Minus vierentwintig

Het eerste deel van onze treinreis van Moskou naar Peking zit erop. Na een onrustige ‘nacht’ van hazenslaapjes en veel op de klok staren werden we om vier uur vannacht opgeschrikt door de Chinese conducteur die zonder enige waarschuwing onze coupé binnen liep en iets mompelde dat waarschijnlijk ‘opschieten, de trein komt zo’ betekende. We waren wat verbaasd, want onze deur zat op slot en we hadden van onze beleefde Aziatische vrienden toch zeker wel een klopje op de deur verwacht.

Iets voor vijf uur Irkutsk tijd kwam de trein aan op het station. Alles was nog donker en verlaten. Met dank aan een tip van onze host hier wisten we ons snel door de kou een warm plaatsje in een 24-uurs restaurant tegenover het station te bemachtigen. Een thermometer annex klok annex nog iets op een gebouw aan het spoor gaf de temperatuur aan: –24 graden. Erg koud. We ware in de trein bij wijze van voorbereiding al in onze warme kleren gesprongen, maar op –24 waren we misschien toch nog niet helemaal voorbereid. Wat vooral opviel was dat onze neus van binnen al snel begon te bevriezen!

Het prijspeil hier in Irkutsk is duidelijk wat vriendelijker dan in Moskou. Voor 26 roebel (ongeveer 75 cent) kregen we twee warme koppen thee. Nog eens 200 roebel (5 euro) hielpen ons aan twee borden frites en twee ‘steaks’ van pittig (knoflook!) gehakt. Een aangename afwisseling met de geïmproviseerde maaltijden aan boord van de trein.

Inmiddels zitten we alweer bijna 4 uur in het café. Kaarten zijn we beu, puzzelen ging vervelen en door slaap overmand beginnen we het hier binnen, de 24 graden warmte ten spijt, toch een beetje koud te krijgen. Het publiek hier in het restaurant is heel divers. Veel types die we in Nederland waarschijnlijk argwanend zouden vermijden: brede mannen met een schemerbaard en zware bovenarmen. Maar ook wat Aziatischere types. Al bijna net zo lang als wij hier zitten, worden we door een blonde, niet zo heel erg Russisch uitziende jongen vergezeld. Aan een tafeltje naast het onze dood hij de tijd met verwoede pogingen zijn vrienden nog voor het ochtendgloren aan de lijn te krijgen. Niemand neemt op en hij lijkt zijn lot als een (zeer verveelde) man te dragen.

Hopelijk ontmoeten we binnen nu en 60 minuten Jane en brengt ze ons naar een comfortabel en warm huis, bij voorkeur met een warme douche en schone toilet. Sanitair is een stiefkindje, hier in het koude Siberië. Zodra de ochtendspits in het restaurant voorbij was, begonnen de serveersters ijverig het hele etablisement te schrobben en soppen, maar de WC is daarbij helaas niet aan bod gekomen. Ter illustratie: het ding is uitgevoerd zonder bril, op kinderhoogte en bevat diverse voetafdrukken op de rand. Staan mannen hier op de plee? Enfin, we wachten af…

Midden in de nacht

Het voelt alsof ik midden in de nacht ben opgestaan, omdat ik niet kon slapen. Raar, want op een bepaalde manier is het ook inderdaad zo laat. Inmiddels zijn we met de trein Novosibirsk gepasseerd en het is nu dus 4 uur later dan in Moskou. Het hele ritme van de trein is alleen afgestemd op Moskouse tijd en dus is het nu pas 5 voor tien en tegelijkertijd midden in de nacht.

Enfin, ik kan dus niet slapen. Buiten is het erg koud. Er staan ijsbloemen aan de binnenkant van onze dubbele beglazing. Een klein thermometertje dat we aan de binnenkant van het raam hebben gezet is nu half aan het glas vastgevroren. Hij geeft op het moment –14  graden aan. Geen idee hoe koud het buiten is, maar onze stop in Novosibirsk leerde wel dat het zeker geen picnickweer is…

Dit stuk van de treinreis is ook wat minder comfortabel. Sind een uurtje wiebelt en schokt de trein veel meer. Waarschijnlijk komt het door de kou. Toch is het zo nu en dan een beetje griezelig hoe de wagon zichzelf lijkt te willen losrukken van die dwingende locomotief.

Ik heb vandaag voor Judica een vis gevangen. Of tenminste, zo voelde het. Een man op het station van Balabinsk verkocht gerookte vissen en Judica wilde er heel graag een. Communicatie verliep via Roebels. 100r voor een vis. De man wilde me eigenlijk een andere vis verkopen, eentje die al was schoongemaakt en gerookt, maar ik – met mijn domme kop – vond de intakte exemplaren die min of meer voor de show aan zijn karretje hingen mooier. Dat kwam me op een tamelijk intieme sessie met de ingewanden van het sparteldier te staan. Omdat we door een medereiziger (voorheen nog nooit gezien, overigens) werden gewaarschuwd voor dit soort versnaperingen, hebben we de vis gekookt in heet water van de samovar. We hebben allebei nog geen buikkrampen, dus het was vast allemaal niet zo erg als de man zei.

Mijn thee is inmiddels al wat afgekoeld. De duct-tape die we om het oor van onze aluminium mokken hebben gewikkeld helpt om ze wat hanteerbaarder te maken. Zo maar in mijn eentje een toost uitbrengen op de laatste treindag, morgen. Morgenavond, heel laat (over ongeveer 26 uur) arriveren we in Irkutsk en stappen we uit voor twee nachten. Benieuwd hoe dat zal zijn.

Verder heb ik Canasta geleerd te spelen. De eerste potjes verliepen wat stroef en het koste me dan ook nogal wat zelfbeheersing om de kaarten niet in de rondte te smijten. Na wat oefening gaat het al beter. Heel ontspannend allemaal. De kadans, niets anders hoeven dan zitten en zo nu en dan een praatje maken. Toch denk ik dat een week op de trein misschien wat teveel van het goede zou zijn. Een paar van onze medereizigers doen dat. Misschien spreken we ze later nog eens om te zien hoe het was. Nu keer ik voorlopig nog even terug naar het midden van de nacht en laat ik me door mijn kop hete kamillethee in slaap sussen…