Blubberdorp

Gisteren kwamen we al in Kuala Lumpur aan, maar erg veel moed om grote dingen te doen hadden we nog niet. Dat gehobbel met die minivan was met name mij niet in de koude kleren gaan zitten. Van het heftige bochtenwerk aan het begin van de rit was mijn maag wat van slag geraakt en de anti-allergiepil van de avond tevoren had me erg duf weten te maken. Maar goed, vandaag een nieuwe kans.

De nacht in ons hostel was kouder dan gedacht. Uit zuinigheid hadden we geen A/C besteld, maar zelfs met alleen de ventilator aan kregen we het vannacht nog best koud. We zijn duidelijk aangepast aan het klimaat (of gewoon zeikerds). Vanochtend hebben we ontbeten bij de 7-eleven, want we hadden weinig zin om er gedoe van te maken. Gewoon een paar witte puntjes gevuld met kaya (eierjam met kokos) en gaan met die banaan.

Voor de lunch hadden we afgesproken met Anton, een Wit-Rus die we op Koh Tao ontmoet hadden. Om tot die tijd nog wat te doen te hebben, besloten we Times Square maar eens te verkennen. We hadden begrepen dat Times Square een vele verdiepingen hoog marktgebouw was, maar daar kwamen we een beetje bedrogen mee uit: het bleek gewoon een enorme shopping mall te zijn, zoals KL er zovelen rijk is. In zo’n winkelcentrum is normaliter niet veel te doen en we verwachten dan ook weinig. Judica trakteerde zichzelf op een lekkere sandwich van SubWays (want aan Amerikaanse restaurants is op Times Square geen gebrek) en daarna stiefelden we door naar de 6e verdieping.

Op de plattegrond stond aangegeven dat in het gebouw een ‘theme park’ was. Dat hadden we in Penang ook al eens zien staan en het bleek dan om een gokhal te gaan. Evengoed nieuwsgierig heb ik Judica meegesleurd om tot een verrassing te komen: een deel van de wolkenkrabber bleek tussen de 5e en de 10e verdieping te zijn opengewerkt om een waar indoor-pretpark te herbergen. Behalve diverse kermisattracties was er ook een heuse (en geen kinderachtige!) achtbaan. We hebben hem niet in werking gezien, maar het zag er best angstaanjagend uit.

Uiteraard was er bij het pretpark ook een ouderwetse gokhal en dit keer konden we ons niet bedwingen. We hebben voor 3 euro aan tokens gekocht en zijn losgegaan op de apparaten. Eerst een paar spelletjes Streetfighter 4 tegen elkaar. Ik heb Judica helemaal ingemaakt, ha! Daarna de airhockeytafel bedwongen: 6–5 voor Judica. En om het helemaal af te maken zijn we allebei nog een paar rondjes op de motorfiets wezen scheuren. Met 150 door de bocht… dat deed ons terugdenken aan de goede oude tijd in Vietnam…

Rond twaalf uur hebben we Anton van de monorail opgepikt. Overigens ook een fantastische uitvinding. Ik was er meteen gek op. Kleine metrostellen die in de lucht op een enkele betonnen balk balanceren. Veel minder lelijk dan die grote metroviaducten. Maar goed, Anton dus: hij zag wat grauw en was duidelijk minder blij dan op Koh Tao. We hebben hem geprobeerd wat op te monteren en zijn daartoe maar een stukje de stad in gelopen richting de Petronas torens.

Gek genoeg lijken die op 4 na ‘s werelds grootste torens als je eronder staat helemaal niet zo hoog. Ze reiken bijna een halve kilometer de hemel in, maar zouden ook voor 100 meter hoog kunnen doorgaan. Het menselijk ook is duidelijk niet zo kritisch meer voorbij ‘heel hoog’. Erin konden we jammer genoeg niet, maar rondom de torens zijn een groot winkelcentrum en park opgetrokken. We hebben daar wat rondgekeken en ons verbaasd over de vele dure winkels. In het park vonden we wat rust en konden we de torens ook van een afstandje bekijken.

(Toevoeging van Judica: In het park was ook een soort zwembad ruimte, blauwe tegels, schoon water, je kent het wel. Er stonden twee vrouwelijke wachters bij en ik mocht niet eens het water inlopen. Als ik de richting opliep werd er streng gefloten en gewezen. Geen idee waarom niet. Bij de schommels even later hetzelfde, ik heb twee keer heen en weer gezwaaid voordat er gehoofddoekte beambte mij gebaarde van de schommel af te gaan.)

Na een kop koffie bij Starbucks hebben we Anton weer terug op de monorail naar huis gezet en zijn we zelf nog even bij een grote electronicamall langsgelopen om de laatste ringgit die ik nog van mijn verjaardag over had op te maken. Onze nieuwe fotocamera produceert indrukwekkende hoeveelheden bytes en om die allemaal mee te kunnen nemen, heb ik nu een mooie ferrari-rode harde schijf gekocht. Het is een juweeltje. Oh, en we hebben nog een klein uitvouwbaar luidsprekertje op de kop getikt.

Gisteravond hebben we op mijn voorspraak Indiaas gegeten en vanavond mocht Judica kiezen: het werd Chinees. In een foodcourt vlakbij het hostel, midden in China-town kregen we voor weinig lekkere, peper-loze rijst met kip voorgeschoteld. We hebben ervan gesmuld en daarna rustig de avond op de kamer doorgebracht.

