Savanne

Dagen als deze doen je snel inzien dat plannen maken alleen zin heeft als het weer dat toelaat. Regen is een showstopper, harde wind kan een streep door de rekening zetten en met vorst is een plan ook al snel niet haalbaar meer. Maar warmte, die grote beperker vergeet je maar al te gemakkelijk… totdat hij je plannen daadwerkelijk dwarsboomt. Nu hadden we voor vandaag weinig grote ideeën, behalve een bezoekje aan het Thaise consulaat dan. Omdat we aan de Thaise grens alleen een 15-dagen visum kunnen krijgen, is het best een luxe om een consulaat om de hoek te hebben dat stempels voor 60 dagen afgeeft.

Het woord ‘luxe’ was overigens niet het eerste woord waaraan ik dacht toen ik de grote rij voor het loket zag staan. Rijen zijn m’n hobby sowieso niet, maar bij 40 graden (gevoelstemperatuur in elk geval) wordt wachten al snel smachten. Geen briesje te bekennen, geen ventilators en zeker geen airconditioning; alleen geduld. Gek genoeg was een van de twee rijen aanzienlijk korter dan de andere. Ik koos de kortere en aanvaarde de extra warmte die daarmee gepaard ging. In de rij ging het gerucht dat de visa voor Thailand gratis zouden zijn. Aan het loket leerde ik dat de visa inderdaad gratis zijn… vanaf volgende week. Jammer van het geld, maar na al het wachten en smachten had ik geen zin onverrichter zaken terug te keren.

Judica heeft niet zo goed geslapen door de warmte, dus zij bleef wijselijk achter op de kamer. Op mijn weg terug naar het guesthouse heb ik een ananasshake gekocht. De dame spendeerde een paar minuten aan het bereiden (ingrediënten: verse ananas, gezoete gecondenseerde melk, ijsgruis en een geheim vloeibaar goedje) en goot daarna de blender leeg in een plastic zakje! Grappig. Ze stak een rietje in het zakje, bond het dicht en gaf het geheel aan me in een klein zakje. Een raar gevoel, zo’n zak met ijswater. Enfin, Judica heeft er nog een slokje van genomen, de rest heb ik genoten.

Maar goed, morgen kunnen we onze visa ophalen en vertrekken we naar Tha Khaek in de hoop dat we daar wat verkoeling  vinden, misschien wel in een kano. Tot die tijd proberen we hier de hitte te bedwingen. En misschien nog wel lastiger is het om onze Australische ‘huisvriend’ te vermijden: hij houdt niet op met praten en terroriseert zo de enige plek in het guesthouse waar het nog een beetje uit te houden is. Hij is vast eenzaam en drinkt vast en zeker ook teveel van het gele goud, maar dat maakt de situatie alleen maar lastiger. Enfin, morgen vertrekken we.

Misschien nog een paar korte indrukken van Laos tot nu toe: in Mei is het er heel warm; mensen zijn allemaal heel relaxt en passen zich goed aan het weer aan. De Mekong is mooi en een intrigerend fenomeen omdat hij zo duidelijk arm van rijk scheidt. Vuilnisbakken worden hier gemaakt van oude banden, heel kunstig. Het eten is fantastisch en alom aanwezig. Langs de rivieroever zie je veel kraampjes waar ze vis en kip barbecuen. Vriendelijkheid is hier duidelijk de norm en mensen zijn zeker niet zo opdringerig als elders. Verder is Savannakhet vergeven van de kloosters. Mensen vallen duidelijk uiteen in twee groepen: monniken en koks. En ten slotte: het is hier warm.

Jetzt geht’s Laos

Lieve vrienden, familie, andere bekenden. Met permissie van de partij en de politie kan ik u mededelen dat we hedenmorgen in de democratische republiek Laos zijn ontvangen. Uiteraard niets dan positieve berichten, fantastische mensen, prachtige bouwwerken. Kortom, let’s cut the crap…

Het valt een klein beetje tegen, eigenlijk. Laos is een prachtig land, maar Savannakhet is niet helemaal de stad die we ons hadden voorgesteld. We zijn gewoon verwend. Na meer dan een maand Vietnam met zijn stuiterende economie zijn we een beetje vergeten dat er ook landen zijn met een iets minder knetterende situatie. Weliswaar zijn we op de brommer in Vietnam best een paar rustige, kleine plaatsjes tegengekomen, maar dat waren geen provinciehoofdsteden. Savannakhet is dat wel.

In deze stad is geen hoogbouw te bekennen. De katholieke kerk steekt met zijn toren dan ook ver boven de rest uit. Dat is mooi. Maar het is stil op straat. Omdat Savannakhet aan de Mekong rivier ligt en die rivier tevens de grens met Thailand markeert, hebben we hier vanaf de oever uitzicht op de Thaise stad aan de overkant. Dat ziet er meer uit als een levendige, rijke stad. Maar ze hebben vast geen barbecues aan de oever.

Nog even terug naar de gebeurtenissen van vandaag en gisteren. Onze hoofdactiviteit gisteren was ontspannen. Dat hebben we gedaan door te genieten van de airco op de hotelkamer, deftig uit eten te gaan en een paar buskaartjes naar Laos te kopen. We hadden van Sylvia, die ons een paar dagen op onze reis vergezelde, horrorverhalen gehoord over haar busreis naar Ninh Binh (ken je die grap van de bus naar Ninh Binh? Die ging niet!). Ze stond midden in de nacht stil langs de snelweg, de bus kapot en de chauffeur op zijn veldbedje. Niet goed. Enfin, wij zijn dus voor een wat luxere bus gegaan, gewoon voor de zekerheid. 18 dollar per persoon. Dat is veel geld.

De bus viel uiteraard wat tegen. We verwachtten iets heel luxe, maar kregen gewoon een mooie Laotiaanse bus. Met airco hoor, maar gewoon net wat anders. Er lagen bijvoorbeeld pompoenen in het bagageruim. Mijn tas kon er maar net bij. De rit duurde wat langer dan verwacht en de afhandeling aan de grens was een beetje stressvol. Geen vriendelijke mensen daar (maar dat wisten we nog van ons vorige bezoek aan Lao Bao) en we konden er makkelijk een hoop dollars kwijt voor visa en stempels.

En dan ons guesthouse: het werd aanbevolen door de Lonely Planet, een jaartje of wat geleden. Het is sfeervol, op zijn eigen Lao manier, maar niet overdreven luxe. De mensen zijn erg vriendelijk (en spreken Engels!) en we hebben zowaar een grote kamer met airco en een warme douche. Over het vogelnest in de raamsponning praten we gewoon niet.

Nu eerst maar eens op zoek naar eten; wat acclimatiseren. Dan terug naar de kamer. Misschien nog een praatje en dan op een oor rustig alle indrukken verwerken. We zijn in Laos en hier gaat het loos! Geen idee nog wat we morgen doen, maar ik vermoed dat we maar eens rustig een dagje op de motorfiets de omgeving gaan verkennen. Maar wie weet wordt het wel iets heel anders. We zijn immers in Laos, het land van de onbegrensde mogelijkheden (de partij leest mee).

Oh, nog een informatiefje: we zitten nu in een Internetcafe. Geen WiFi op onze kamer, natuurlijk. We zullen daarom waarschijnlijk niet elke dag iets van ons laten horen en spaarzaam zijn met de foto’s. Geen zorgen maken dus!