Jungle tocht…

Na gisteren gekleed te zijn op een lagen wandeling besloten we vanmorgen korte broek en slippertjes aan te doen. Alles is hier goed verzorgd en geasfalteerd, why should we?

Na een nieuw ontbijtje (een broodje met Kaya, soort van pasta van ei en kokosnoot, erg lekker) op naar de bus. Na een ijskoude busreis (de airco staat zo hoog dat Judica zich aankleedt als ze de bus in gaat) komen we aan bij de ingang van het nationale park. We schrijven ons in (het biedt hoop dat ze bijhouden wie er in het park zijn) en beginnen aan de wandeltocht.

Al vrij snel komen we tot de conclusie dat het fraaie wandelpad dat ons het park in leidt niet het hele park doorloopt. Na een kleine kilometer wordt het pad voor slipperdragenden onbegaanbaar en besluiten we maar om te keren. Stom, hadden we ons nu toch maar op jungle gekleed.

Eenmaal terug bij de ingang van het park ‘ontdekken’ we nog een klein bezoekerscentrum met een paar maquettes, opgezette dieren en hippe computerpresentaties. Leuk en misschien ook surrogaat voor de dingen die we in het park niet gezien hebben.

Door de verzengende hitte lopen we dan maar een stukje terug, richting de strandboulevard. Of in elk geval, dat is wat we denken. De wandeling blijkt veel langer dan gedacht en na een eindje langs de weg te hebben gelopen en de eerste regendruppels te hebben geïncasseerd besluiten we de bus maar te nemen. Aan de strandboulevard is het alles luxe: dure resorts, gepeperde restaurants en glimmende hotels. We wandelen, inmiddels al wat hongerig, langs menig overprijsd eethuis, totdat we wat hoop aan de horizon ontwaren: een KFC!

Kentucky Fried Chick telt niet als inheems eten, dus we doen (min of meer voor de vorm) nog even ons best iets Maleis te vinden. Tot onze vreugde vinden we vlakbij de KFC ook een foodcourt. Voor nog geen 4 ringgit per persoon krijgen we daar allebei een lekkere rijstschotel: Michiel met pittige kip en Judica nasi. Lekker en zeker beter dan een pot vette kipkluiven uit de states.

Veel strand zien we de rest van de middag niet meer. Het weer is wat druilerig geworden en we besluiten terug de stad in te gaan. Als we eenmaal (via een omweg of twee) weer bij het hotel aankomen is het alweer 5 uur. We rusten wat en frissen ons op, om dan de avond in Little India door te brengen.

In Little India, of althans de vier straten die door Indiërs bewoond worden, is het een grote feestelijke boel. Kraampjes buiten, wierrooklucht, Hindoestaanse muziek, heel gezellig. We eten een pannenkoekbroodje met kip en ei en strijken later neer bij een groot Tandoori restaurant. Daar eten we (zonder bestek, slechts met de handen) nog wat naanbrood met kip. Erg lekker!

Morgen reizen we af naar de Cameron hooglanden. Om zes uur in de morgen wel te verstaan. Een goede reden om wat bijtijds te gaan slapen dus. Een slaapadres hebben we maar vast geboekt, want vanaf morgen is het een week schoolvakantie in Maleisië. Dit keer gaan we voor sober: een tweepersoonskamer met gedeelde badkamer. Het zal ons benieuwen…

2. Prachtig uitzicht 3. En erg ontspannend 4. Maleisiërs komen hier al generaties lang voor hun rust 5. En dat begrijpen we best 6. Het betrekt een beetje 7. Hup, de jungle in 8. Door de bladeren zien we nog steeds het water 9. Na het wandelen even bijtanken in een plaatselijk foodcourt 10. Oh, en dit is trouwens een heel groot warenhuis

Een dagje in het park

Poe hee, dat valt nog niet mee, zo’n dagje in het park. Het park op zich viel overigens reuze mee, maar de mensen waren in dit geval voor de lastposten. Het oorspronkelijke plan was om vandaag met een busje het park in te rijden en dan een wandeling van zo’n 3 kilometer te maken. Het busjes moest gehuurd worden en voor de wandeling was een gids nodig, dus we hadden al zo’n donkerbruin vermoeden dat er complicaties zouden kunnen komen.

Vanochtend hebben we in detail naar de mogelijkheden gevraagd. Dat wil zeggen, onze tolk Lo. Een taxibusje was geen probleem en zou om 1 uur ‘s middags kunnen arriveren. Ook een gids kon voor die tijd geregeld worden en de prijs leek redelijk. Tot die tijd zouden we dan nog naar wat aapjes en schildpadden kunnen gaan kijken. Het klonk allemaal goed.

De aapjes bleken leuke beestjes te zijn. Ze werden – à la Pieterburen – opgevangen en gecoacht om terug te keren naar een wild bestaan. In het opvangcentrum waren allerlei soorten slingerapen opgevangen. Leuk en prettig te weten dat men zich hier actief inspant om bedreigde diersoorten op te vangen. De schildpadden waren wat sloom vanochtend, maar ook het aanzien wel waard. Na een kleine donatie kregen we wat voer om een paar grotere exemplaren in de vijver te voeren. Ze hadden aanvankelijk barweinig interesse en moesten echt een beetje op gang geholpen worden. Het voer moest bijna letterlijk hun bekjes in drijven wilden ze toehappen.

Maar toen! Teruggekomen van de schildpadden en goed getafeld wachtte ons een verrassing. Ofschoon we vanochtend niets geboekt hadden, bleek de taxi ons al op te wachten. Dat zou op zich geen probleem geweest zijn, als we niet even tevoren hadden besloten de toer te laten schieten vanwege het weer en de algehele loomheid die over ons was gekomen. Het annuleren van een reeds gearriveerde taxi bleek een groot drama. Er moest bijna een uur over gesproken, geruziet en gediscussieerd worden, zowel in het Engels als in het Vietnamees. De taxichauffeur wilde geld zien, maar waarvoor? Er was nog geen dienst geleverd. Enfin, een heel gedoe met als einde (mede dankzij het kordate ingrijpen van onze Israelische vriendin) een taxichauffeur die met de staart tussen zijn poten afdroop.

Daarna maar wat gewandeld. Een pup die ons al eerder had gevolgd, volgde ons mee dieper het park in. We noemden hem Trotzky en hebben hem veelvuldig geknuffeld. Het werd een wat luie middag die alleen door een klauterpartij naar een uitkijktoren nog wat zweetdruppels te voorschijn wist te toveren. Niet onaangenaam, overigens wel heel mooi.