De grote reis is (bijna) begonnen

Vandaag was de eerste grote test om te zien of ik al dan niet reizigersbloed heb. Dit soort testen wordt traditioneel niet uitgevoerd door met een venijnige naald een vingertop tot bloei te brengen, maar op een wat omslachtigere manier: door het afleggen van grotere afstanden met beperkte bepakking. Strikt genomen was de test van vandaag niet helemaal adequaat: ik heb over een wat kleinere afstand een nogal uitgebreide bepakking vervoerd. Mijn huisraad, om precies te zijn. Onze spulletjes hadden een uitstapje naar Den Bommel. En bij gebrek aan meubels (en broodroosters) wonen we na dat tripje nu bij mijn moeder op zolder.

Maar goed, de uitslag dus: nu ja, dat valt dus te zeggen. Jammer genoeg is de test niet helemaal naar behoren verlopen. Gistermiddag, de oorzaak blijft onbekend, ben ik door mijn rug gegaan. Vrij vervelend. Het maakte de hele affaire wat stroef en pijnlijk en zeker is dat hij daardoor geen realistisch beeld van mijn reistalent geeft. Evengoed wel fijn dat alles weer in grofweg hetzelfde aantal delen is aangekomen als waarin het is vertrokken en we nu over sjouwwerk niet meer na hoeven te denken.

Het aftellen van de klok is sinds vandaag weer een paar decibel luider geworden, lijkt het. Nog maar 12 dagen en dan gaat het los. Vijf dagen werken nog. Wat een verademing, maar wat een gek idee ook. De komende twee weken zullen de dagen elke dag een beetje meer op een los en vrij reizigersbestaan gaan lijken en steeds minder op het leven dat we al in twee eeuwen gewend waren te leven. Het is best spannend, maar de geur van avontuur — zelfs mijn neus pikt hem nu up — wekt verlangen op.

Viz a viz

De pre-reisdag van vandaag in het kort: nieuwe fietsenstalling in ‘s-Gravendeel; paspoorten (met visa) eindelijk weer terug; presentatie zonder eindbazen een succes. Misschien moet ik nog een korte toelichting geven. Headlines werken op TV beter dan hier, bij mij op m’n witte scherm.

Vanochtend, in alle vroegte, waren er al ‘werklieden’ bezig op het busstation van ‘s-Gravendeel (Busstation is hier een eufemisme voor een lusvormige uitstulping in de weg waar weleens bussen gezien worden). Ze waren nieuwe fietsenrekken aan het plaatsen. Zo vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen wordt natuurlijk enige daadkracht verwacht, en die kan de burger dan ook krijgen, zelfs als daarvoor vijf zielen onredelijk vroeg hun warme lappen uit moeten. De hele matineuze operatie verklaart wel waarom ik gisteren mijn fiets kwijt was. Waarschijnlijk hebben dezelfde werklui (of verwanten) al met de fietsen lopen sleuren. Verder weinig belangstellend.

Dat de visa klaar zijn is groter nieuws. We waren er al een flinke tijd op aan het wachten. Via het Internet volgden we trouw de bewegingen van onze paspoorten langs ambassades in Den Haag en Brussel. Vanmiddag konden we de stickers en stempels die het tastbare bewijs van de reislust van onze legitimatiebewijzen vormen in ogenschouw nemen. Prachtig! Digitale beelden volgen spoedig, al waarschuw ik nu vast dat de hologrammen die zowel de Russen als de Mongolen op hun visumstickers gezet hebben het waarschijnlijk als bits en bytes minder goed zullen doen. Overigens waren de rode boekjes per abuis naar ons oude huis — nu dichtgespijkerd en slooprijp — gestuurd; per aangetekende post, dat wel.

En dan het laatste nieuwsitem: presentatie van mijn ‘product’ aan mijn collega’s, vanmiddag. Dat klinkt grootser dan het was. Feitelijk was het een praatje pot met wat plaatjes uit de toverlantaarn om het geheel wat officiëler te maken. Lekkere (maar ook weer niet zo heel lekkere) stroopwafels leukten het evenement nog wat verder op. De beide eindbazen van het grote ren-je-rot spel dat bij ons op de zaak wordt gespeeld lieten zich beiden excuseren. Iets met bruine bonen en uitlaatgas. Enfin, het waren drie gezellige kwartieren die me bovendien nog maar weer eens de gelegenheid gaven op te scheppen over onze reisplannen en het almaar slinkende aantal dagen alvoor die werkelijkheid worden. Zomaar een dag…

Malle ria

Gisterochtend werd ik onplezierig verrast door een speeltje van Google, mijn agenda om precies te zijn. Een tijd lang zwoer ik bij papieren agenda’s, teleurgesteld door de electronische alternatieven, maar sinds een jaar is Google mijn huisleverancier voor agendawaren.

Enfin, ik bleek een afspraak bij de GGD te hebben, zo vertelde Google mij, ongeveer een kwartier voor de afspraak. Met wat goede wil en een Arriva bus die op tijd kwam, was ik nog voor negenen op het GGD kantoor. Ik bleek een afspraak te hebben voor een Rabiësinenting en een malaria-advies. Een dure afspraak!

