Mal Malaka

Om een uur of drie vanmiddag kwamen we eindelijk in ons hostel in Malaka aan. Zoals eerder al geschreven verliep de heenreis niet helemaal soepel. Op het busstation van Malaka speelden we zelfs nog even met het idee om heel Malaka maar over te slaan en meteen door te reizen naar Singapore. We hadden zelfs al onze buskaartjes voor Singapore toen we (vanwege een gebrek aan slaapplaatsen aldaar) toch besloten maar een nachtje hier in Malaka te blijven.

Even opfrissen en snel de stad in dus maar, want we hebben hier minder dan 24 uur. Dat is wat weinig voor een stad die voor Maleisië historisch zo belangrijk is. Maar goed, weinig keus. De stad bleek overigens helemaal niet zo groot, althans, het oude deel niet. Ik denk dat we met onze wandeling vandaag wel een groot deel gezien hebben. Best leuk.

Het eerste dat ons opviel was het ‘Stadthuys’, een eerste bewijs van het feit dat Nederlanders hier een tijd gezeten hebben, in de tijd dat koloniën nog hip waren. Ook de aanwezigheid van een ‘Dutch square’ en een heuse miniatuurwindmolen geven ons een licht thuisgevoel. Wat verder doorgelopen komen we alleen al snel in Chinatown terecht en verdwijnt dat gevoel weer grotendeels. Wel erg leuk, overigens. Omdat het weekend is (en in Islamistisch Maleisië begint dat al op vrijdag), is in een van de hoofdstraten een grote braderie gaande.

Op de avondmarkt (ofwel ‘pasar malam’) is een mengelmoes van prullaria en veel eten te vinden. We hebben onszelf aan een paar snacks bezondigd, waaronder een soort aardappelchipsspiraal op een stokje en een pannenkoekwafel met maïsgelei. Verder op de valreep nog een hangertje voor Judica gekocht en een paar nieuwe armbandjes.

Toen we voor een kopje koffie neerstreken werden we geholpen door een vriendelijke Europese dame. Haar accent verried haar oorsprong en een minuut later lieten we Engels varen en praatten we verder in ons eigen Nederige taaltje. Ze bleek samen met haar man een soort ecokroeg te zijn gestart, bij wijze van experiment. De koffie smaakte goed en over de thee hoorde ik Judica ook niet klagen. En oh! Ze hadden spritsen bij de koffie!

Na het snacken hebben we toch nog maar wat ‘fatsoenlijk’ eten besteld. Bij een Chinees eethuis dat vast en zeker in de Lonely Planet staat (getuige de gidslezende voorbijgangers) hebben we na een minuut of 10 voor de deur in de rij te hebben gewacht de lokale specialiteit ‘chicken rice balls’ met gestoomde kip en taugé gegeten. Niet slecht; zeker niet. Beslist voldoende om onze nacht in ons wat eigenaardige (maar niet onprettige) hostel zonder honger door te komen.

1. Dutch Square in Malaka 2. Judica dartelt rond de fontein 3. Michiel predikt voor de kerk 4. Is dat het Stadthuys 5. Ja, kennelijk! 6. Wat zien ik; een windmolen! 7. Dat is raar! 8. Maar het is echt waar! 9. Bikken om wat snoep los te krijgen 10. Aardappelchipsspiraalbakkers 11. Aardappelchipsspiraaleter 12. In de rij voor de Chinees 13. Buiten is de keuken (naast de rij) 14. Binnen hangt een gezellig Chinees sfeertje 15. Chicken rice balls; een beetje vreemd, maar wel lekker 16. Terug in ons bijzondere hostel

Malaka Sentral

Lieve Webblogvrienden, hier een bericht vanaf Melaka Sentral. Ik zit hier op een grasgroen plastic kuipstoeltje voor het plaatselijke filiaal van McDonalds. Onze bepakking staat achter me in een hoek en ik wacht op Judica. Ze is net naar een busticketbureau gegaan om tickets naar Singapore voor overmorgen te regelen. Geen idee hoe lang dat nog duurt, maar een sinecure is het zeker niet.

