al waarschuw ik nu vast dat de hologrammen die zowel de Russen als de Mongolen op hun visumstickers gezet hebben het waarschijnlijk als bits en bytes minder goed zullen doen. Overigens waren de rode boekjes per abuis naar ons oude huis — nu dichtgespijkerd en slooprijp — gestuurd; per aangetekende post, dat wel.

En dan het laatste nieuwsitem: presentatie van mijn ‘product’ aan mijn collega’s, vanmiddag. Dat klinkt grootser dan het was. Feitelijk was het een praatje pot met wat plaatjes uit de toverlantaarn om het geheel wat officiëler te maken. Lekkere (maar ook weer niet zo heel lekkere) stroopwafels leukten het evenement nog wat verder op. De beide eindbazen van het grote ren-je-rot spel dat bij ons op de zaak wordt gespeeld lieten zich beiden excuseren. Iets met bruine bonen en uitlaatgas. Enfin, het waren drie gezellige kwartieren die me bovendien nog maar weer eens de gelegenheid gaven op te scheppen over onze reisplannen en het almaar slinkende aantal dagen alvoor die werkelijkheid worden. Zomaar een dag…

Eigen plek

Vaker dan me lief is merk ik dat dingen voor mij liefst een eigen plek moeten hebben. Een slecht, maar daarom niet minder noemenswaardig voorbeeld is bijvoorbeeld mijn fiets. Ik vind het fijn als mijn fiets zijn eigen plek heeft en houdt. Vandaag bijvoorbeeld, kwam ik na mijn werk uit de bus, om vervolgens 5 goede minuten te moeten spenderen aan het zoeken naar mijn fiets.

Het busstation van ‘s-Gravendeel is, zo weten slechts weinigen, weinig meer dan een bypass in de toch al niet zo heel drukke hoofdstraat van het dorp. Behalve twee haltehokjes vind je er nog drie fietsenrekken. In het linker rek had ik vanochtend mijn fiets gezet. Niet zo solide, maar half in het rek (want haastige spoed), maar voldoende voor een dagje, dunkte mij. Vanmiddag was hij dus weg.

Na veel turen en kraken vond ik uiteindelijk mijn fiets, nonchalant leunend tegen het bushokje voor de lijnen richting Dordrecht. Wat deed hij daar? Het slot zat er nog altijd op en zelfs zonder dat slot zou mijn fiets — het is niet echt een avonturier — vast niet zo ver van zijn eigen plekje zijn afgedwaald. Iemand heeft mijn fiets verplaatst!

Nog 22 dagen van onze wereldreis verwijderd, is de zorg nu eerder dat ik die eigen plaats van dingen zo belangrijk vind, dan dat ik me wezenlijk opgelaten voel door de geamuseerde blik van het tienermeisje in het bushokje aan de overkant. Hoeveel eigen plek krijg je op een wereldreis? 80 liter, of zoveel als er werkelijk in mijn rugzak past. Te klein voor een fiets, in elk geval…