Aanvaring

De ventilator blaast me wat koelte toe. Het baat weinig. Mijn hoofd is heet van woede, frustratie en angst. Achter de tralies ligt een ‘felang’ op één wit oor zacht te ronken. We wachten op de politie. Aan het bureau zit een Thaise man wiens officiële functie me volledig ontgaat. Naast me zit de echtgenote van de Thai die een half uurtje eerder nog lag te kermen op het hete asfalt.

Ik heb al geprobeerd de situatie uit te leggen. De lijntekening, achterop een of andere notitie in onleesbaar handschrift, is daarvan getuige. Het geeft de hoofdstraat weer met daaraan de zijstraat waarvan wij op onze scooter kwamen aangereden. Voor de zekerheid en om te laten zien dat ik me van alle verkeersregels bewust was, staan op de tekening ook een stopbord voor de zijstraat en een snelheidslimiet voor de hoofdweg gekrabbeld. Ik moet heftig aandringen om in Engels aangesproken te worden. “Speak English, I don’t speak Thai. Speaking Thai is impolite!”

Al een aantal keer heb ik aangegeven dat ik best wat geld wil geven zodat haar echtgenoot zijn medische kosten kan betalen, maar dat ik zeker niet van plan ben om schuld te aanvaarden of te beloven een idiote doktersrekening voor mijn rekening te nemen. Ik leg nog maar eens uit dat wij netjes stil stonden, maar dat meneer veel te hard reed en daardoor niet tijdig kon remmen. Bovendien verdenk ik hem ervan wat gedronken te hebben. Dat alles wordt verstaan, maar niet beantwoord.

Het geld dat ik aangeboden heb is te weinig, wordt me steeds verteld. Ik moet wachten op de politie en de hele doktersrekening betalen, wat die ook moge bedragen. Als ik vraag of ik buiten mag wachten wordt me dat bruut geweigerd. Mevrouw en de onduidelijke man achter het bureau spannen samen in hun poging mij dat duidelijk te maken. Ik kijk nog eens naar de ongelukkige tourist achter de tralies en dring niet verder aan.

Dan bedenk ik me dat ik misschien wat hulp zou kunnen gebruiken. Direct na de aanrijding had ik de sleutels van de scooter al aan Judica gegeven en haar gevraagd naar huis te gaan. Beter om het alleen te regelen. Je weet het met die Thai nooit. De telefoon zit nog in Judica’s tas en die staat inmiddels thuis. Ik besluit het erop te wagen en de pafferige bureau-Thai om een belletje te vragen. Uit mijn portemonnee pak ik het kaartje van de duikschool en ik vraag of ik het nummer dat erop staat mag bellen.

Het visitekaartje wordt uit mijn hand genomen en bestudeerd. De Thai en mevrouw overleggen en ik hoor ze de naam van de Thaise eigenaar van de duikschool noemen. Misschien een bekende van ze? Ik weet dat hij in aanzien staat, maar of dat me helpt? Het telefoontje hoef ik niet meer te plegen. Mevrouw draait als een blad aan de boom om in de wind en begint over geld. Op mijn bod van 50 euro ontving ik nu ineens een tegenbod: 75 euro, dat zou moeten volstaan. Ik besluit eieren voor mijn geld te kiezen en niet meer over geld te zeuren. Uit mijn zorgvuldig verborgen gehouden portefeuille haal ik het geld. Iedereen kijkt opeens weer vriendelijk en nu de zaken gedaan zijn wordt er gegroet. Mevrouw biedt me een ritje naar huis aan en ik besluit maar een stukje mee te rijden, gewoon om goede wil te tonen.

De laatste kilometer loop ik naar huis. Ik weet dat Judica op me wacht en waarschijnlijk ongerust is. Alles ging zo snel dat ik geen tijd had gehad te zien of ze zich bezeerd had. Alles leek okee, maar toch… Eenmaal thuis blijkt alles in orde. Judica was natuurlijk bezorgd, geen idee hebbend wat er te gebeuren stond. Wonder boven wonder blijkt onze scooter bepaald niet de schade te hebben geleden die meneer wel te incasseren had gekregen. Zonder krassen staat hij op z’n vertrouwde plek onder de boom.