Een kort verhaaltje over onze busreis vanaf KL naar Malaka vanochtend: ruim op tijd hebben we onze kamer deze morgen ontruimd. Het was bepaald geen grote kamer, dus het was wat passen en meten om die grote backpacks en onszelf tegelijk een prominente plaats in de kamer te kunnen geven. Maar dat lukte. Bij de 7-eleven weer ontbijt gehaald (kaya– en chocoladebroodjes) en meteen doorgestiefeld naar de halte van de shuttlebus die ons bij het tijdelijke ‘interstate bustation’ zou brengen. Tot zover ging alles soepel. De bus kwam ook nog netjes aan, maar eenmaal  op het busstation ging het helaas toch een beetje mis.

Ik zal jullie niet te lang in spanning houden en niet om de hete brei heen draaien: hoeveel dingen er ook mis gaan, de dingen die niet gaan zoals gepland, die rieken naar oplichting of op dommigheid neerkomen zijn toch het interessantst om te lezen. Enfin, we zijn opgelicht. De buskaartjes die we een paar dagen terug op hetzelfde busstation kochten bij ‘kaunter’ 52 bleken vanochtend bij counter 24 precies helemaal niets waard.

De vrouw die ons de vorige keer had geholpen (en die door hoor collega in het Maleis achteraf gezien kennelijk werd veracht om wat ze deed) bleek nogal te hebben gegoocheld en het feit dat er vanochtend niemand bij loketje 52 zat (het zijn overigens allemaal kleine onderneminkjes; achter elk hokje gaat een ander privaat busbedrijfje schuil) maakte ons al snel pijnlijk duidelijk dat er enige opzet in het spel geweest moet zijn.

Na wat boosheid te hebben geventileerd uiteindelijk toch maar tot constructieve actie overgegaan. Op het geïmproviseerde megabusstation was ook een politiepost aanwezig en na enig aandringen was een van de geuniformeerde vrienden bereid te zaak voor ons tot op de bodem uit te zoeken. Wij zelf hadden al behoorlijk wat van de plaatselijke kastjes en muren gezien en met enige opluchting merkten we dat ook oom agent schaamteloos werd rondgestuurd. Toen ook hij het zat was, sloeg hij met de spreekwoordelijke vuist op de tafel van balie 24 en eiste van hen, ofschoon hullie in alle toonaarden betrokkenheid ontkenden, dat ze voor een oplossing zouden zorgen. Dit alles uiteraard in het Maleis. Eindresultaat: na bijbetaling van 6 ringgit konden we alsnog op de bus en nog wel een half uur eerder dan gepland. Wij blij.

Een uur of drie later zit ik nu op het busstation van Melaka en gelukkig is er gelijk nog een tegenvaller te incasseren: we hadden graag overmorgen met de bus naar Singapore gereisd, zodat we nog een volle dag in Melaka zouden hebben, maar er blijken geen kaartjes meer beschikbaar te zijn. Gevolg is dat we nu al morgenmiddaag om 2 uur vertrekken. Dat laat ons maar weinig tijd. Maar niet getreurd: we maken er het beste wel weer van. We zijn al in Malaka aangekomen en dat is al lang niet zo vanzelfsprekend gebleken als gedacht.

Blubberdorp

Gisteren kwamen we al in Kuala Lumpur aan, maar erg veel moed om grote dingen te doen hadden we nog niet. Dat gehobbel met die minivan was met name mij niet in de koude kleren gaan zitten. Van het heftige bochtenwerk aan het begin van de rit was mijn maag wat van slag geraakt en de anti-allergiepil van de avond tevoren had me erg duf weten te maken. Maar goed, vandaag een nieuwe kans.

De nacht in ons hostel was kouder dan gedacht. Uit zuinigheid hadden we geen A/C besteld, maar zelfs met alleen de ventilator aan kregen we het vannacht nog best koud. We zijn duidelijk aangepast aan het klimaat (of gewoon zeikerds). Vanochtend hebben we ontbeten bij de 7-eleven, want we hadden weinig zin om er gedoe van te maken. Gewoon een paar witte puntjes gevuld met kaya (eierjam met kokos) en gaan met die banaan.