Malariapillen bleken me € 3,60 per stuk te kosten en niet minder dan 50 zouden er in mijn tas mee moeten om niet door malle Ria getroffen te worden. Afschuwelijk duur. Ik voelde me heel schuldig toen ik ze afrekende. Wij, rijke Westerlingen, kunnen dit soort pillen nog wel betalen, maar dat geldt zeker niet voor de mensen die in Malariagebieden leven.

Judica wees me vandaag op een nieuwsbericht: “Patenten Malaria opgeheven.” Nogal toevallig en het bericht onthief me in elk geval van mijn schuldgevoel. Evenzogoed baal ik nog steeds dat ik zo enorm veel geld heb moeten neertellen om, in essentie, niets te krijgen. Nu is het wachten nog tot ook Rabiësinentingen wat minder duur worden: want 180 euro voor 3 inentingen, dat is toch diefstal?

MiniMe

Een gewone zaterdag. Voor sommigen dan, want onze zaterdag was, zoals veel dagen tegenwoordig, bepaald niet normaal. Sinds we halverwege 2008 aan onze wereldreisplannen begonnen zijn, is elke dag bijzonder. Deze zaterdag was dus een wereldreiszaterdag. Werelds.

Deze weekendse werkdag hebben we vanachter het beeldscherm onze reis geregeld. Details, weliswaar, maar geen onbelangrijke zaken. Judica heeft contact gelegd met optie 3 op onze lijst met potentiële Moskovitische logeeradressen. Ons hotel in Peking is inmiddels geregeld en voor een klein probleem dat we voorzagen met het opladen van Judica’s camera hebben we ook een elegante oplossing/gadget gevonden.

Wat een kleine wereld is het toch. Alles kan vanuit de luie stoel worden geregeld. Alleen het eigenlijke reizen moet – hoe armoedig! – nog steeds buiten gedaan worden. Dat betekent dus afzien, vieze voeten krijgen en pas ‘s avonds vanuit de luie stoel vanaf de foto’s de dag beleven. Hmm. Wat doet een mens zichzelf aan ;)

Oh, en vandaag heb ik mijn MiniMe opgeschoond en reisklaar gemaakt. Te laat nu om nog terug te komen op mijn beslissing om een mini-laptop mee te nemen naar het verre Oosten (waarvandaan het kleinnood waarschijnlijk ook komt). Sinds vandaag draait daar Windows 7 op en dat bevalt uitstekend! Alles werkt snel en soepel en ziet er allemaal heel gelikt uit. Alleen die kleine toetsjes blijven wennen. Elk vijfde woord dat ik probeer op het scherm te krijgen, raken mijn vingers in de knoop: don’t mini me!

Kleine aanpassing

Tegen het licht van de grote geldinzameling die vandaag de media beheerst heb ik vandaag en gisteren weer wat werk aan de website verzet. Perfectionisme is er vooral de oorzaak van dat de site wel nooit helemaal af zal komen, maar leuk wordt het toch zeker wel. Zo is er een mini-kaartje bijgekomen dat van elk bericht precies aangeeft waar het vandaan komt. Voorlopig kopen alle berichten nog uit ‘s-Gravendeel, maar binnen 5 weken hopen we daar verandering in te brengen.

Vandaag ook voor het eerst sinds een week weer naar het werk geweest. Daar begint het slijten van mijn contractdagen langzaam aan ook voelbaar te worden. Met enige regelmaat vraagt een collega mij: “Hoe staat het met de voorbereidingen voor de reis?” Met een kriebelend gevoel ergens tekort te schieten beken ik dan dat er niet zo heel veel meer te regelen valt. Het meeste is ook geregeld, denk ik. Hoeveel moet er geregeld worden? Gewoon gaan met die banaan, toch?

Oja, nog een mantouxtest laten doen. Ik dacht daarbij aan een krasje in de arm met een snel antwoord op de vraag of ik TBC heb, maar dat blijkt een verouderd beeld. Het werd een intradermale injectie! Mijn hemel, wat een toestand. En maandag dan terugkomen voor de uitslag. En dat dient met letterlijk op te vatten, begreep ik. De test zorgt voor huiduitslag als ik TBC heb. Voorlopig nog niets te zien. Geen verrassing.

Noch smaak

Afgelopen weekend hebben we maar weer eens verhuisd. Het verplaatsen van spullen, het liefst in dozen, is een hobby van ons aan het worden. De afgelopen maanden hebben we al zo vaak met allerhande ingepakte rotzooi lopen zeulen dat ik me bij mijn belastingaangifte vanmiddag echt even afvroeg of ik mijn beroep niet naar ‘verhuizer’ zou moeten laten veranderen.

Onze huisraad staat nu verspreid over het land. Een deel nog hier in ‘s-Gravendeel en een groter deel opgeslagen in een oude koelcel in Den Bommel (een dorpje met in het hart een bronzen beeld van heer Ollivier B. Bommel). Onze koelcel heeft nummer 29. Hetzelfde nummer als ons huis hier in ‘s-Gravendeel en ook de dag waarop Judica en ik geboren zijn. Een fijn toeval.

Nu ga ik een avondmaaltijd bereiden op ons anti-kraak kookstel. Wat ons huis misschien noodgedwongen aan smaak moet ontberen, probeer ik dan nog in de maaltijd te brengen. Meestal met niet al teveel resultaat. Evengoed waardeer ik in deze koude, barre dagen ons (tijdelijke) dak des te meer.