Stinkbloemglibberen

Het is waarschijnlijk niet zo’n eerbiedige naam voor (kennelijk) ‘s werelds grootste bloem, maar eerlijk is eerlijk, hij stinkt. Van dichtbij heb ik hem niet geroken, maar het was zeker niet de lucht van rozenblaadjes die alle vliegen tot het grote bruinrode geval aantrokken. Heel bijzonder om te zien, zeker wetende dat Rafflesia’s maar één keer in hun leven voor een paar dagen bloeien.

Overigens was het niet zo makkelijk om die stinkbloem te vinden. Vanochtend werden we opgehaald met een oude landrover, eentje zonder profiel op de banden. We maakten ons maar geen zorgen. Drie kwartier later eindigde de asfaltweg en kregen we het sein ‘offroad’. Dat klonk spannend, maar bleek in de praktijk eerder angstaanjagend. Zonder profiel had de 4x4 soms best wel moeite om over het smalle, modderige en vooral ook doorgroefde pad te geraken. Twintig minuten en heel wat stevig geknepen handen later kwamen we aan het einde van de weg.

De gids vertelde ons, misschien om ons in te peperen, dat in sommige delen van het jaar het pad voor de jeeps te onbegaanbaar waren en mensen dan de hele tocht (zonder lieslaarzen) naar boven moesten soppen. Enfin, aldus relativeerden we onze drabetappe om gauw verder te gaan met het wandeldeel. Dat viel erg mee. We maakten een lekkere junglewandeling met wat klauteren en glibberen, maar zonder al het andere dat zo’n tocht vervelend kan maken (zoals muggen en vliegen).

Aan het eind van de wandeling stonden we dan oog in oog met de Rafflesia: bijna alsof de bloem zo uit het sprookjesbos van de Efteling was geplukt. De leerachtige bloembladen en de oranjebruine kleur riepen een papier-maché beeld op. Uiteraard bleven we netjes van de bloem af, maar op de foto mochten we er wel mee…

Enfin, de rest van de dag hebben we nog wat in de omgeving rondgekard. Een hapje gegeten bij een lokaal Indiaas restaurant (lekker!), een bezoekje aan de plaatselijke theefabriek van BOH en nog wat rondkijken bij een vlinderboerderij en aardbeiplantage. Op de vlinderfarm hadden ze behalve vlinders nog een paar exotische insecten: nog nooit zulke grote kevers gezien! Uiteraard hebben we nog een paar verse zomerkoninkjes (met slagroom en honing!) genuttigd om nu redelijk uitgevloerd nog een plan voor de avond te maken. Misschien met een paar mensen de kroeg in en nog wat napraten over bloemen die naar kaas ruiken en kevers met een neushoorn?

1. Offroad richting stinkbloem 2. Judica en de grote bloem 3. Hele grote bloem 4. Jungle zonder enge beestjes! 5. Halverwege een mooie waterval 6. Michiel doet blij 7. Pijltjes schieten met aboriginals 9. Onze landrover na de jungletocht 10. Judica na de jungletocht 11. Judica proeft de thee 12. Prachtige bloem in de vlinderfarm 13. Judica speelt met een neushoornkever 14. Michiel probeert bij twee parende kevers uit de buurt te blijven

Jungle tocht…

Na gisteren gekleed te zijn op een lagen wandeling besloten we vanmorgen korte broek en slippertjes aan te doen. Alles is hier goed verzorgd en geasfalteerd, why should we?

Na een nieuw ontbijtje (een broodje met Kaya, soort van pasta van ei en kokosnoot, erg lekker) op naar de bus. Na een ijskoude busreis (de airco staat zo hoog dat Judica zich aankleedt als ze de bus in gaat) komen we aan bij de ingang van het nationale park. We schrijven ons in (het biedt hoop dat ze bijhouden wie er in het park zijn) en beginnen aan de wandeltocht.

Al vrij snel komen we tot de conclusie dat het fraaie wandelpad dat ons het park in leidt niet het hele park doorloopt. Na een kleine kilometer wordt het pad voor slipperdragenden onbegaanbaar en besluiten we maar om te keren. Stom, hadden we ons nu toch maar op jungle gekleed.

Eenmaal terug bij de ingang van het park ‘ontdekken’ we nog een klein bezoekerscentrum met een paar maquettes, opgezette dieren en hippe computerpresentaties. Leuk en misschien ook surrogaat voor de dingen die we in het park niet gezien hebben.

Door de verzengende hitte lopen we dan maar een stukje terug, richting de strandboulevard. Of in elk geval, dat is wat we denken. De wandeling blijkt veel langer dan gedacht en na een eindje langs de weg te hebben gelopen en de eerste regendruppels te hebben geïncasseerd besluiten we de bus maar te nemen. Aan de strandboulevard is het alles luxe: dure resorts, gepeperde restaurants en glimmende hotels. We wandelen, inmiddels al wat hongerig, langs menig overprijsd eethuis, totdat we wat hoop aan de horizon ontwaren: een KFC!