Voor de lunch hadden we afgesproken met Anton, een Wit-Rus die we op Koh Tao ontmoet hadden. Om tot die tijd nog wat te doen te hebben, besloten we Times Square maar eens te verkennen. We hadden begrepen dat Times Square een vele verdiepingen hoog marktgebouw was, maar daar kwamen we een beetje bedrogen mee uit: het bleek gewoon een enorme shopping mall te zijn, zoals KL er zovelen rijk is. In zo’n winkelcentrum is normaliter niet veel te doen en we verwachten dan ook weinig. Judica trakteerde zichzelf op een lekkere sandwich van SubWays (want aan Amerikaanse restaurants is op Times Square geen gebrek) en daarna stiefelden we door naar de 6e verdieping.

Op de plattegrond stond aangegeven dat in het gebouw een ‘theme park’ was. Dat hadden we in Penang ook al eens zien staan en het bleek dan om een gokhal te gaan. Evengoed nieuwsgierig heb ik Judica meegesleurd om tot een verrassing te komen: een deel van de wolkenkrabber bleek tussen de 5e en de 10e verdieping te zijn opengewerkt om een waar indoor-pretpark te herbergen. Behalve diverse kermisattracties was er ook een heuse (en geen kinderachtige!) achtbaan. We hebben hem niet in werking gezien, maar het zag er best angstaanjagend uit.

Uiteraard was er bij het pretpark ook een ouderwetse gokhal en dit keer konden we ons niet bedwingen. We hebben voor 3 euro aan tokens gekocht en zijn losgegaan op de apparaten. Eerst een paar spelletjes Streetfighter 4 tegen elkaar. Ik heb Judica helemaal ingemaakt, ha! Daarna de airhockeytafel bedwongen: 6–5 voor Judica. En om het helemaal af te maken zijn we allebei nog een paar rondjes op de motorfiets wezen scheuren. Met 150 door de bocht… dat deed ons terugdenken aan de goede oude tijd in Vietnam…

Rond twaalf uur hebben we Anton van de monorail opgepikt. Overigens ook een fantastische uitvinding. Ik was er meteen gek op. Kleine metrostellen die in de lucht op een enkele betonnen balk balanceren. Veel minder lelijk dan die grote metroviaducten. Maar goed, Anton dus: hij zag wat grauw en was duidelijk minder blij dan op Koh Tao. We hebben hem geprobeerd wat op te monteren en zijn daartoe maar een stukje de stad in gelopen richting de Petronas torens.

Gek genoeg lijken die op 4 na ‘s werelds grootste torens als je eronder staat helemaal niet zo hoog. Ze reiken bijna een halve kilometer de hemel in, maar zouden ook voor 100 meter hoog kunnen doorgaan. Het menselijk ook is duidelijk niet zo kritisch meer voorbij ‘heel hoog’. Erin konden we jammer genoeg niet, maar rondom de torens zijn een groot winkelcentrum en park opgetrokken. We hebben daar wat rondgekeken en ons verbaasd over de vele dure winkels. In het park vonden we wat rust en konden we de torens ook van een afstandje bekijken.

(Toevoeging van Judica: In het park was ook een soort zwembad ruimte, blauwe tegels, schoon water, je kent het wel. Er stonden twee vrouwelijke wachters bij en ik mocht niet eens het water inlopen. Als ik de richting opliep werd er streng gefloten en gewezen. Geen idee waarom niet. Bij de schommels even later hetzelfde, ik heb twee keer heen en weer gezwaaid voordat er gehoofddoekte beambte mij gebaarde van de schommel af te gaan.)

Na een kop koffie bij Starbucks hebben we Anton weer terug op de monorail naar huis gezet en zijn we zelf nog even bij een grote electronicamall langsgelopen om de laatste ringgit die ik nog van mijn verjaardag over had op te maken. Onze nieuwe fotocamera produceert indrukwekkende hoeveelheden bytes en om die allemaal mee te kunnen nemen, heb ik nu een mooie ferrari-rode harde schijf gekocht. Het is een juweeltje. Oh, en we hebben nog een klein uitvouwbaar luidsprekertje op de kop getikt.

Gisteravond hebben we op mijn voorspraak Indiaas gegeten en vanavond mocht Judica kiezen: het werd Chinees. In een foodcourt vlakbij het hostel, midden in China-town kregen we voor weinig lekkere, peper-loze rijst met kip voorgeschoteld. We hebben ervan gesmuld en daarna rustig de avond op de kamer doorgebracht.

