Diploma op zak

Met ons kersverse PADI Open Water Diver diploma op zak leek het ons een goed idee het er maar eens een dagje van te nemen. Niks onder water: voor de verandering eens zien wat het eiland boven water te bieden heeft. Onze buurman hier heeft een Internetcafé en verhuurt daarnaast scooters, dus we hebben hem maar eens om geschikte uitrusting gevraagd. Resultaat: een hip uitziend bromding met brede banden.

Koh Tao is nog niet zo heel lang geleden bewoond geraakt en heeft dus nog niet zo heel veel goed begaanbare wegen. Feitelijk is er maar één ‘doorgaande’ weg. Die betonweg loopt van het noorden van het eiland naar het zuiden en verbindt de drie grootste dorpen met elkaar. Ons dorp zit halverwege die ‘snelweg’ en na kort overleg besloten we om maar richting het noorden te gaan. Vijftien minuten later stonden we al aan het einde van de weg. Koh Tao is niet zo groot.

We hebben dus maar even rondgekeken in het dorpje aan het einde van de weg en zijn daarna naar het zuiden gereden. Tien minuten later kwamen we ook daar aan het einde van de weg. Het huren van een scooter is hier duidelijk minder nuttig dan gedacht. De dikke banden deden echter denken dat de scooter ook wel off-road zou kunnen. We hebben het geprobeerd, maar met z’n tweeën op een fiets lukte dat in elk geval niet. Off-road is hier namelijk meteen ook behoorlijk ruw terrein.

Uiteindelijk vonden we in het zuiden een mooi strand en zijn we daar maar neergestreken. Het water was ondiep in de baai en niet erg geschikt om te zwemmen. Het was trouwens ook nog behoorlijk warm. Evenzogoed een heerlijk en idyllisch plekje.

Na een gepaste hoeveelheid lezen, relaxen, snacken en soezen zijn we terug naar ‘huis’ gegaan. Onderweg hebben we nog eens overlegd wat we nu met ons duikbrevet willen gaan doen. Conclusie: we gaan gewoon verder duiken. Na een funduik morgen beginnen we overmorgen met de Advanced Open Water cursus. Dat klinkt als heel wat, maar is feitelijk gewoon een excuus om 5 verschillende en leerzame duiken te maken. We mogen dan wat dieper, leren navigeren, maken een duik in het donker, leren beter te drijven en gaan een duikcomputer gebruiken.

Voor het eten op ons vertrouwde plekje (geen ander restaurant voldeed aan onze vele criteria) ben ik nog even alleen met de scooter op pad gegaan. We kregen de scooter met een lege tank en moesten er dus van tevoren benzine in doen. Na ons korte ritje vandaag was er nog veel benzine over en die moest natuurlijk op…

Ik ben richting een uitkijkpunt gereden, tamelijk hoog. Na twintig minuten klimmen en klauteren op de fiets, meestal over beton, maar vaak ook over opgedroogde modder, had ik een prachtig uitzicht op Mango bay. Natuurlijk was ik vergeten een fotocamera mee te nemen, maar dat mocht de pret niet drukken. De terugweg was zo mogelijk nog listiger: de scooter had een automaat en liet niet op de motor remmen. Ik vermoed dat de remmen inmiddels flink versleten zijn. Bij terugkomst werd de fiets grondig geïnspecteerd. Daarna lekker gegeten, bijtijds naar bed en op naar onze eerste ‘funduik’.

Rondje om de berg

We zijn net terug van een rondje om de berg. Een rondje dat drie volle dagen duurde. Dat zit zo: afgelopen vrijdag zijn we vanuit Savannakhet naar Thakket vertrokken. We waren het wachten wel zat en waren blij dat we onze visa voor Thailand konden ophalen en dan vlug op weg naar nieuwe avonturen. Of toch niet? In alle vroegte stond ik al voor het visa loket van het Thaise consulaat, enkel en alleen om te horen dat ik ‘s middags terug moest komen. We hebben die tegenslag maar gelaten aanvaard en zijn ‘s middags teruggekomen om met nummertjes 96 en 97 in de hand aan te sluiten in de rij met andere visa-aanvragers. Het duurde gelukkig maar een half uur eer we aan de beurt waren en we konden rond half 3 dan ook met de tuc-tuc richting het busstation.

