0

La Boquita Beach

Daags na Judica’s verjaardagsfeestje en de gezellige borrel die we die avond nog hadden moesten we al vroeg uit de veren. Om acht uur zouden we namelijk vertrekken naar La Boquita, een klein strans aan de Westkust van Nicaragua. Het gezelschap bestond uit 8 badgasten, waaronder wijzelf.

De rit naar Boquita was verrassend kort: we hadden verwacht wel een tijdje onderweg te zijn, maar Nicaragua blijkt toch kleiner te zijn dan we dachten. Aangenaam! La Boquita bleek een echte badplaats, met strandtenten en een breed strand. Anders dan in Nederland is het zand in La Boquita tamelijk donker van kleur. De zee daarentegen voelde heel vertrouwd. Het was raar om te bedenken dat het water dat we zagen, de Stille Oceaan, helemaal tot aan Azië loopt. Erg stil was hij trouwens ook niet: de branding was tamelijk ruw en we hebben dan ook heerlijk in de golven kunnen zwemmen.

Voor de strandtent waar wij ons hadden neergevlijd stonden de hele dag een aantal paarden. Aanvankelijk dachten we dat die misschien gebruikt werden als lastdieren, maar al snel zagen we er badgasten op rondrijden. Judica heeft de hele middag naar de dieren gekeken en zwichtte uiteindelijk. Ze kreeg een tamelijk vurig paard, dat meteen met haar in galop het strand op stoof. Aan haar gezicht te zien vond ze het fantastisch: op het strand in galop!

Al met al een heerlijke, ongecompliceerde dag op het strand, waarop er zandkastelen zijn gebouwd, is gevoetbald, in de golven is gezwommen, is gegaloppeerd en in hangmatten is gehangen. Eenmaal terug op La Mariposa bleek wel dat ondergetekende zich ruimschoots onvoldoende had ingesmeerd en ondanks veel schaduwtijd toch een behoorlijk verbrande rug had opgelopen. Tsja… wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten…

1. La Boquita 2. Prachtige branding 3. En een hele charmante omgeving 4. Chauffeur Louis en zoon Louis in de strandtent 5. Judica zwicht 6. Op het paard 7. Louis en Jeremia hebben rustige paarden gekregen 8. In volle galop over het strand 9. Yeeha! 10. Wow! 11. Een eenzaam paard 12. Springen in de branding 13. Prachtig 14. Nog een laatste wandeling 15. Wat mijmeren

Diploma op zak

Met ons kersverse PADI Open Water Diver diploma op zak leek het ons een goed idee het er maar eens een dagje van te nemen. Niks onder water: voor de verandering eens zien wat het eiland boven water te bieden heeft. Onze buurman hier heeft een Internetcafé en verhuurt daarnaast scooters, dus we hebben hem maar eens om geschikte uitrusting gevraagd. Resultaat: een hip uitziend bromding met brede banden.

Koh Tao is nog niet zo heel lang geleden bewoond geraakt en heeft dus nog niet zo heel veel goed begaanbare wegen. Feitelijk is er maar één ‘doorgaande’ weg. Die betonweg loopt van het noorden van het eiland naar het zuiden en verbindt de drie grootste dorpen met elkaar. Ons dorp zit halverwege die ‘snelweg’ en na kort overleg besloten we om maar richting het noorden te gaan. Vijftien minuten later stonden we al aan het einde van de weg. Koh Tao is niet zo groot.

We hebben dus maar even rondgekeken in het dorpje aan het einde van de weg en zijn daarna naar het zuiden gereden. Tien minuten later kwamen we ook daar aan het einde van de weg. Het huren van een scooter is hier duidelijk minder nuttig dan gedacht. De dikke banden deden echter denken dat de scooter ook wel off-road zou kunnen. We hebben het geprobeerd, maar met z’n tweeën op een fiets lukte dat in elk geval niet. Off-road is hier namelijk meteen ook behoorlijk ruw terrein.