1. Wat oude geveltjes in China Town 2. De Moskee waar de stad ooit is begonnen 3. Een pretpark in een winkelcentrum 4. Het kan echt 5. Een paqar verdiepingen vrij , dan past er ook een achtbaan in 6. Monorail komt aan 7. En daar is Anton 8. Onderweg naar de Petronas Towers 9. KL is echt een groene stad 10. Zo hoog lijken ze niet 11. Hij reikt slechts tot in de hemel 12. Binnen weer eens 10 verdiepingen winkels 13. Op pad in het parkt 14. We zijn er echt geweest 15. Zijn ze geen plaatje 16.  Ze mag er niet in. 17. Twee keer geschommeld 18.  Wat is de veiligheidsregel met de riem 20. Petaling street, de winkelmarkt in China Town 21. Kunstig overdekt  met glasconstructie 22. Ons romantische dinerplekje 23. Met duidelijke regels 24. Michiel smult 25. Zo leuk zo'n kind, maar die bilnaad

Stinkbloemglibberen

Het is waarschijnlijk niet zo’n eerbiedige naam voor (kennelijk) ‘s werelds grootste bloem, maar eerlijk is eerlijk, hij stinkt. Van dichtbij heb ik hem niet geroken, maar het was zeker niet de lucht van rozenblaadjes die alle vliegen tot het grote bruinrode geval aantrokken. Heel bijzonder om te zien, zeker wetende dat Rafflesia’s maar één keer in hun leven voor een paar dagen bloeien.

Overigens was het niet zo makkelijk om die stinkbloem te vinden. Vanochtend werden we opgehaald met een oude landrover, eentje zonder profiel op de banden. We maakten ons maar geen zorgen. Drie kwartier later eindigde de asfaltweg en kregen we het sein ‘offroad’. Dat klonk spannend, maar bleek in de praktijk eerder angstaanjagend. Zonder profiel had de 4x4 soms best wel moeite om over het smalle, modderige en vooral ook doorgroefde pad te geraken. Twintig minuten en heel wat stevig geknepen handen later kwamen we aan het einde van de weg.

De gids vertelde ons, misschien om ons in te peperen, dat in sommige delen van het jaar het pad voor de jeeps te onbegaanbaar waren en mensen dan de hele tocht (zonder lieslaarzen) naar boven moesten soppen. Enfin, aldus relativeerden we onze drabetappe om gauw verder te gaan met het wandeldeel. Dat viel erg mee. We maakten een lekkere junglewandeling met wat klauteren en glibberen, maar zonder al het andere dat zo’n tocht vervelend kan maken (zoals muggen en vliegen).

Aan het eind van de wandeling stonden we dan oog in oog met de Rafflesia: bijna alsof de bloem zo uit het sprookjesbos van de Efteling was geplukt. De leerachtige bloembladen en de oranjebruine kleur riepen een papier-maché beeld op. Uiteraard bleven we netjes van de bloem af, maar op de foto mochten we er wel mee…

Enfin, de rest van de dag hebben we nog wat in de omgeving rondgekard. Een hapje gegeten bij een lokaal Indiaas restaurant (lekker!), een bezoekje aan de plaatselijke theefabriek van BOH en nog wat rondkijken bij een vlinderboerderij en aardbeiplantage. Op de vlinderfarm hadden ze behalve vlinders nog een paar exotische insecten: nog nooit zulke grote kevers gezien! Uiteraard hebben we nog een paar verse zomerkoninkjes (met slagroom en honing!) genuttigd om nu redelijk uitgevloerd nog een plan voor de avond te maken. Misschien met een paar mensen de kroeg in en nog wat napraten over bloemen die naar kaas ruiken en kevers met een neushoorn?