Ik vertel Judica dat alles met een sisser is afgelopen. Meneer had een paar nare schrammen op z’n linkervoet opgelopen, maar de voet zelf was verder niet gebroken, hooguit wat gekneusd. Een vliegensvlugge röntgenfoto had dat terwijl ik op het bureau zat uitgewezen en mevrouw was niet te onvriendelijk om me dat weetje te onthouden. Wiens schuld het nu precies was blijft onduidelijk. Wij stonden netjes te wachten om de kruising op te draaien, maar moesten dat door de steilte van de zijweg wel al op de kruising doen. Meneer reed veel te hard. Hij lijdt nu de pijn en wij zijn een dagbudget armer. Zand erover en niet meer over praten.

In het nieuw

Na een middagje rondhangen in de stad, vooral met als doel nog een paar kleine snuisterijen aan te schaffen (zin in touristische attracties hebben we hier in Saigon niet echt) was het om drie uur eindelijk zover: we kregen onze ‘nieuwe’ scooters te zien. Very nice! Vol trots liet Chuong ons zien wat hij voor ons geregeld had. Twee Koreaanse frames omgebouwd en voorzien van goede, nieuwe onderdelen. Uit trots, en misschien ook wel om een soort handelsmerk te creëren, had Chuong de garagehouders gevraagd de fietsen in mat-zwart te laten spuiten en te voorzien van een rode ster voorop. Dat geeft de scooters een uniek uiterlijk, mooi en bovendien makkelijk te herkennen. Ik denk ook dat de volgende eigenaars het zullen waarderen.

Na een kort proefritje op onze nieuwe speeltjes streken we nog even neer op het geïmproviseerde terras voor Chuong’s winkel (eigenlijk van zijn zus; ze verkoopt bikini’s) om wat te drinken en nog wat te kletsen. We zaten amper of het begon te stortregenen. Een voorbode van het naderende regenseizoen. In een half uur tijd kwam er zoveel nattigheid naar beneden plenzen dat de straten ook moeiteloos voor wild-waterbaan door konden gaan. Chuong grapte nog dat we een verkeerde koop bij hem hadden gedaan: we hadden motorbootjes moeten kopen.

Een eenvoudige maaltijd (bij het zelfde winkeltje waar we ook ontbijt genoten hadden) later keerden we nog even terug bij Chuong. Overigens moesten we natuurlijk eerst onze kersverse vriendjes een veilig onderdak geven. Dat ging niet zonder slag of stoot. Normaal gesproken kunnen gasten hun motorfietsen bij het hotel stallen, maar om een of andere reden weigerden onze gastheren maar al te stellig. Misschien was het omdat we vanochtend geklaagd hadden over het feit dat we de vacuümtas waarin ons wasgoed was aangeleverd niet hadden teruggekregen, maar ons scheen het toch vooral als horkerigheid toe. Enfin, we dronken nog wat ijskoffie, ontmoetten nog twee Fransozen, kletsten nog wat meer en namen afscheid van Chuong. Behalve twee frisse brommers zijn we ook en vriend in Saigon rijker.

Ons kent ons of hoe een koe een haas vangt

Onze slaapkamer heeft, zoals voor de schamele prijs van 10 dollar per nacht misschien ook verwacht mag worden, geen ramen. Toen wij vanochtend wakker werden verkeerden we dan ook in een wereld van totale rust en koelte (want a/c). Omdat we met de scooter naar Hué willen rijden, hadden we ons voorgenomen vandaag op zoek te gaan naar twee rijwielen. Dat klinkt, zeker vanaf de oase die onze hotelkamer is, als een overzichtelijke taak. Eenmaal de deur uit werden we echter onaangenaam getroffen door een vrachtwagenlading vol warme lucht, herrie en prikkels. Paniek sloeg in. Help!

