0

Vuurtoren, honkbal en plensbui

Na een heerlijke ochtend duiken en een lekkere ‘chicken sandwich’ bij Cool Spot besloten Judica en ik tot verschillende middagprogramma’s. Ik had zin in een wandeling, terwijl Judica meer heil zag in wat qualitytime met haar boek. Zo scheiden zich dus onze wegen. In de Lonely Planet had ik gelezen dat er op dit mini-eiland een oude vuurtoren zou zijn. Dat leek me dan ook een uitstekend doel voor een wandeling. Op de kaart zag het er eenvoudig uit: gewoon het pad vanuit het dorp in noordelijke richting volgen en dan de afslag richting de vuurtoren nemen.

Mijn richtingsgevoel is jammer genoeg niet erg betrouwbaar, dus de vuurtoren ben ik straal voorbij gelopen. Maar het pad zelf was ook al leuk. Er is maar één verhard pad op het eiland en dat was dit pad. Het grootste deel van het pad is gemaakt met stortbeton. Buiten het dorp is men echter begonnen in het vers gestorte beton eenvoudige tekeningen te maken, soms met kleuren en schelpen. Heel leuk om naar te kijken tijdens het wandelen. De omgeving is tropisch en op zich al mooi.

Na een paar minuten wandelen kom ik bij een groot honkbalveld. Het is zondagmiddag en er vindt een wedstrijd plaats. Ik schuif aan op de verassend grote tribune. Honkbal is de nationale sport en is kennelijk zo groot dat men er zelfs op een minuscuul eilandje nog een stadion voor wil bouwen. Fascinerend, ook om te zien hoe goed de jongens zijn. In Kentucky hebben we ook een wedstrijd bijgewoond, maar de Legends daar zouden eenvoudigweg worden afgeslacht door de jonge gasten hier op het eiland.

Na een paar minuten heb ik het wel gezien met de wedstrijd – een groot honkballiefhebber zal ik wel nooit worden – en besluit ik terug te wandelen, op zoek naar de vuurtoren. Ook nu vind ik de goede afslag weer niet. Ik besluit mijn geluk te beproeven en een zijpad richting de oostkant van het eiland in te slaan. Aanvankelijk is dat pad nog tamelijk breed, maar al gauw gaat het over van een bospaadje naar een smal spoor. Teruggaan is natuurlijk geen optie (te trots), dus ik baan mij dapper verder een weg door de woesternij.

Net op het moment dat ik de oceaan in het vizier krijg, begint het te stortregenen. Toen ik in de jungle liep, kon ik door het dak van palmbladeren en bananenbomen de lucht nauwelijks zien; hij was onderwijl echter behoorlijk betrokken. Ik zocht een palmboom om onder te schuilen, maar met weinig effect. De regen kletterde dwars door het bladerdak heen. Na een paar minuten was ik doorweekt.

Na nog een kwartiertje wandelen door de jungle kwam ik een meisje tegen, net nadat ik de Love & Peace farm was gepasseerd. Ik biechte haar op dat ik verdwaald was en ze was vriendelijk genoeg me gerust te stellen en de weg terug te wijzen. Wat verderop stuitte ik op een paar hutjes aan het strand. Een mooi, maar afgelegen lodge. Iemand op het strand wist me te vertellen dat er aan de andere kant van het terrein een pad was dat door de jungle naar het honkbalveld leidde.

Het pad bleek nauwelijks meer dan een uitgesleten spoor, maar bracht me evengoed wel terug naar het honkbalveld. Vanaf daar was het eenvoudig via de weg met de tekeningen het dorp weer te vinden. Later keek ik op de kaart van het eiland en ontdekte ik dat ik zowat het hele eiland had rondgelopen. Tot mijn verbazing bleek het junglepad op de kaart ook echt aangegeven te zijn. Een even opmerkelijk als ook onthutsend gegeven. Alles bij elkaar een mooi, natte wandeling, zonder vuurtoren, maar met bijzondere uitzichten.

1. Een honkbalstadium op een mini-eiland in de Carribean 2. Er is nog best wat publiek 3. En er wordt goed gespeeld 4. Prachtig eiland 5. En veel leven 6. Het pad voert dwars door de jungle 7. Hier en daar een hutje 8. Het weer slaat om 9. En het begint te hozen 10. Echt, met bakken! 11. Het klaart ook snel weer op 12. Pittoresk plaaatje 13. Het pad terug naar het dorp

In het nieuw

Na een middagje rondhangen in de stad, vooral met als doel nog een paar kleine snuisterijen aan te schaffen (zin in touristische attracties hebben we hier in Saigon niet echt) was het om drie uur eindelijk zover: we kregen onze ‘nieuwe’ scooters te zien. Very nice! Vol trots liet Chuong ons zien wat hij voor ons geregeld had. Twee Koreaanse frames omgebouwd en voorzien van goede, nieuwe onderdelen. Uit trots, en misschien ook wel om een soort handelsmerk te creëren, had Chuong de garagehouders gevraagd de fietsen in mat-zwart te laten spuiten en te voorzien van een rode ster voorop. Dat geeft de scooters een uniek uiterlijk, mooi en bovendien makkelijk te herkennen. Ik denk ook dat de volgende eigenaars het zullen waarderen.

Na een kort proefritje op onze nieuwe speeltjes streken we nog even neer op het geïmproviseerde terras voor Chuong’s winkel (eigenlijk van zijn zus; ze verkoopt bikini’s) om wat te drinken en nog wat te kletsen. We zaten amper of het begon te stortregenen. Een voorbode van het naderende regenseizoen. In een half uur tijd kwam er zoveel nattigheid naar beneden plenzen dat de straten ook moeiteloos voor wild-waterbaan door konden gaan. Chuong grapte nog dat we een verkeerde koop bij hem hadden gedaan: we hadden motorbootjes moeten kopen.

Een eenvoudige maaltijd (bij het zelfde winkeltje waar we ook ontbijt genoten hadden) later keerden we nog even terug bij Chuong. Overigens moesten we natuurlijk eerst onze kersverse vriendjes een veilig onderdak geven. Dat ging niet zonder slag of stoot. Normaal gesproken kunnen gasten hun motorfietsen bij het hotel stallen, maar om een of andere reden weigerden onze gastheren maar al te stellig. Misschien was het omdat we vanochtend geklaagd hadden over het feit dat we de vacuümtas waarin ons wasgoed was aangeleverd niet hadden teruggekregen, maar ons scheen het toch vooral als horkerigheid toe. Enfin, we dronken nog wat ijskoffie, ontmoetten nog twee Fransozen, kletsten nog wat meer en namen afscheid van Chuong. Behalve twee frisse brommers zijn we ook en vriend in Saigon rijker.