1. Offroad richting stinkbloem 2. Judica en de grote bloem 3. Hele grote bloem 4. Jungle zonder enge beestjes! 5. Halverwege een mooie waterval 6. Michiel doet blij 7. Pijltjes schieten met aboriginals 9. Onze landrover na de jungletocht 10. Judica na de jungletocht 11. Judica proeft de thee 12. Prachtige bloem in de vlinderfarm 13. Judica speelt met een neushoornkever 14. Michiel probeert bij twee parende kevers uit de buurt te blijven

Hogerop gezocht

Sneller dan het licht of toch zeker sneller dan mijn maag aankon, raceten we vanochtend met een minivan van Penang naar Tanah Rata in de Cameron Highlands. Toen we ons ticket kochten, geloofden we nog 5 uur over de reis te zullen doen, maar na amper 3 uur reizen stonden we hier al om 9 uur op de stoep.

Gisteravond hebben we nog snel een guesthouse geboekt, voor onze gemoedsrust, maar ook omdat we er dan meteen door de minivan afgezet zouden kunnen worden. De vrouw die ons bij Kang’s Travelers Lodge ontving was allerhartelijkst. Het lodge is een echte backbackersplek: kleine kamers, gedeelde douches en heel veel plek om te zitten en te kletsen. Achterin is nog een barretje met pooltafel en plek voor een heus kampvuur. Het ziet er allemaal erg gezellig uit.

Nu zit Judica met een paar backpackers Duits te kletsen, maar vanmiddag was ze nog zo actief niet. Ik ook niet overigens. Vannacht hebben we erg slecht geslapen, mede omdat we wisten dat we heel vroeg op moesten staan: je slaapt dan in met onrust die je de hele nacht wakker houdt. Na een snelle lunch zijn we dan ook maar even op één oor gaan liggen. Onze kamer is klein (feitelijk alleen een bed), maar netjes en de koelte hier maakt slapen een stuk aangenamer.

Vanmiddag hebben we hier nog wat rondgewandeld. We hebben voor morgen een dagtrip geboekt, zodat we snel veel van de omgeving kunnen zien. We gaan onder andere de jungle in op zoek naar reuzenbloemen. Het is hier regenseizoen, dus ik hoop dat we het droog houden. Sowieso is het hier niet erg warm (want hoog), dus we zullen ons op wat minder mooi weer moeten kleden.

De avondmaaltijd hebben we weer bij een Indiaas restaurant genoten. Kip Tandoori met Naan brood, wederom alles met de handen te verorberen. Het blijft wat ingewikkeld, maar lekker was het zeker. Straks nog wat kletsen, misschien nog een spelletje pool spelen en dan onder zeil om fit te zijn voor ons avontuur morgen.

1. In de hooglanden ziet er er anders uit 2. Het doet hier en daar wat aan Oostenrijk denken 3. Shiny happy people 4. Onze lodge verstopt in de jungle 5. Entree met een grote showtrap 6. Paar mooie bloemen voor de deur 7. Grasmaaien op z'n Maleis 8. Weer eens wat anders dan een bikini

Jungle tocht…

Na gisteren gekleed te zijn op een lagen wandeling besloten we vanmorgen korte broek en slippertjes aan te doen. Alles is hier goed verzorgd en geasfalteerd, why should we?

Na een nieuw ontbijtje (een broodje met Kaya, soort van pasta van ei en kokosnoot, erg lekker) op naar de bus. Na een ijskoude busreis (de airco staat zo hoog dat Judica zich aankleedt als ze de bus in gaat) komen we aan bij de ingang van het nationale park. We schrijven ons in (het biedt hoop dat ze bijhouden wie er in het park zijn) en beginnen aan de wandeltocht.

Al vrij snel komen we tot de conclusie dat het fraaie wandelpad dat ons het park in leidt niet het hele park doorloopt. Na een kleine kilometer wordt het pad voor slipperdragenden onbegaanbaar en besluiten we maar om te keren. Stom, hadden we ons nu toch maar op jungle gekleed.

Eenmaal terug bij de ingang van het park ‘ontdekken’ we nog een klein bezoekerscentrum met een paar maquettes, opgezette dieren en hippe computerpresentaties. Leuk en misschien ook surrogaat voor de dingen die we in het park niet gezien hebben.

Door de verzengende hitte lopen we dan maar een stukje terug, richting de strandboulevard. Of in elk geval, dat is wat we denken. De wandeling blijkt veel langer dan gedacht en na een eindje langs de weg te hebben gelopen en de eerste regendruppels te hebben geïncasseerd besluiten we de bus maar te nemen. Aan de strandboulevard is het alles luxe: dure resorts, gepeperde restaurants en glimmende hotels. We wandelen, inmiddels al wat hongerig, langs menig overprijsd eethuis, totdat we wat hoop aan de horizon ontwaren: een KFC!