Met wat geluk troffen we een redelijk luxe mini-busje dat ons voor 25.000 kip p/p (ongeveer € 2,50) naar Thakket, zo’n 125km noordelijk van Savannakhet, wilde rijden. Het ritje duurde bijna drie uur en was apart: er gingen naar Lao begrippen meer mensen in een mini-busje dan naar Nederlandse begrippen. Enfin, we zijn heelhuids in Thakket aangekomen en onze backpacks hebben de rit op het dak ook goed en wel overleefd.

Geïnspireerd door de Lonely Planet hebben we ons in Thakket laten inschepen in een tamelijk luxe ‘Travelers Lodge’. Niet erg goedkoop, maar wel praktisch omdat de lodge een ideaal beginpunt is voor de (onder sommigen) fameuze ‘Loop’: een rondje van drie dagen om het karstgebergte noord-oostelijk van Thakket. Opmerkerlijk genoeg troffen we op de varanda van de lodge nog twee Nederlandse stelletjes. Beiden maakten zich op voor de rondrit, het een met de klok mee en het andere stelletje net als wij tegen de klok in. We hebben ‘s avonds een motorfiets gereserveerd en zijn de volgende ochtend in alle vroegte vertrokken.

De eerste etappe voerde langs een aantal grotten en een vennetje in het karst. Bestemming: een hut op palen in Tha Lang. De rit was prachtig en we kwamen na een hobbelige laatste 20 km toch al tamelijk vroeg aan. De rest van de middag hebben we ons wat vermaakt in de omgeving: even op een boomstam in het stuwmeer, een ommeletje met wat rijst nuttigen, een boekje lezen en onder de douche het stof wegwassen. Later op de middag arriveerden ook Sanne en Joost. We hebben samen gegeten en ‘s avonds met het mes op tafel Skip-Bo gespeeld.

Om 8 uur de volgende ochtend zijn we, nauwelijks uitgerust omdat plaatselijke feestelijkheden kennelijk een nacht lang Karaoke vereisten en met als ontbijt enkel een zakje mini-koekjes met jam, weer de fiets op getogen om richting Kuon Kham te gaan. Dat dorpje is zelf niet zo bijzonder, maar vormt een goede uitvalsbasis om naar de wonderlijke grot van Kong Lor, 40 km zuidelijker te gaan. De rit naar Kuon Kham stond op onze primitieve kaart al aangegeven als ‘slecht’ en daarvan bleek geen woord gelogen. Het eerste deel van 60 kilometer kostte ons 3 uur, ons zitvlees en bijna ook de schokdempers. De rest van de route bestond gelukkig uit aalglad asfalt en konden we wat sneller afleggen. Onderweg nog steeds prachtige uitzichten op karstbergen en Lao dorpjes.

Een middag zwemmen in de rivier in de plaatselijke vallei en een avondje biefstuk met patat, Skip-Bo, Sanne en Joost verder konden we op pad naar de grot. Een uurtje over schitterend asfalt en gammele bruggen (een beetje à la fiets-‘m-d’r-in) bracht ons bij Kong Lor, een dorpje dat vooral leeft van het tourisme rond om de 7km lange grotrivier. We zijn samen met twee gidsen in een langwerpige boot (en soort puntige boomstam met buitenboord motor) gestapt en de grot in gevaren. Binnen was het pikdonker; alleen bij het licht van onze headlights zagen we wat. Een enorme grot. Zo nu en dan moesten we even uitstappen omdat het water te ondiep werd, maar na een uur bereikten we dan de andere kant van de grot. Een kleine oase. Een drankje en een hapje en terug gingen we weer, dit keer stroomafwaarts en dus sneller. Erg bijzonder en de moeite zeker waard.

Inmiddels zitten we weer in Thakket in de kamer naast die waar we de vorige keer sliepen. Internet is hier slechts schaars beschikbaar en we hopen dit verhaaltje, samen met een paar mooie foto’s, dan ook online te kunnen krijgen. Straks een eenvoudige (en kostbare) maaltijd genieten. Laos is niet zo goedkoop als we gedacht hadden, merken we. Ofschoon Laos armer is, blijkt Vietnam veelal voordeliger geprijsd te zijn. Enfin, kleine dingen die je leert terwijl je rond de berg crosst.