Onze instinctmatige reactie was om iets vertrouwds op te zoeken. Het hotel zit in een klein steegje, aan het eind waarvan een wat bredere weg zit. Op die weg vonden we een koffiehuis, Europese stijl. Voor hogere prijzen dan normaal kregen we een klein heiligdom van koelte, rust, zachte muziek, warme koffie en wat brood aangeboden. Eenmaal bijgekomen van de eerste schrik besloten we onze communicatieve vaardigheden in de strijd te gooien (al kan onze impuls even gemakkelijk als een daad van wanhoop worden uitgelegd): we vroegen de serveerster waar we scooters zouden kunnen kopen.

Uiteraard vingen we bot. De serveerster sprak best goed Engels, maar ze wist nu eenmaal meer van koffie en dollars dan van motorvoertuigen. Gelukkig zijn er op dit soort momenten altijd Amerikanen die meeluisteren, Nicholas in dit geval. Hij stootte ons beleefd aan en verklapte ons zijn grote geheim: een Canadese vriend van hem verkocht tweewielers. Aha! We kregen een telefoonnummer van Jason en spraken hem in een geïmproviseerde telefooncel in een Internetcafé. Jason klonkt aardig, betrouwbaar en had een winkeltje schuin tegenover de telefooncel, ook nog eens vlakbij ons bed.

Jason werkt als docent op een universiteit en kon ons pas om half 5 ‘s middags ontmoeten, maar verzekerde ons dat hij voor een prijs die ons goed in de oren klonk wel twee Honda scooters kon regelen. Mooi! We dronken nog wat koffie met zijn compagnion, Chuong, die we min of meer per ongeluk troffen. Hij trakteerde ons op ijskoffie, warmte, sterke verhalen en goede informatie.

Enfin, om kort te gaan: we hebben twee tweedehands scooters besteld die op dit moment in een bevriende garage volledig uit elkaar gehaald worden, gereviseerd en voorzien van een mooie nieuwe mat-zwarte laklaag (met een rode ster erop, want de trots van Vietnam). Chuong hielp ons voor een appel en een ei aan een Vietnamees telefoonnummer voor onze GSM en adviseerde ons waar een paar goedkope en deugdelijke helmen konden kopen. Afgezien van veel bloed, zweet en tranen kost dit avontuur ons 900 dollar voor de tweewielers (ca. 660 euro) en 12 euro voor twee mooie helmen.

Chuong (en Jason die we later troffen overigens ook) is een uiterst vriendelijke man en beloofde ons dat we de best denkbare scooter voor ons geld zouden krijgen (zelfs plus of min een paar korrels zout is dat een fijne gedachte) en zorgt dat we, gewoon voor het geval dat, een paar essentiële reserveonderdelen en gereedschap meekrijgen. Erg prettig. Bovendien verzekerde hij ons dat we hem altijd mochten bellen en hij ons naaeer en geweten zou proberen te helpen. Hij en zijn zakenpartner Jason hebben het motorbedrijf net samen opgestart en proberen hun (nu al) goede naam duidelijk hoog te houden. Dat boezemt vertrouwen in.

Tussen de bedrijven door zijn we nog wat rust in het park gaan zoeken. Al snel werden we door een Vietnamese studente aangesproken die graag wat Engels met ons wilde spreken, gewoon om ervaring op te doen. Aanvankelijk waren we argwanend, maar dat gevoel maakte al snel plaats voor gêne. Ze had geenszins kwaad in de zin. Ze vertelde ons dat veel studenten in het park met elkaar Engels oefenen, en als het kan ook met touristen. Heel slim en gezellig.

Nog vol van de mazzel die we met ons scooterverhaal hadden, vertelden we haar (desgevraagd) over het belang van netwerken in het zakenleven. Het verhaal van onze scooters was een dankbaar voorbeeld: in je eentje krijg je weinig gedaan, maar-ons-kent-ons, dat is het wondermiddel. Want dat is hoe een koe een haas vangt: met wat hulp van de rest van de kudde.