Kentucky Fried Chick telt niet als inheems eten, dus we doen (min of meer voor de vorm) nog even ons best iets Maleis te vinden. Tot onze vreugde vinden we vlakbij de KFC ook een foodcourt. Voor nog geen 4 ringgit per persoon krijgen we daar allebei een lekkere rijstschotel: Michiel met pittige kip en Judica nasi. Lekker en zeker beter dan een pot vette kipkluiven uit de states.

Veel strand zien we de rest van de middag niet meer. Het weer is wat druilerig geworden en we besluiten terug de stad in te gaan. Als we eenmaal (via een omweg of twee) weer bij het hotel aankomen is het alweer 5 uur. We rusten wat en frissen ons op, om dan de avond in Little India door te brengen.

In Little India, of althans de vier straten die door Indiërs bewoond worden, is het een grote feestelijke boel. Kraampjes buiten, wierrooklucht, Hindoestaanse muziek, heel gezellig. We eten een pannenkoekbroodje met kip en ei en strijken later neer bij een groot Tandoori restaurant. Daar eten we (zonder bestek, slechts met de handen) nog wat naanbrood met kip. Erg lekker!

Morgen reizen we af naar de Cameron hooglanden. Om zes uur in de morgen wel te verstaan. Een goede reden om wat bijtijds te gaan slapen dus. Een slaapadres hebben we maar vast geboekt, want vanaf morgen is het een week schoolvakantie in Maleisië. Dit keer gaan we voor sober: een tweepersoonskamer met gedeelde badkamer. Het zal ons benieuwen…

2. Prachtig uitzicht 3. En erg ontspannend 4. Maleisiërs komen hier al generaties lang voor hun rust 5. En dat begrijpen we best 6. Het betrekt een beetje 7. Hup, de jungle in 8. Door de bladeren zien we nog steeds het water 9. Na het wandelen even bijtanken in een plaatselijk foodcourt 10. Oh, en dit is trouwens een heel groot warenhuis

4×4=60

Onze hotelkamer heeft geen ramen. Dat hebben we op onze reis al weleens eerder gehad, alleen was ik alweer vergeten hoe lastig dat is. Zonder ramen heb je op de kamer geen enkel besef van tijd. Vanochtend werden we dan ook later wakker dan we dachten. Op Koh Tao werd ik meestal rond 8 uur vanzelf wel wakker, maar hier wees de klok al 10 uur aan voordat de luiken open sloegen.

Gelukkig hadden we voor vandaag geen hele wilde plannen. Voornaamste activiteit, zo stelden we ons voor, zou een treinritje Penang Hill op worden. Vanochtend dus, na een Europees ontbijt hier ergens in de straat, op richting busstation.

Ons was in het hotel verteld dat we bus 204 zouden moeten nemen, maar eenmaal bij de bushalte aangekomen vertelde een man van Rapid Penang ons dat het bus 10 zou moeten worden. Hij vertelde ons dat de bergtrein naar de 800 meter hoge top van Penang Hill tot het eind van het jaar uit de running is en de enige manier naar boven momenteel met een 4x4 jeep is.

Maakt niet uit. Wij zijn blij in bus 10 gestapt en kwamen na een uurtje (het was niet ver, maar de bus deed er gewoon lang over) aan bij de botanische tuinen van Penang. Daar troffen we inderdaad een stelletje jeeps aan compleet met groen geüniformeerde chauffeurs. 60 ringgit voor een retourtje. Dat is best veel, een euro of 15, zeker voor een ritje van 5 kilometer. Maar na een uur met de bus wilden we ons niet meteen uit het veld laten slaan. Naar boven dus maar.

De weg omhoog was erg steil, soms wel 30%. Onderweg kwamen we nog wat aapjes tegen die gezellig op de reling zaten te spelen. Boven aangekomen was het uitzicht aanvankelijk wat mistig, maar na een paar minuten trokken de wolken weg en kregen we een mooi uitzicht op Georgetown. Bovenop de heuvel is verder niet zo heel veel te doen. Er is een Hindoe tempel en een moskee. Verder nog een paar gesloten restaurants.