1. Wat oude geveltjes in China Town 2. De Moskee waar de stad ooit is begonnen 3. Een pretpark in een winkelcentrum 4. Het kan echt 5. Een paqar verdiepingen vrij , dan past er ook een achtbaan in 6. Monorail komt aan 7. En daar is Anton 8. Onderweg naar de Petronas Towers 9. KL is echt een groene stad 10. Zo hoog lijken ze niet 11. Hij reikt slechts tot in de hemel 12. Binnen weer eens 10 verdiepingen winkels 13. Op pad in het parkt 14. We zijn er echt geweest 15. Zijn ze geen plaatje 16.  Ze mag er niet in. 17. Twee keer geschommeld 18.  Wat is de veiligheidsregel met de riem 20. Petaling street, de winkelmarkt in China Town 21. Kunstig overdekt  met glasconstructie 22. Ons romantische dinerplekje 23. Met duidelijke regels 24. Michiel smult 25. Zo leuk zo'n kind, maar die bilnaad

Langs rode huisjes

Hoeveel keizers er precies gewoond hebben, dat duizelt ons een beetje. Maar het waren er beslist veel. Het oord schijnt ook diverse malen (deels) afgebrand te zijn, al dan niet door toedoen van een bediende die geld rook. Verder viel op dat de dominante kleuren rood en goud waren, met veel decoratie in blauw. De Verboden Stad, daar waren we vanmiddag.

De Stad is een enorm complex en ik geloof dat we het eigenlijk het paleis museum moeten noemen. Als Mao niet had ingegrepen was het hele dorp waarschijnlijk zelfs door de Sovjets zijn gesloopt. Enfin, museum dus, maar strikt genomen de bakermat van het grote Chinese rijk. Er wordt gezegd dat er bijna 9000 vertrekken in het complex zijn en ik wil dat best geloven. Het doorkruisen van de Stad via de zuid-noord as duurde (met alle Kodak momenten erbij) zeker een uur. En elke keer weer doemden er indrukwekkende, rode gebouwen voor ons op. Dan weer een poort, dan eens een hal, soms een keizerlijke slaapkamer, maar ook wel eens een slaapkamer voor de concubines (wat, zoals men wel weet, een mooi woord is voor bijvrouwen, maîtresses of gewoon pretmadammekes). Enorm.

Na een uur of twee in de verboden stad (die vroeger voor volk van onze klasse volstrekt verboden terrein was, op straffe van de dood) begonnen we verslenterd en verkeken te raken. Na zoveel staren, oh en ah zeggen en bordjes in (gebroken) Engels lezen, raak je murw. Hoe mooi zo’n complex ook is. De tuin aan het uiterste noorden van de stad was dan ook wel een verademing. Even geen gebouwen, maar bomen en rotspartijen. Overigens allemaal, naar goed Chinees gebruik, wel gecultiveerd. De rotspartijen waren gebouwd van woeste en krulrijke stenen en de bomen waren alle bonzaï-achtige cypressen. Schitterend en vooral ook wonderbaarlijk.

Je voor te stellen dat vele generaties Chinese keizers bijna hun hele leven in die stad doorbrachten, is griezelig geloofwaardig: ze hadden voldoende ruimte voor hun ambt, hun vrouw, hun bijslapies en hun vele kinderen. En dan bleven er nog voldoende gebouwtjes over om een kopje thee met de krant te consumeren, om de huwelijksnachten te consumeren, om aan zeker een dozijn verschillende goden dank te zeggen en een paar dozijn fotoalbums te stallen. Geen reden om door de indrukwekkende poorten de vieze en onrustige buitenwereld te betreden dus.

Mmm, even een slokje chinese groene thee voordat ik verder ga. Gratis op de kamer. Heel aangenaam (al smaak het warme vocht meer naar spinazie dan naar thee, wat mij betreft).

Na onze vorstelijke wandeling zijn we verder gegaan naar de voormalige keizerlijke tuinen, nu het Beihai park genoemd. Onze plattegrond van Beijing verklapte dat ‘bei’ feitelijk ‘noorden’ betekent en een snelle blik over de rest van de plattegrond geworpen ontdekten wij ook een middelpark en een zuiderpark, voorzien van vergelijkbaar cryptische namen. Heel overzichtelijk.

In het park troffen we een grote waterpartij met daarin een groot eiland, een heuvel eigenlijk, waarop een groot Tibetaans tempelcomplex voorzien van een zware, witte pagode was gedeponeerd. Een flinke klim met een prachtig uitzicht tot beloning. Daarboven werd ons eens temeer duidelijk van welke omvang deze stad werkelijk is. Ter vergelijk: heel deel van de stad dat we tot dusver hebben bekeken heeft in verhouding tot de stadsplattegrond ter grootte van een ouderwetse ochtendkrant (opengevouwen, wel te verstaan) de omvang van een kleine Chinese handpalm. Er is dus nog zoveel meer!

Morgen gaan we me maar eens een stuk op de fiets verkennen. Die huur je hier gemakkelijk en de vele fietspaden maken het een verleidelijk vervoersmiddel. We willen graag treinkaartjes naar Hanoi gaan boeken. Kijken of ons dat wil lukken. Mogelijk moeten we de reis in Nanning onderbreken en daar overstappen op een tweede trein. Nog maar even zien. En oh, we gaan vrijdag (verwachte temperatuur, 19 graden in de plus!) 10 kilometer over de Chinese muur wandelen. Eens zien hoe 4 uur klauteren met een gids en een zonnetje ons bevalt!