Uiteindelijk vonden we in het zuiden een mooi strand en zijn we daar maar neergestreken. Het water was ondiep in de baai en niet erg geschikt om te zwemmen. Het was trouwens ook nog behoorlijk warm. Evenzogoed een heerlijk en idyllisch plekje.

Na een gepaste hoeveelheid lezen, relaxen, snacken en soezen zijn we terug naar ‘huis’ gegaan. Onderweg hebben we nog eens overlegd wat we nu met ons duikbrevet willen gaan doen. Conclusie: we gaan gewoon verder duiken. Na een funduik morgen beginnen we overmorgen met de Advanced Open Water cursus. Dat klinkt als heel wat, maar is feitelijk gewoon een excuus om 5 verschillende en leerzame duiken te maken. We mogen dan wat dieper, leren navigeren, maken een duik in het donker, leren beter te drijven en gaan een duikcomputer gebruiken.

Voor het eten op ons vertrouwde plekje (geen ander restaurant voldeed aan onze vele criteria) ben ik nog even alleen met de scooter op pad gegaan. We kregen de scooter met een lege tank en moesten er dus van tevoren benzine in doen. Na ons korte ritje vandaag was er nog veel benzine over en die moest natuurlijk op…

Ik ben richting een uitkijkpunt gereden, tamelijk hoog. Na twintig minuten klimmen en klauteren op de fiets, meestal over beton, maar vaak ook over opgedroogde modder, had ik een prachtig uitzicht op Mango bay. Natuurlijk was ik vergeten een fotocamera mee te nemen, maar dat mocht de pret niet drukken. De terugweg was zo mogelijk nog listiger: de scooter had een automaat en liet niet op de motor remmen. Ik vermoed dat de remmen inmiddels flink versleten zijn. Bij terugkomst werd de fiets grondig geïnspecteerd. Daarna lekker gegeten, bijtijds naar bed en op naar onze eerste ‘funduik’.

Rustig An

Pootjes omhoog, relaxt op een ligstoel bij het hotelzwembad. Vanuit die comfortabele positie kijk ik terug op de afgelopen twee dagen in Hoi An. Het voelt als een vakantie. Na een maand ‘werken’ is het tijd om het reisritme te onderbreken en wat aan het strand te hangen. Veel meer is hier sowieso niet te doen.

Vanochtend zijn we op een tour naar dé attractie van Hoi An geweest: My Son, een oud tempelcomplex van de Cham, een uit India afkomstig Hindoestaans volk. De tempels schijnen vergelijkbaar te zijn met het bekende Ankhor in Cambodja, alleen is het complex een stuk kleiner. Jammer genoeg hebben de Amerikanen (in hun bruutheid) een groot deel van My Son kapotgebombardeerd, maar wat er nog van over was, was zeker indrukwekkend. Allemaal bakstenen gebouwen, vol met prachtige decoraties (en mos).

Overigens was ons tripje naar My Son nogal matineus: op aanraden van de Lonely Planet zijn we al om 5 uur ‘s ochtends vertrokken, zodat we de grote meute touristen voor konden zijn. Dat was een succes. We maren uiteindelijk maar met een man of 30 op het complex en dat was precies genoeg om zo nu en dan nog eens een foto zonder een tourist erop te kunnen maken.

Gisteren zijn we naar het strand geweest, op de fiets. Ofschoon Hoi An als badplaats door het leven gaat, is het goud en azuur nog zeker een half uurtje fietsen weg. Mooi strand, veel palmbomen en een bruinblauwe zee. Heel schoon, maar niet het azuur van de boekjes. Overigens is het inmiddels behoorlijk warm geworden (goddank is onze airconditioner gisteren gerepareerd) en zijn we, alle smeerpraktijken ten spijt, behoorlijk verbrand.

Het eten is hier trouwens prima. Het stadje is sfeervol en gezellig en de mensen hier zijn veel warmer en gezelliger (al vallen ze je nog steeds veel lastig met aankoopsuggesties). We hebben besloten hier nog maar een tijdje te blijven. Onze Israelische vrienden gaan overmorgen weg, dus morgen is onze laatste dag. Dat zal jammer zijn. Voor ons nog een paar daagjes rustig Hoi An.