Na een uurtje weer terug naar beneden dus. Toen nog een uurtje terug met bus 10 (een ritje van maar 2 ringgit per persoon, overigens) en op weg naar het Penang State Museum. Daarvan hadden we gelezen dat het mooi en goed ingericht was. En dat viel niet tegen. In het museum was het een en ander te lezen en zien van de verschillende bevolkingsgroepen in Penang en Maleisië. Interessant en leerzaam.

Voor het avondeten maar weer terug naar het foodcourt waar we gisteravond ook al gegeten hebben. Dit keer geen sushi, maar wat ‘Westers’ eten. Kip met rijst, een lekker sausje, voor Judica wat patat en voor mij met spaghetti. Erg lekker. Maar morgen eten we Maleis, heus!

1. Aapjes onderweg naar boven 2. Michiel bovenop de heuvel 3. Uitzicht op het hill station 4. Hindoe tempel 5. Judica overziet de heuvels 6. Een moeidige eekhoorn 7. Oud bergtreintje 8. In het Maleis heet de heuvel 'vlaggenheuvel' 9. Panorama over Georgetown 10. Foodcourt 11. Michiel eet z'n salade op (vitamientjes!) 12. Judica snoept nog een patatje

Mallereisië

Een korte samenvatting van de logistieke operatie van de afgelopen 48 uur: 2 uur met de taxi, 20 minuten op de brommer, 22 uur in de trein en 9 uur op de boot. Waarom? Omdat onze visa voor Thailand dreigden te verlopen en door nieuwe vervangen moesten worden. En, geloof het of niet, de makkelijkste manier om dat te doen is door een retourtje naar Maleisië te maken. Vlak over de grens met Thailand ligt Kota Bahru, een provinciehoofdstad met als een van de voornaamste trekpleisters een Thais consulaat-generaal.

Onze reis begon de 17e. Met de meest luxueuze boot die het eiland rijk is, een 10 stoelen brede catamaran, vertrokken we halverwege de middag naar het Thaise vasteland. Ondanks regen, wind en golven zoefde de boot nagenoeg geruisloos en zonder rollen of deinen over het water. Een bijzonder aangename ervaring. Zeker als de regen op de ramen slaat en de boeggolven buiten hoog opspatten is het niet moeilijk de luxe van een comfortabele stoel en verkoelende airconditioning te waarderen.

Het ‘echte reizen’ (een woord dat eigenlijk zou moeten rijmen op bikkelen) begon pas aan de vaste wal. Een touringcar had ons van de pier naar Chumphon stad gebracht en voor het treinstation afgezet. De trein stond pas voor 9 uur in de avond op de vertrekstaat en buiten was alles nog licht. Wat rondwandelen in Chumphon doodde de tijd. De stad is niet heel spannend, maar zeker niet zonder z’n gemakken. Enfin, Judica schreef al over onze superijsjes.

De treinreis naar Maleisië was spannend. In een Thaise couchette is het leven anders dan in een Chinese, zo leerden we. Waren we op de Trans-Siberië trein gewend geraakt aan mooie coupées, dit keer sliepen we allemaal op de gang. Bij het ochtendgloren voegden zich zwaarbewapende militairen bij het reisgezelschap. Het spoor naar Maleisië loopt dwars door drie opstandige provincies: het kniptangetje van de conducteur maakt dan niet genoeg indruk meer.

Vanuit Su-ngai Kolok konden we de grens gemakkelijk over. Een taxirit van een uur, gedeeld met Franse pensionhouder David van buureiland Pangan, bracht ons in Kota Bahru. Over die stad valt wel een aantal dingen te melden. Maleisië is een Islamitisch land en Kota Bahru is het visitekaartje van die identiteit. Ongesluierde vrouwen lieten zich met een vegrootglas zoeken en op elke straathoek waren teksten in Arabisch-Maleis te lezen. Veel mannen in jurken ook en absoluut geen varkensvlees op de counters van straattentjes; zelfs de tandpasta is halal. Zo nu en dan was ook de gebedsoproep te horen, zelfs binnen in supermarkten op de intercom. Toch wel een cultuurshock.