Kentucky Fried Chick telt niet als inheems eten, dus we doen (min of meer voor de vorm) nog even ons best iets Maleis te vinden. Tot onze vreugde vinden we vlakbij de KFC ook een foodcourt. Voor nog geen 4 ringgit per persoon krijgen we daar allebei een lekkere rijstschotel: Michiel met pittige kip en Judica nasi. Lekker en zeker beter dan een pot vette kipkluiven uit de states.

Veel strand zien we de rest van de middag niet meer. Het weer is wat druilerig geworden en we besluiten terug de stad in te gaan. Als we eenmaal (via een omweg of twee) weer bij het hotel aankomen is het alweer 5 uur. We rusten wat en frissen ons op, om dan de avond in Little India door te brengen.

In Little India, of althans de vier straten die door Indiërs bewoond worden, is het een grote feestelijke boel. Kraampjes buiten, wierrooklucht, Hindoestaanse muziek, heel gezellig. We eten een pannenkoekbroodje met kip en ei en strijken later neer bij een groot Tandoori restaurant. Daar eten we (zonder bestek, slechts met de handen) nog wat naanbrood met kip. Erg lekker!

Morgen reizen we af naar de Cameron hooglanden. Om zes uur in de morgen wel te verstaan. Een goede reden om wat bijtijds te gaan slapen dus. Een slaapadres hebben we maar vast geboekt, want vanaf morgen is het een week schoolvakantie in Maleisië. Dit keer gaan we voor sober: een tweepersoonskamer met gedeelde badkamer. Het zal ons benieuwen…

2. Prachtig uitzicht 3. En erg ontspannend 4. Maleisiërs komen hier al generaties lang voor hun rust 5. En dat begrijpen we best 6. Het betrekt een beetje 7. Hup, de jungle in 8. Door de bladeren zien we nog steeds het water 9. Na het wandelen even bijtanken in een plaatselijk foodcourt 10. Oh, en dit is trouwens een heel groot warenhuis

4×4=60

Onze hotelkamer heeft geen ramen. Dat hebben we op onze reis al weleens eerder gehad, alleen was ik alweer vergeten hoe lastig dat is. Zonder ramen heb je op de kamer geen enkel besef van tijd. Vanochtend werden we dan ook later wakker dan we dachten. Op Koh Tao werd ik meestal rond 8 uur vanzelf wel wakker, maar hier wees de klok al 10 uur aan voordat de luiken open sloegen.

Gelukkig hadden we voor vandaag geen hele wilde plannen. Voornaamste activiteit, zo stelden we ons voor, zou een treinritje Penang Hill op worden. Vanochtend dus, na een Europees ontbijt hier ergens in de straat, op richting busstation.

Ons was in het hotel verteld dat we bus 204 zouden moeten nemen, maar eenmaal bij de bushalte aangekomen vertelde een man van Rapid Penang ons dat het bus 10 zou moeten worden. Hij vertelde ons dat de bergtrein naar de 800 meter hoge top van Penang Hill tot het eind van het jaar uit de running is en de enige manier naar boven momenteel met een 4x4 jeep is.

Maakt niet uit. Wij zijn blij in bus 10 gestapt en kwamen na een uurtje (het was niet ver, maar de bus deed er gewoon lang over) aan bij de botanische tuinen van Penang. Daar troffen we inderdaad een stelletje jeeps aan compleet met groen geüniformeerde chauffeurs. 60 ringgit voor een retourtje. Dat is best veel, een euro of 15, zeker voor een ritje van 5 kilometer. Maar na een uur met de bus wilden we ons niet meteen uit het veld laten slaan. Naar boven dus maar.

De weg omhoog was erg steil, soms wel 30%. Onderweg kwamen we nog wat aapjes tegen die gezellig op de reling zaten te spelen. Boven aangekomen was het uitzicht aanvankelijk wat mistig, maar na een paar minuten trokken de wolken weg en kregen we een mooi uitzicht op Georgetown. Bovenop de heuvel is verder niet zo heel veel te doen. Er is een Hindoe tempel en een moskee. Verder nog een paar gesloten restaurants.

Na een uurtje weer terug naar beneden dus. Toen nog een uurtje terug met bus 10 (een ritje van maar 2 ringgit per persoon, overigens) en op weg naar het Penang State Museum. Daarvan hadden we gelezen dat het mooi en goed ingericht was. En dat viel niet tegen. In het museum was het een en ander te lezen en zien van de verschillende bevolkingsgroepen in Penang en Maleisië. Interessant en leerzaam.

Voor het avondeten maar weer terug naar het foodcourt waar we gisteravond ook al gegeten hebben. Dit keer geen sushi, maar wat ‘Westers’ eten. Kip met rijst, een lekker sausje, voor Judica wat patat en voor mij met spaghetti. Erg lekker. Maar morgen eten we Maleis, heus!

1. Aapjes onderweg naar boven 2. Michiel bovenop de heuvel 3. Uitzicht op het hill station 4. Hindoe tempel 5. Judica overziet de heuvels 6. Een moeidige eekhoorn 7. Oud bergtreintje 8. In het Maleis heet de heuvel 'vlaggenheuvel' 9. Panorama over Georgetown 10. Foodcourt 11. Michiel eet z'n salade op (vitamientjes!) 12. Judica snoept nog een patatje