Wat ons erg opviel was de overweldigende vriendelijkheid van de Malay: Thai hebben de naam, maar we hebben over de grens meer vriendelijke gezichten in 24 uur gezien dan in Thailand in een maand. Heel hulpvaardig en aangenaam in de omgang. Toch is het raar om te zien op welke manier de samenleving door de Islamitische identiteit is ingericht: in de supermarkt vonden we bijvoorbeelod aparte rijen voor mannen, vrouwen en gezinnen. Bij de McDonalds droegen alle dames behalve een keurig uniform kostuum ook een bijpassend uniforme hoofddoek. En dan de hamburgers op straat: alles halal en de smaak van een dubbele kipburger is bepaald niet mis.

Onze hotelkamer hadden we uitgezocht op luxe. De Maleisische Ringit verhoudt zich 1:10 tot de Thaise Baht en we hadden ons de luxe grens van 100 Ringit voor een hotelnacht gesteld. Dat is ongeveer 25 euro. Met al dat reizen moet een mens zichzelf ook wel wat kietelen. Sowieso hadden we al begrepen dat Kota Bahru niet bekend staat om z’n goedkope overnachtingsadressen. Enfin: na wat zoeken vonden we een aangenaam hotel. De kamer was prachtig: heel ruim met een zacht en schoon bed, plenty ruimte en een zithoekje. De badkamer stond daarmee in schril contrast, maar de aanstaande verbouwing lost dat hopelijk op. Het water was evengoed heerlijk warm (mijn laatste warme douche was alweer een maand geleden) en we hebben de luxe van koffie en thee op de kamer ook goed laten smaken.

Het aanvragen van nieuwe visa verliep heel soepel. De aanvraagformulieren hadden we al in Thailand geprint en ingevuld, zodat we weinig meer hoefden te doen dan de papieren door het loket te schuiven. De volgende ochtend, na een minder geslaagd Maleis hotelontbijt (met rijst en allerlei soepachtige gerechten, maar zonder lekkere broodjes of yoghurt) kregen we onze paspoorten met nieuwe visa weer even gemakkelijk terug door het loketraam geschoven. Heel snel. De taxi stond nog op ons te wachten en reed ons in een uurtje vliegenvlug terug naar de grens (we hadden namelijk een trein te halen). Stempels, een wandeling over een brug in niemandsland en we waren weer terug in Thailand.

De trein vertrok uiteraard met vertraging en toen we na urenlang zitten en kanenbraaien het leven in de coupé grondig zat begonnen te raken (ook al waren de vele verkopers die met allerhande etenswaren langs de wagons leurden soms best amusant), werden we door twee vriendelijke medereizigers getipt dat we bijna bij Surattani waren, alwaar we ruim op tijd zouden zijn voor de nachtboot. Ons oorspronkelijke plan was terug naar Chumphon te gaan en daar na een nacht op straat/aan de pier de ochtendboot naar Koh Tao te nemen. De nachtboot bleek een beter idee. Veel luxe hoefden we natuurlijk niet te verwachten: de boot bleek al vol, maar voor ons werd nog een aantal slaapplaatsen geïmproviseerd. Op de nachtboot slaapt iedereen op smalle matrasjes op de grond, dus we vielen in het geheel niet op. De stapels verse eieren en prominent opgestelde scooters gaven onze slaapplaats nog enige beschutting.

Op de boot konden we nog wat slapen. Net op tijd om de zon bij Koh Tao te zien opkomen waren we weer wakker. Na een vaart van een kleine 8 uur kwam de boot weer terug op ons vertrouwde paradeiland. Fijn om al die bekende plekken weer te zien, zeker na die lange treinrit met mitrailleurs en eindeloos veel stations. Ons motorfietsje stond nog op ons te wachten en we waren opgelucht te merken dat (mede dankzij onze waakse kakkerlak) in ons hutje alles nog stond waar het hoorde.

Nu liggen we weer op bed. Ons beddengoed is lekker schoon en we genieten met volle teugen van het gevoel weer terug ‘thuis’ te zijn. Maleisië voelt als een malle droom, een gekke vliegensvlugge reis. Over een week of zes gaan we terug naar dat mysterieuze land en ontsluieren we hopelijk wat meer van ‘s lands schoonheden.